Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool

Het is het eerste uur, de leerlingen zijn nog maar net binnen, als de Turk Metin zich bij mij beklaagt: «Meester, Ersin hij heeft mijn empee hè, die Turk wil ’m niet teruggeven.»

Het is niet verstandig je in dit soort conflicten te mengen, laat de jongens het zelf maar uitzoeken, maar soms doe ik het toch, soms ben ik nieuwsgierig, wat is er nu weer aan de hand, soms denk ik dat één van mijn leerlingen onrecht wordt aangedaan en dat ik moet ingrijpen, maar soms ook heb ik niet eens in de gaten dat ik me er al mee aan ’t bemoeien ben en is het als ik dat besef al te laat, dan heb ik al gevraagd wat er aan de hand is, waarom Ersin die empee niet gewoon aan Metin teruggeeft.

Ersin: «Meester, Metin hij heeft mijn empee verkocht.»

Metin: «Waarom lieg je, Turk!?»

Ersin: «Ik lieg niet, meester, hij heeft mijn empee verkocht.»

Metin: «Turk waarom lieg je! Heb ik die empee verkocht?»

Ersin: «Jij hebt aan Abdel gegeven en hij heeft verkocht.»

Ik: «Is dat waar Metin?»

Ersin: «Ja! Maar hij heeft die empee aan mij gegeven. U weet toch, die empee, die ruit was stuk? Die Turk heeft aan mij gegeven. Ik heb aan Abdel gegeven en hij heeft verkocht.»

Ik: «Is dat waar Ersin? Heb jij jouw empee aan Metin gegeven?»

Ersin: «Nee, meester, ik heb niet gegeven.»

Nu beginnen andere leerlingen zich ermee te bemoeien, te roepen dat Ersin niet moet liegen en dat hij hem wél aan Metin heeft gegeven. Ik vraag Abdel of hij die empee heeft verkocht en Abdel knikt van ja. Hij heeft dan alweer dat harde in zijn ogen. Ik zie dat hij bang is – hoewel, bang is niet het goede woord – maar ik zie in zijn ogen dat hij weet dat hij nu moet oppassen, dat hij er rekening mee houdt dat ik dat wel eens niet zo mooi zou kunnen vinden dat hij de empee van Ersin heeft verkocht, en ik zie dat hij bereid is mij te trotseren, want wat heeft hij misdaan? Niets. Hij heeft voor Metin die empee verkocht, is dat soms verboden? Ersin had hem aan Metin gegeven, dus hij was van Metin. Wat is nu eigenlijk het probleem?

Het probeem is – ja, wat is nu eigenlijk het probleem? Is het dat Ersin, die Turk, die door iedereen graag geslagen wordt, al te vaak het onderspit delft, dat het me daarom niet lekker zit, dat gedoe over die empee? Maar Ersin is nu toch niet het slachtoffer, die heeft de empee van Metin veilig thuis, heeft zichzelf dus al gecompenseerd. Maar iedereen valt hem aan, hij had die empee toch aan Metin gegéven, het ruitje van de empee was stuk, hij wilde ’m niet meer, hij moet nu niet liegen en Metin zijn eigen empee teruggeven. Ersin wordt onder druk gezet en hij zal onder die druk uiteindelijk bezwijken, de kip met de kale nek die door alle anderen gepikt wordt wint nooit, die heeft domweg niet genoeg status om de dingen naar zijn hand te zetten, die levert uiteindelijk altijd in, in dit geval die empee. Dan is Ersin zijn eigen empee kwijt en heeft hij die van Metin ook niet meer, alles kwijt.

Nee, dat Abdel ermee te maken heeft, dát is wat me zorgen baart. Hij is in deze klas de slang, Abdel zit nog niet zo lang in deze klas maar ik begin het steeds beter te zien en vooral te voelen. Dat hele empee-gedoe zou er nooit geweest zijn als Abdel zich er niet mee had bemoeid om ’m te verkopen. Aan wie? Aan andere leerlingen, leerlingen van het hoofd gebouw misschien, op een steenworp afstand. Ik twijfel er niet aan of dat lukt Abdel, een koper vinden en er nog een redelijke prijs voor krijgen bovendien, want dat is zijn talent. Van de twintig euro waarvoor Abdel de empee van Ersin voor Metin heeft verkocht, strijkt hij er tien zelf op – als ik dat hoor, van de betrekkelijk onnozele Metin, en het tot me door laat dringen, ook tot me door laat dringen wat voor puinhoop er nu is ontstaan, besef ik dat de enige die hierbij wint Abdel is, de slang. Zie ik weer zijn blik, die donkere ogen, hoe die aandachtig naar mij kijken, tegelijk bevreesd en standvastig, de ziel van een jongen die wel weet dat dit niet deugt maar dat hem feitelijk niks ten laste gelegd kan worden, een veertienjarige jongen die het nog vervelend vindt ergens van beschuldigd te worden maar die zich al voorgenomen heeft zich er niets van aan te trekken. Abdel is een jongen die zich niets laat afnemen, hij heeft iets gevonden wat werkt, dit is hoe hij leeft, tot nog toe komt hij ermee weg.

Nee, gedoe in deze klas is er altijd geweest, en de kleine Turk Ersin was er meestal het slachtoffer van, hij kreeg klappen vooral van de dikke Khalid, maar tegelijkertijd waren zij vrienden, Ersin en Metin en Khalid en de Ghanese Jacob, en even zo vaak lokte Ersin die klappen zelf uit. Maar in het geruzie om die empee voel ik een venijn dat er vroeger nooit was, en het gaat ook niet meer om niets, het gaat om spullen die geld gekost hebben en verkocht worden, en wie toekijkt en tien euro rijker is geworden maar toch buiten het geruzie blijft, is Abdel.