Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (19)

Aan het eind van het lesuur liggen her en der kleurpotloden op de grond en ik weet zeker dat Jelena dat heeft gedaan. De Servische Jelena is veertien jaar, ze is vrolijk en lacht graag en kan ontwapenend kijken, er is iets van de trouwe hond in haar blik, maar ze houdt er niet van beschuldigd te worden. Dus als ik zeg: «Jelena, je komt het lokaal niet uit voor je die potloden hebt opgeraapt», dan wordt Jelena boos – en als Jelena boos is, dan ís ze ook boos. «Wát? Ik heb dat niet gedaan! Nee meester ik ruim die potloden niet op, ik heb die niet gegooid, neehee, neehee, ik ruim ze niet op ik heb sjchijt.» Inmiddels heeft ze zich al mopperend, vloekend, tierend van mij afgekeerd.

Maar het is het begin van de pauze en Jelena houdt er niet van in de pauze alleen in het lokaal achter te blijven, dus als ik nu maar voor de deur blijf staan, zodat Jelena er niet uit kan, dan ruimt ze die potloden uiteindelijk wel op, om ze met een boos gezicht en een harde klap op mijn tafel neer te leggen – neer te slaan, is beter uitgedrukt – om vervolgens het lokaal met een boos en van mij afgewend gezicht te verlaten.

Te wíllen verlaten, want zo laat ik haar natuurlijk niet gaan. «Is dat nou de manier om je te gedragen Jelena? Die potloden op tafel slaan, vloeken, mij niet aankijken, boos weglopen, dat kan zo toch niet Jelena? Ik vraag je alleen iets op te ruimen, tenslotte ben jij degene die met die potloden heeft gegooid.»

«Maar ik niet alleen meester! Je moet altijd mij hebben! Neehee, ik wil niet praten, je maakt me parra meester het is pauze ik wil weg.»

Met parra – straattaal, het zal wel van parano ide afkomstig zijn, maar dat woord kent Jelena denk ik niet – met parra bedoelt Jelena: zo boos dat er niet meer met haar valt te praten, en dat stadium zijn wij nu gevaarlijk dicht genaderd. Vandaag heb ik het er niet voor over, of liever, vind ik het zielig voor Jelena haar in zo’n staat van woede te brengen dat ze begint te krijsen en te huilen tegelijkertijd en dat ze een uur nodig heeft om weer bij zinnen te komen, en ik laat Jelena maar gaan. Ik weet ook: dit meisje bedoelt het niet slecht. Ze mag mij graag. Morgen kan ik weer prima met haar overweg, is ze alles weer vergeten. Laat dit nu maar.

Had ik zelf ook maar in het lokaal moeten blijven. Ik ben even naar een collega gelopen, een paar lokalen verderop, en daar een paar minuten blijven hangen. In die paar minuten is Jelena met die potloden gaan gooien. Misschien heeft een ander ook iets naar haar gegooid. Ik weet het niet, ik kom er ook niet meer achter. Het was in ieder geval niet gebeurd als ik erbij was gebleven.

Het was ook niet gebeurd als Jelena bezig was geweest met iets wat ze leuk vindt. Jelena werkt niet graag uit boeken. In de uren dat wij níet werken aan onze kleine projecten – het nieuwe leren – pak ik soms een boek, het enige boek waarover ik beschik, een boek voor het vak Nederlands en eigenlijk niet bedoeld voor praktijkschoolleerlingen maar voor het vmbo, een niveau hoger. Jelena ziet mij die boeken niet graag pakken. «Nee meester niet die boek meester ik háát boeken meester ik wil die boek niet ik ga niet uit die boek werken meester ik háát die boek.»

Ik begrijp wel waar die haat vandaan komt. Jelena houdt niet van lezen. Ze kan er de rust niet voor opbrengen, ze kan zich zelfs geen paar minuten op een tekst concentreren. Ze begrijpt niet, nooit, waar zo’n korte tekst, hooguit één alinea, nu precies over gaat. Ze kan de vragen dus ook niet maken. Als ik de allermakkelijkste oefeningen uit dat boek opzoek en tegen Jelena zeg: «Je hebt het nog nooit geprobeerd Jelena, probeer het nu eens, ik weet zeker dat jij dit heel goed kan, je bent er slim genoeg voor, je kan het best», dan knikt ze wel van ja maar doet nog steeds niks. Als ik naast haar blijf zitten en we doen het samen, dan gaat het wel, even. Maar zodra ik wegloop geeft ze er de brui aan. Met rekenen idem dito. Zelfs de eenvoudigste sommetjes zijn te moeilijk voor haar.

Eén van de kleine projecten van het Nieuwe Leren had iets met make-up te maken. Dat vond Jelena leuk. Liefst zou ze met Justin Timberlake trouwen en met hem in een grote villa gaan wonen, maar kapster zijn lijkt haar ook wel wat. Ringen, oorbellen, interesseren haar ook, net als kleding. Ze zou dáármee de hele dag bezig moeten zijn en niet bij mij in de klas moeten zitten, want dan gaat ze met kleurpotloden gooien. En zo is het met bijna alle leerlingen bij ons op school. Je moet goed naar ze kijken, ah, dát vinden ze dus leuk, en ze dát dan ook laten doen. Maar daar zijn faciliteiten voor nodig, en andere docenten dan ik. Zonder die faciliteiten en die docenten zijn we vooral bezig leerlingen te pesten. En ja, dan gaan ze terugpesten.