Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (16)

De Surinaamse Marcello, voor zijn dertien jaar een grote jongen, is in de kantine vaak zo druk dat andere kinderen hem uitschelden voor «ADHD». In de klas is Marcello vooral erg eigenwijs — het is een van de eerste dingen die Regina, zijn mentor, deze ouderavond tegen Marcello’s moeder zegt. Ikzelf heb de moeder van Marcello één keer eerder gesproken, en vond het toen een nogal veeleisende vrouw, die zich afvroeg waarom haar zoon zo vaak vrij had. Hij was toch een jongen met leermoeilijkheden, en dit was toch de leeftijd om te leren, waarom had hij dan op zoveel dagen maar tot half één les? Ze had daarin groot gelijk, maar wij, die nogal overhaast met een praktijkschool waren begonnen, hadden onze zaakjes — het rooster bijvoorbeeld — nog niet wat je noemt op orde. Inmiddels, de tweede keer dat ik haar zie, loopt alles beter, en misschien draagt dat bij aan de veel ontspannener indruk die Marcello’s moeder nu maakt. Toen wilde ze ook nog weten of er een oudercommissie was, en waarom die er dan niet was, waarom Marcello maar zo weinig huiswerk kreeg, dat Marcello niet goed was in wiskunde en wat er werd gedaan aan remedial teaching — en ik kon niet anders dan de ene na de andere vraag beantwoorden met een erkennen van ons falen.

Opnieuw valt me op dat zijn moeder eigenlijk hetzelfde eigenwijze gezicht heeft als haar zoon. Regina laat moeder Marcello’s rapport zien, dat er heel aardig uitziet, en zegt dat Marcello zeker goed is in haar vak, beeldende vorming, maar dat het jammer is dat hij zoals gezegd zo eigenwijs is. Of dat was misschien niet goed uitgedrukt, de jongen mocht best eigenwijs zijn, als hij een eigen «invulling» aan de opdracht wilde geven, oké, des te beter zelfs, maar dan wilde ze wel een soort plan van aanpak zien, wát wilde hij dan precies doen, en hoe, dan zou ze hem kunnen bijsturen.

Marcello ondertussen zit er lief en rustig bij, naast zijn moeder, ietwat verlegen glim lachend. Regina benadrukt nog eens dat hij best zijn eigen gang mag gaan maar dat het belangrijk is om te overleggen. Altijd even vragen: ik wil dit en dat, hoe kan ik dat het best doen? Niet in je eentje blijven werken maar hulp vragen, zo zou hij het meest leren. Maar dat doet hij dus niet, zegt Regina. Als ik hem vraag wat hij van plan is, wil hij niks zeggen. Ze zegt dat ze dat niet goed begrijpt, en dat het tot gevolg heeft dat ze Marcello wat afstandelijk vindt. «Het is moeilijk contact met hem te krijgen. Hij kan ook erg dwars zijn.» Het gezicht van Marcello betrekt nu, de glimlach verdwijnt, en hij ontwijkt de blikken van moeder en mentor.

Voorzichtig oppert Regina dat een zekere faalangst hem misschien parten speelt — en het blijkt iets wat zijn moeder herkent, ze lijkt er zelfs blij mee dat wij dat op school ook zien, een bevestiging toch. Ze zegt dat het haar vaak moeite kost hem zijn huiswerk te laten maken, vooral wiskunde. «Ja», zegt Regina, «hij moet echt leren hulp te accepteren, en vooral ook te vragen. Hij heeft talent en hij kan veel maar hij is nog jong en hij moet ook nog veel leren.» Moeder kijkt Marcello nu liefdevol aan met een blik van: nou, en wanneer ga je dat nou eens doen, hulp vragen, en Marcello knikt deemoedig, met deze conclusie kan hij leven.

Als moeder en zoon vertrekken, praten Regina en ik nog wat over Marcello na. Ik opper dat hij die faalangst vermoedelijk aan zijn moeder dankt — «ze stelt even hoge eisen aan hem als aan onze school» — en Regina zegt: zag je aan zijn gezicht hoe fijn-ie het vond dat-ie een compliment kreeg waar zijn moeder bij was? Zo timide heb ik hem nog nooit gezien. Ze zegt dat ze nu beter begrijpt waarom ze hem vaak zo afstandelijk vindt. «Marcello wil bewonderd worden. En met mijn opdrachten kan hij zich niet van zijn klasgenoten onderscheiden. Hij moet iets uitzonderlijks doen. Maar hij durft niet te zeggen wat hij van plan is want hij zou wel eens kunnen falen, en dat wil hij een stap voor blijven. Daarom krijg ik geen contact met hem. Hij kán niets zeggen… En ondertussen», vervolgt ze, «lukt het hem maar niet dat meesterwerk te maken want daarvoor heeft hij de techniek niet in huis. En dan wordt hij dwars, heeft hij plots toch maar geen zin meer, laat zijn werk in de steek en gaat gek lopen doen, andere leerlingen lastigvallen.»

«Had jij niet eens gezegd dat hij had gezegd dat hij kunstenaar wilde worden?»

Regina knikt.

«De eerste kunstenaar van onze praktijkschool. Hij heeft wel de juiste instelling toch?»