Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (15)

Onze ouders zijn, om het oneerbiedig te zeggen, makkelijk af te wimpelen. Ze weten niet wat wij docenten op school doen en ze vragen er ook niet naar. Ze willen weten of het goed gaat met hun kind. «Khadija goed?» Als je ja zegt zijn ze opgelucht.

De moeder van de Antilliaanse Cherry stelt evenmin vragen over ons Nieuwe Leren – en ik begin er niet over, ik praat liever over het gedrag van mijn leerlingen. Cherry, ja allemaal heb ik die middag gevraagd wat ze zélf aan hun ouders zouden vertellen, als zij mij waren. Ze wisten dat precies, Cherry ook. Cherry weet ook heel goed wat ik níet moet zeggen. «Maar u moet niet zeggen dat ik spijbel, meester, wah-joooow, mijn moeder gaat me vermoorden…» Wah-joooow is onder leerlingen van nu de meest populaire kreet, niet alleen op onze school.

Cherry is een grote, stevige meid van veertien jaar, voor wie zaken van uiterlijk oneindig veel belangrijker zijn dan willekeurig welk schools vak dan ook. De uren dat ze spijbelt is ze meestal op het hoofdgebouw van onze school, hangt daar in de kantine – in gezelschap van haar nicht en van jongens die ouder zijn dan de jongens op onze praktijkschool.

«Dat je spijbelt… daar denk ik nog even over na, Cherry. Wat zou ik verder nog met je moeder kunnen bespreken?»

«Dat ik schreeuw…»

«Dat je schreeuwt.»

«En dat ik soms brutaal ben…» Plots is Cherry een klein, verlegen meisje, wat ze in de verste verte toch niet is, tenminste, in normale doen niet.

Maar het is niet mijn bedoeling om nu mijn gram te halen, om Cherry nu haar moeder komt mijn macht te laten voelen, en ik zeg dat er ook dingen zijn die heel goed gaan, en dat ik die haar moeder ook zal vertellen, bijvoorbeeld dat als ik haar een boek geef zij dan rustig een half uur, drie kwartier zit te werken, alleen, geconcentreerd, «en dan doe je dat werk ook heel goed».

In normale doen is Cherry nogal chaotisch en er zijn collega’s die zich zorgen over haar maken. Het is zo’n meisje dat er niets op tegen heeft met wie dan ook te schuren. «Schuren» is een onder de Surinaams-Antilliaanse kinderen van onze school, merkte ik onlangs op de discomiddag, populaire vorm van dansen, waarbij de jongens achter de meisjes gaan staan, hun heupen vastpakken en hun kruis tegen hun billen drukken. Achter Cherry had zich geposteerd het garnaaltje Jimmy – Cherry is bijna twee keer zo groot en zeker twee keer zo zwaar – en terwijl zij, kont achteruitgestoken, met haar handen op haar knieën stond geleund, alleen haar heupen op het ritme van de muziek bewegend, stond de iele Jimmy met zijn dreadlocks en zijn pokerface ogenschijnlijk nonchalant achter haar, aan die massieve billen vastgeklemd. Terwijl Cherry toch niets met de nog veel te kleine Jimmy heeft, had ze hier kennelijk geen bezwaar tegen. Er stonden op zeker moment nóg vier, vijf stelletjes te schuren, tot ik het niet meer kon aanzien en er een einde aan maakte, maar er waren ook Surinaams-Antilliaanse meisjes die dit droogneuken ordinair vonden, er ook niet aan meededen en met neergetrokken mondhoeken toekeken – maar zo’n meisje is Cherry dus niet. Cherry is zo’n meisje dat, vrezen sommigen, wel eens aan een loverboy ten prooi zou kunnen vallen of al op haar vijftiende zwanger zal zijn, ook al omdat zij niet de slimste is, en omdat het thuis ook niet echt lekker loopt.

Ik weet van thuis iets af, niet veel, dat ze vaak ruzie met haar moeder heeft, soms bij de Marokkaanse buurvrouw slaapt, soms bij een tante in Amsterdam-Oost. Ik weet ook dat Jeugdzorg zich bemoeit met dit gezin, waar geen vader is maar wel een vriend van moeder met wie Cherry niet veel op heeft.

Deze ouderavond in ieder geval zitten moeder en Cherry om zo te zeggen gebroederlijk naast elkaar en is Cherry weer bijna voortdurend dat kleine, verlegen meisje dat ze in de klas maar zo zelden is. Volgens moeder gaat het de laatste tijd beter, Cherry beaamt dat, en ik zeg dat het op school ook beter gaat, dat Cherry heel goed zelfstandig kan werken, het werk dan ook heel goed doet, en dat ze minder spijbelt. Helemaal waar is het niet, want ja, Cherry spijbelt wel minder maar nog steeds substantieel: in plaats van halve en hele dagen alleen nog de laatste twee uur, of de eerste twee. Enige wroeging voel ik daarom wel, dat ik nu niet eerlijk ben tegen haar moeder die, hoewel kennelijk niet de beste moeder, toch haar moeder is.

Maar de vrees dat het maar zo heel weinig zou helpen tegen deze moeder te zeggen dat haar dochter spijbelt, dat dat alleen maar tot meer ruzie zou leiden, geeft toch de doorslag. Voor mijn relatie met Cherry is het daarentegen een kans haar vertrouwen te winnen – en als Cherry mij niet moet is het eind zoek, dan blijft ze nog veel vaker weg.

Maar als ze mij vertrouwt en zich door mij gewaardeerd voelt, blijft ze misschien komen. Ik weet het ook niet. Het blijft knagen. Ik wacht de resultaten af.