Op school

Bij ons op de praktijkschool (1)

Ik heb altijd, tien jaar lang, op zwarte scholen gewerkt, in Amsterdam, als docent Nederlands. Eerst op een scholen gemeenschap voor mavo, havo, vwo. Daar zaten, niet allemaal natuurlijk, intelligente tot zeer intelligente kinderen, zelfs briljante. Daarna op een school voor vmbo, voor wat vroeger heette lager beroepsonderwijs. Daar zaten, zoals ik altijd aan vrienden omschreef, «wat beperktere kinderen». U begrijpt dat ik het woord «dom» liever vermeed. Nu werk ik in een dependance van datzelfde vmbo, waar alleen kinderen rondlopen die niet in staat worden geacht een vmbo-diploma te halen. Deze kinderen krijgen bij ons een «praktijk opleiding». Een diploma daarentegen zullen ze nooit krijgen. In principe sluizen wij ze door naar een soort baan. Hoe ik deze kinderen nog moet omschrijven, voor wie van hen geen beeld heeft, ik weet het niet.

Ik kan ze wel beschrijven. Khalid, twaalf of dertien jaar, voelt wel dat ergens op zijn school, maar in andere gebouwen, leerlingen rondlopen die meer status hebben dan hijzelf, nu en hier, in dit gebouw. Dat er iets hogers is dan de praktijkopleiding. Hij vraagt mij of ik vind dat hij zijn best doet, of ik vind dat hij goed zijn best doet, dat hij écht goed zijn best doet, en of als ik nou vind dat hij écht goed zijn best doet en hij ook de rest van het jaar heel erg goed zijn best blijft doen, écht heel erg goed, dat hij dan naar het andere gebouw kan, en een diploma kan halen? Zijn aanhankelijkheid en vertrouwen zijn vertederend, Khalid is ook nog zo jong, en al heeft hij donders goed in de gaten dat ik, leraar, de macht heb hem te laten promoveren, wie anders, hij beseft in dat volle vertrouwen, dat nog doordrenkt is van hoop, nog niet dat ik tevens zijn bewaker ben die hem zijn hele schoolloopbaan lang gevangen zal houden op deze vermaledijde praktijkopleiding.

Eerst zeg ik nuchter, vaderlijk, dat dit de goede school voor hem is, en dat we blij zijn als hij het hier heel goed doet, maar als hij dan doorvraagt, als hij nou echt heel erg zijn best doet en echt heel hoge cijfers haalt, of hij dan niet… En dan zeg ik tegen Khalid, want ik wil de jongen zijn hoop niet ontnemen, dat ja Khalid, als je echt heel erg je best doet en heel héél hoge cijfers haalt, dat hij dan misschien… dat er dan een kans is… maar dat hij dat wel moet laten zien, en dat het niet vaak gebeurt dat leerlingen zúlke hoge cijfers halen, dat dat echt heel bijzonder is. Daarmee kan Khalid leven, want het is een toezegging. Ik kan er ook mee leven want Khalid zal die écht héél hoge cijfers toch nooit halen. Probleem is wel, en niet alleen bij hem: hoe laag kun je zijn cijfers maken zonder hem te demotiveren, hoe hoog zonder hem valse hoop te geven?

In het gebouw waar ik werk lopen alleen twaalf-, dertienjarigen rond. Het zijn eigenlijk nog basisschoolleerlingen, groep 8. Ze komen hier omdat het niet meer ging op de basisschool. Veruit de meesten zijn hier geboren, ze spreken rap Nederlands. Ze hebben er nog moeite mee in de pauzes rustig te staan praten in de kantine, het liefst zouden ze op het schoolplein achter elkaar aan rennen. Ze zijn niet allemaal zo lief als Khalid.

Ze lachen hard om elkaar in de klas, als er één een fout maakt, vaak overdreven hard. Ze schelden elkaar graag uit — brillenjood tegen de brildrager, poepgezicht tegen de Antilliaan of Surinamer, Turk tegen de Turk — en slaan er snel op. Dat gaat bijvoorbeeld zo: ja ik maakte een grapje meester en toen ging Selma daarom lachen zo van huhuhuh en toen zei ik terug huhuhuh en toen schopte ze mij en toen schopte ik haar terug. Tegen die tijd ben ik er dan wel bij om ze uit elkaar te halen, maar zo begon het dus. Veel van deze leerlingen lijken extreem lichtgeraakt. Ik ben altijd geneigd te denken: hoe lager het niveau, hoe hoger het bewustzijn van dat niveau, van status, van een hiërarchie, vermoedelijk omdat het allemaal zo pijnlijk is, maar zeker ben ik niet. Een huhuhuh van de ene wetenschapper om het grapje van de andere zou het begin kunnen zijn van een levenslange vete. Maar over wetenschappers gaat het dus niet. We bevinden ons aan de andere kant van het spectrum.

Correctie

In De Groene Amsterdammer van vorige week (29 november) is iets faliekant misgegaan. Het eerste verhaal van Kees Beekmans in de nieuwe serie Bij ons op de praktijkschool was helemaal niet nieuw maar had al in de krant van 24 mei gestaan. We onderzoeken nog of de muizen aan ons computersysteem knagen. In dit nummer staat wel het artikel van Beekmans waarmee de serie had moeten beginnen. Onze excuses aan de lezer en de auteur.

Redactie