Op school

Bij ons op de praktijkschool (1)

Van school naar huis in de tram slaat Yüksel Sevilay met een boek op haar hoofd, zomaar, om haar te pesten, eerst zacht maar dan steeds harder. ’s Avonds krijgt Sevilay spontaan een bloedneus. De volgende dag beklaagt ze zich bij mij over Yüksel.

De vijftienjarige Sevilay draagt een hoofddoek. Ze ziet eruit als een stevige boerenmeid en loopt hier al twee maanden rond met een verkrampte rechterhand, een hand als de klauw van een vogel. Ze kan met die hand niets, ze kan er niet mee schrijven, ze kan de vingers ervan niet bewegen. Ze houdt die hand zo veel mogelijk verborgen.

Die kramp schoot erin toen Sevilay drie dagen bij ons op school was. Ze was toen een half jaar in Nederland. Ze sprak nog geen woord Nederlands, kende hier de weg nog niet, en verdwaalde toen tram 12, waarmee ze die derde dag ’s middags naar huis ging, een andere route reed dan ze gewend was. De tram bleek om geleid, Sevilay stapte ergens uit, geen idee waar ze zich bevond. Met haar mobiele telefoon belde ze een nicht, die haar kwam ophalen en haar naar huis bracht. ’s Avonds laat kreeg ze een bloedneus. De volgende ochtend werd ze wakker met die vogelklauw.

Volgens medici is er geen fysieke oorzaak. Ze is na een maand met die kramp te hebben rondgelopen, teruggegaan naar Turkije voor een vakantie van drie weken. Op een nacht werd ze wakker en merkte dat de kramp was verdwenen. In haar enthousiasme wekte ze haar familieleden, liet iedereen de hand zien waar nu niets meer aan te zien was, en ging toen weer slapen. Maar ’s ochtends was de kramp er weer.

Yüksel, ook uit Turkije, zit een paar maanden langer bij ons op school. Hij is een kleine, vijftienjarige jongen met een brutale blik. Zijn ogen staan ver uit elkaar en zijn prominente gebit doet mij altijd denken aan dat van een geestelijk gehandicapte. Zijn lippen zijn altijd kapot, omdat hij een beugel draagt. Misschien komt het ook door die beugel dat hij altijd lijkt te kwijlen. ’s Zomers organiseren wij voor de leerlingen die niet op vakantie gaan en hier nog niet veel hebben de zomerschool. De docent die Yüksel afgelopen zomer lesgaf, schreef over Yüksel: «De Turkse meisjes in de klas waren niet dol op hem. Yüksel is wel lief maar probeert kattenkwaad uit te halen.»

De docenten die Yüksel nu in de klas hebben zijn evenmin dol op hem. Yüksel is de afgelopen maanden ouder geworden en «lief» is niet helemaal meer het goede woord. Yüksel wordt er regelmatig uitgestuurd, omdat hij niet luistert, maar blijft praten, spullen van anderen afpakt, zijn telefoon niet wil afgeven als die in de klas afgaat, een leerling met wie hij ruzie krijgt bij de keel grijpt.

Thuis slaapt Yüksel op de grond. Het gezin woont — en slaapt — in één kamer: vader, moeder en zes kinderen. Yüksel heeft wel eens voorgedaan hoe hij ’s ochtends gewekt wordt, als zijn vader opstaat om naar zijn werk te gaan en zich al schoppend een weg door de overvolle, krappe kamer baant.

Sevilay is nogal overstuur als ze zich over Yüksel komt beklagen, en ik doe mijn best haar te kalmeren. Op zeker moment haal ik Yüksel erbij, die zich verdedigt door te roepen: «Maar ik kom uit Sivas!» Sevilay, zie ik, is stomverbaasd, en roept verontwaardigd: «Maar ik kom óók uit Sivas!»

Maar haar Sivas, een provinciestad in het hart van Turkije, is het zijne niet. In Sivas leefde Yüksel op straat en voor hem was het altijd: slaan of geslagen worden. Als zo veel van de leerlingen op onze vmbo-school is het Yüksel te doen om macht. Sevilay, uit een degelijk nest, is nog nooit door iemand geslagen. In de tram moet ze Yüksels pesterijtjes verbluft hebben ondergaan. En nu nog kijkt ze naar Yüksel alsof hij een insect is, een wezen waarmee ze niets gemeen heeft, dat ze vies vindt en waar ze bang voor is.

Yüksel heeft weinig meegekregen. Hij is op onze vmbo-school bepaald niet de enige. Met Sevilay, die voor haar hand inmiddels bij een psychiater loopt, komt het wel goed, maar Yüksel heeft meer aandacht nodig dan wij hem nu geven — misschien ook kunnen geven — wil hij straks een plaats in onze maatschappij krijgen anders dan die van een griezelig insect.