Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (18)

Miguel is eruit gestuurd, maar zegt dat hij niks gedaan heeft. «Dus de juffrouw heeft je eruit gestuurd zonder dat je iets hebt gedaan?» vraag ik hem, en hij knikt van ja. «Dus als ik nu met jou naar de juf toe loop, dan zegt ze: ja, ik heb Miguel eruit gestuurd, maar hij heeft eigenlijk niks gedaan?» Daarop blijft het stil.

Niemand heeft veel contact met Miguel, een nog kleine, Surinaamse jongen van dertien jaar met een donker, fijn getekend gezicht. Hij is bijdehand, streetwise, ook wel op een leuke manier: als hij op het schoolplein op een bankje in de zon zit, en de conciërge, die twee keer zo groot is, zegt tegen hem, nogal bot: «Schuif eens wat op, je zit op mijn plaats», zegt Miguel: «Waar staat je naam dan?» Hij is een jongen die afstand houdt, en meestal kijkt hij boos. Nu hij tegenover me zit, houdt hij zijn blik vrijwel voortdurend gericht op de tafel, het is maar af en toe dat hij mij aankijkt. Miguel vertrouwt niets en niemand.

Ik loop samen met hem naar lokaal 2, en zeg in de deur opening tegen Monique, met Miguel naast mij: «Je hebt Miguel eruit gestuurd maar hij zegt dat hij niks gedaan heeft…»

«Hij heeft geen manieren», zegt Monique hoofdschuddend, terwijl ze Miguel strak aankijkt: «Hij is brutaal en onbeleefd.»

Ik heb genoeg gehoord en loop met Miguel terug naar mijn kamer. Daar vraag ik hem eens op te schrijven waarom hij denkt dat de juffrouw vindt dat hij geen manieren heeft. «Wat zij zegt klinkt toch anders dan wat jij net zei.»

«Ik kreeg bijna snoep van Martin toen zei de juf tegen hem wil je naar de strafklas? Hij zei nee toen ging ik praten met Diego toen herinnerde de juf dat ik ook naar de strafklas moest. Ik zei nee ik heb niks gedaan toen zei de juf ga uit m’n klas ik wil je niet meer zien in deze klas toen zei ik nee waarom zou ik ik heb niks gedaan toen zei de juf je bent brutaal en hebt geen manieren.»

Ik lees wat hij geschreven heeft — glimlach om dat bijna-snoep-krijgen — en al zie ik dat Miguel zijn uiterste best heeft gedaan zichzelf zo onschuldig mogelijk te maken, iets van de heb-ik-soms-wat-van-je-an-houding wasemt er toch uit op, vooral in dat «nee, waarom zou ik». Ik weet niet wat hij nog meer gezegd heeft, maar het moet meer geweest zijn, anders had Monique hem er niet uitgestuurd. Dus zeg ik: «Ik denk dat je wel brutaal geweest bent Miguel, en dat je dat heel goed weet. Ik wil niet dat dat nog een keer gebeurt, begrijp je mij?»

Deemoedig knikt hij van ja, ik begrijp het. Ik zet ’m aan het werk en als hij een tijdlang braaf bezig is geweest, vraag ik hem of hij nog steeds naar de naschoolse opvang gaat — opvang die door een stichting wordt georganiseerd voor kinderen die op straat hangen; vaak, denk ik, kinderen van alleenstaande moeders die die kinderen niet meer aankunnen. «Ja», zegt hij, «iedere middag», en hij blijft er ook eten, om zeven uur mag hij naar huis.

«En waarom moest je daar eigenlijk heen?»

«Omdat ik vaak door de politie ben opgepakt, we deden verkeerde dingen, met vrienden.»

Het komt er wel erg makkelijk uit, door de politie opgepakt, het is niet eens meer ongewoon voor hem. «En hoe lang gaat het nog door?»

Nog een paar maanden, zegt hij, hij doet het nu een half jaar. Of hij het leuk vindt?

«Nee, het verpest mijn leven.»

«Het verpest jouw leven?»

«Ik zie mijn vrienden nooit meer.»

Ik schud mijn hoofd en zeg: «Nee, dat is niet leuk, nooit meer je vrienden zien, maar misschien is het ook wel goed om sommige vrienden niet meer te zien?» Miguel geeft toe dat zijn leven nu beter is, want nu wordt hij nooit meer opgepakt.

Nadat hij drie kwartier heeft gewerkt, zegt hij dat hij honger heeft. «Heb je geen brood bij je?» vraag ik en hij schudt van nee. «Ook geen geld bij je?» Nee, vergeten. Terwijl ik me afvraag of ik brood voor hem zal gaan kopen, zegt Miguel: «Ik voel me niet goed, mag ik naar de wc?» Als hij terugkomt zegt hij dat hij heeft overgegeven. «Soms moet ik overgeven als ik ’s nachts niet goed heb geslapen.»

«Gaat het nu weer? Wil je wat eten?»

«Ik kan niet eten, ik heb keelpijn.»

Al houd ik er rekening mee dat hij zich nu ook wat aanstelt, want hij doet plots wel erg zielig, een fitte indruk maakt hij toch niet. Ik weet niet waarom hij soms slecht slaapt, ik weet wel dat het niet gezond is van chips en Twix te leven — zoals alle kinderen die geld mee naar school krijgen in plaats van brood. Maar zo weet ik nog wel het een en ander dat niet goed is voor Miguel, en dat ’t soms zo hopeloos lijkt te maken allemaal.