Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (13)

Het gebeurt opvallend vaak dat leerlingen een paar dagen, ja, anders zijn. De Nederlandse Britta, lang blond haar, blauwe ogen; soms denk ik: hé, ik heb haar eigenlijk al een paar dagen nauwelijks opgemerkt, het zal dus wel goed gaan met haar. Maar deze week zie ik haar dagelijks, en als ik haar vriendelijk iets vraag, in de gang, in de kantine, keert ze zich verontwaardigd van me af. Of zij vraagt iets, ik moet zeggen: nee dat kan niet, Britta weer boos. Dan heeft ze plots opvallend meer aandacht aan haar uiterlijk besteed dan anders, ik zeg: wat zie je er vandaag mooi uit Britta, en Britta reageert op een aanhalige manier gevleid. ’s Middags is het dan weer mis, is ze weer boos.

Met meer leerlingen gaat dat zo. Een paar dagen lang gedragen ze zich onopvallend, gewoon, plots zijn ze nauwelijks nog te hanteren. De Iraakse Salah kwam in het begin van het jaar bijna dagelijks bij me klagen, meester ze pesten mij, toen heb ik hem wekenlang niet in mijn kamer gezien. Vandaag is het weer mis, komt een leerling mij roepen, loop ik mee naar de klas, zie ik dat twee leerlingen Salah tegenhouden, Salah die slaande en schoppende bewegingen maakt naar de kleine dikke Ahmed. Ik sla mijn armen om Salah heen, om zijn buik, en trek de tegenspartelende jongen mee het lokaal uit — ik ben blij dat hij nog maar dertien is. Wat is er aan de hand? vraag ik Salah. «Meester Ahmed hij schrijft mijn naam op de bord!»

«Hij schrijft jouw naam op het bord?»

«Ja meester, de juffrouw zegt tegen Ahmed jij schrijft de naam op de bord van leerlingen die lopen door de klas en Ahmed hij schrijft mijn naam op de bord maar ik zit op mijn stoel!»

Dat is niet zo verstandig van de juffrouw om, als ze even het lokaal uit moet, Ahmed, die graag pest, die taak te geven — überhaupt om een leerling die taak te geven, of om het lokaal te verlaten. Ik heb dit jaar al vaker gemerkt dat je de meeste van onze klassen niet alleen kunt laten. Maar is het voor Salah een reden om te gaan slaan en schoppen? Ook hier moet meer aan de hand zijn.

Soms is het een schat, de Surinaamse Tracey, en ze kan er met die vlechtjes ook heel lief uitzien, maar er schuilt een duivel in haar die de laatste tijd wat al te vaak het roer overneemt. De docent hoeft maar te vragen of — en dan begint ze te schreeuwen dat zij niet de enige is die praat en dat…

«Tracey, ik vraag alleen of je rustig door wilt werken, zonder te praten, daarom hoef je niet zo boos…»

«Neehee meester, neehee, nu gaat ik ook eens zeggen wat ik vind, en ik vind het niet eerlijk dat u altijd zegt dat ik rustiger moet zijn want alle leerlingen praten en…»

En dan duurt het minuten, minuten voor Tracey uitgeraasd is en meestal eindigt het ermee dat ze de klas uit wordt gestuurd. Het hoeft ook helemaal niet over haar te gaan. Ze hoeft maar in die bui te zijn en ze bemoeit zich ook met ruzietjes van anderen in de klas, zodra er maar iets gebeurt zit ze er bovenop, schreeuwt dat die of die begon en niet die of die, en als het meester Jansen uiteindelijk gelukt is de twee ruziemakers te kalmeren, in de hoop dat de rust weerkeert, blijft Tracey ofwel tegen meester Jansen schreeuwen dat het gemeen is want dat niet Mohamed maar Fatih begon, of tegen Mohamed schreeuwen dat hij zeker bang is van meester Jansen dat hij nu zijn mond houdt en niets meer terug durft te zeggen, en als Mohamed Tracey dan bijdehand vraagt: ken ik jou? zegt Tracey dat hij een homo is en, om een lang verhaal kort te maken, wordt ze weer de klas uit gestuurd. Er zijn dagen dat ze die opwinding nodig lijkt te hebben.

Onze kleine vriend Kitson, die hier al eerder de revue passeerde, is er ook zo een. Ook hij kan het best een paar dagen volhouden, zich redelijk goed gedragen. Maar niet langer. Dan kan hij zich niet meer inhouden en begint tegen leerlingen te zeggen dat hun moeder door een hond geneukt is, of dat ze morgen twintig euro voor hem mee moeten nemen, want anders…

Britta is weer weg bij haar moeder en woont weer bij haar oma en opa, Hozans ouders weten niet of zij hier mogen blijven en mogen ook niet werken, Tracey’s moeder is kortgeleden naar Suriname afgereisd en haar dochter woont nu bij een tante, Kitsons alleenstaande moeder maakt een uitgebluste indruk. Het begint daar, thuis. Wat kunnen wij dan nog doen?