Bij ons op de praktijkschool (15)

De Turkse Ercan en de Surinaamse Jody vechten in de pauze, het gaat er heftig aan toe. Jody heeft bloed in haar mond als ik ze uit elkaar haal, geholpen door Said, die Ercan wegtrekt. Ik laat Ercan naar huis bellen om zijn vader te vertellen wat er is gebeurd, en hij doet dat braaf. Jody zegt dat er niemand thuis is, ik bel zelf, ik krijg een broer aan de lijn, die ik vertel dat Jody nu naar huis komt omdat ze gevochten heeft — ze wordt voor de rest van de dag geschorst, net als Ercan. Volgens leerlingen was de Antilliaanse Judith eigenlijk de aanleiding, wat me niets zou verbazen, dat is ze wel vaker. Ercan zou, door Judith getergd, haar hebben willen slaan, Jody kwam ertussen, zij werd het doelwit, Ercan noemde haar een vieze hoer, of een dikke hoer. Of Jody hem toen sloeg, of weer wat terugzei, ik weet het niet, maar niet lang daarna was het raak.

Ik had gemerkt dat aan het einde van de gang enige opwinding was ontstaan. Ik liep er snel naartoe, er werd al gejoeld, een hele kring opgewonden leerlingen stond eromheen, en sommigen waren bezig te trappen naar de vechtende Ercan en Jody, onder anderen de Surinaamse Frenk — hij was de enige die ik het zag doen. Ik pakte hem stevig vast aan zijn kleren, vlak onder zijn kin, terwijl ik tegen hem zei, boos, met stemverheffing, dat ik heel goed had gezien dat hij stond te trappen, en dat ik hem een misselijk jochie vond. Ik kon het niet laten hem mee naar mijn kamer te sleuren, ik liet hem die twintig meter niet los, Frenk is maar een heel klein en dun jongetje, en hij had moeite mij bij te benen. Ik zag wel aan zijn gezicht dat hij dit niet leuk vond, en ik dacht ook: dit zou je niet moeten doen, maar ik was echt kwaad op hem. Ik wilde hem eigenlijk ook schorsen, wat hij had gedaan vond ik nog erger dan dat vechten van Jody en Ercan, maar ik liet het uiteindelijk over aan Nelly, die de mentor is van Frenk — zij zou dit verder met hem bespreken.

Een uur eerder al had ik Nelly gevraagd er even bij te zijn terwijl ik de Marokkaanse Zeneb, en de Surinaamse Mariana en Priscilla toesprak: ze liepen voortdurend lawaai te maken in de school, hard te gillen terwijl ze door de gang liepen. Toen ik zei, ook weer met stemverheffing, dat ze wat stiller moesten zijn, dat er werd lesgegeven, dat dit een school was et cetera, begon Mariana direct te zeggen dat Meryem het ook gedaan had en Priscilla begon onmiddellijk erg chagrijnig te kijken. Vooral dat eeuwig chagrijnige en arrogante gezicht van Priscilla, daar kan ik niet tegen, daarom liet ik het graag aan Nel over. Nel nam ze apart, en later zei ze tegen mij dat dit niet de manier was om dingen op te lossen. Tegen Priscilla was ik behoorlijk uitgevaren, twee keer zelfs, ook toen ze met chips in haar hand in de gang liep — leerlingen weten dat ze alleen in de kantine mogen eten. Nel zei: zo creëer je een conflict, de leerlingen verwijderen zich van je, dat is niet de manier, en ik dacht: dat weet ik ook wel Nel, daarom laat ik het juist aan jou over, maar ze had gelijk.

’s Middags riep ik de kleine Frenk nog even bij me om hem op te laten schrijven wat er was gebeurd vanochtend en waarom hij zo nodig moest schoppen. Dat deed hij braaf. Eén zin uit zijn verhaal: «Ik had dat gevoel, dat ik moest trappen, ik moest beter nadenken.» Nelly had dat waarschijnlijk tegen hem gezegd, van dat nadenken voordat je wat doet, en dat had hij goed onthouden.

De Surinaamse Guillermo kwam terug van zijn schorsing, hij was een dag geschorst wegens fuck you tegen de docent zeggen — maar hij kwam zonder zijn tante. Ik vind het een lieve jongen, hij heeft werkelijk niets bedreigends in zich, toch een dag geschorst, het is gebeurd toen ik er niet was en het verbaasde me. Nu kwam hij weer terug, en leerlingen moeten als ze terugkomen van een schorsing hun vader of moeder meenemen, dan pas mogen ze weer in de les. Onze team leider Raymond wilde hem direct weer naar huis sturen, maar ik dacht: het ligt toch niet aan hem dat zijn tante niet meegekomen is, dat ligt aan die tante, en dus hield ik hem hier, en mocht hij weer in de les. Morgen is er toch een ouderavond, dan moet zijn tante sowieso komen. Zijn moeder, zei hij, zat in Suriname. En je vader, vroeg ik, me afvragend of hij wel iets met zijn vader te maken heeft, en hij zei: ook in Suriname.