Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (11)

De moeder van Judith is een blonde Nederlandse vrouw, de vader van Judith een Surinamer. Vader heb ik de eerste maanden niet op school gezien, want hij zat toen in de gevangenis, maar eenmaal vrij kwam hij even langs om zich te laten zien, denk ik. Dat hij de vader van Judith was. Dat hij bepaalde regels had, waar Judith zich aan diende te houden. Dat ze een goed meisje moest zijn. Dat hij anders gebeld moest worden. Enne… was dat zeil hier op de grond niet erg oud? Als we dat eens wilden vervangen, dan kon hij dat wel voor ons doen. Dat was zijn werk. Ik weet niet meer hoe hij die overbracht, maar de suggestie dat het bij hem goedkoper zou zijn dan bij anderen lag er dik bovenop. En was het goed als hij Judith nog even naar de klas bracht?

Judith was er bij komen staan en ze was zichtbaar trots op haar vader. Blij ook dat iedereen nu kon zien wie haar vader was — ja dat ze een vader had, die voor haar op school kwam. Wat ze verder aan hem heeft, weet ik niet, want ze woont niet bij hem. Vader en moeder zijn al een tijdje gescheiden.

Waarom vader en moeder gescheiden zijn, wordt duidelijk als moeder na de krokusvakantie de school bezoekt, met een klacht. Haar dochter durft vandaag, maandag, niet naar te school te komen, ze is vrijdagmiddag voor de vakantie op het metrostation «in elkaar geslagen» door Tamara. Tamara is een groot en dik Surinaams meisje, dat iets van een sfinx heeft, want ze zegt heel weinig, en haar gezicht toont weinig expressie. Ze doet zelfs wat sloom aan, en je zou niet zeggen dat er veel agressie in haar zat. Maar vermoedelijk vergissen wij ons daarin. Volgens moeder heeft Tamara Judith niet alleen geschopt en geslagen maar haar ook nog een kroket in het gezicht gedrukt, «de stukjes kroket zaten nog in haar haar».

De leerlingbegeleider en ik, die moeder aanhoren, weten niet goed wat te zeggen. Ik denk: maar Judith moet ook eens naar zichzelf kijken, wat heeft Judith gedaan om Tamara te provoceren? Ik weet dat de leerlingbegeleider dit ook denkt. Maar het lijkt nog te vroeg om die gedachte nu direct tegenover moeder uit te spreken, en daarom zwijgen wij beiden. En omdat wij beiden blijven zwijgen, niet méér doen dan knikken van ja het is toch wat, praat moeder door. Dat ze tegen Judith heeft gezegd dat niemand haar mag slaan en dat als het nog een keer gebeurt ze d’rop moet rammen. Maar dat Judith dat niet wilde want dat de directeur had gezegd dat dat niet mocht en als ze dat toch deed dat ze dan werd geschorst.

Ik zeg dat wij op school inderdaad proberen te voorkomen dat leerlingen er direct op slaan, dat ik liever heb dat ze naar mij toe komen als er problemen zijn. Dat natuurlijk niemand zich in elkaar hoeft te laten slaan, maar dat als ze een klap of een schop krijgen, dat ik dan inderdaad liever heb dat ze dat mij komen vertellen dan dat ze terugslaan. Nu lijkt het moment gekomen om te vragen of Judith zich misschien «enigszins uitdagend» tegenover Tamara had opgesteld, dat het onze indruk was dat Judith zich vaak problemen op de hals haalde door haar uitdagende gedrag.

O, dat uitdagende gedrag, daar maakte moeder korte metten mee. «Dan kan ze je zo aankijken van wat moet jij nou en dan zeg ik ja het is wel je moeder waar je nu naar kijkt en daar heb ik geen zin in en dan krijgt ze een paar tikken van me en dan zie ik ’r toch anders kijken, en dan zeg ik lieve schat ik doe alles voor je dat weet je maar dit pik ik niet, dat moet je ook heel goed weten.» Ja, vervolgt moeder, ik mag dan wel door d’r vader in elkaar gerost zijn maar ze moet niet denken dat ze mij ook als een voetveeg kan behandelen want dan komt ze van een kouwe kermis thuis.

Dat verklaart de scheiding — tenminste, dat neem ik aan. Judith heeft lang bij haar moeder gewoond maar kan tegenwoordig slecht overweg met haar jongere broer, met wie ze veel ruzie maakt, en daardoor woont Judith nu bij haar oma. De leerlingbegeleider zegt dat wij op school hebben gemerkt dat het in het begin moeilijk is geweest voor Judith, weg van haar moeder, maar dat het nu beter lijkt te gaan en ze informeert of moeder nog bezig is geweest met hulp voor Judith, refererend, kennelijk, aan een eerder gesprek. Moeder zegt ja, dat ze daarmee bezig is geweest en ze beaamt dat Judith die hulp ook hard nodig heeft, dat dat heel goed voor Judith zou zijn.