Op school

Bij ons op de praktijkschool (2)

De macht van een woord. Irak. Harry Potter. Dwerg. Eén of twee woorden zijn genoeg om onze leerlingen — leerlingen van onze praktijkschool, een niveau lager dan het vmbo, leerlingen bijna zwakbegaafd — op de kast te krijgen. «Irak».

Ahmed komt uit Irak. Judith is Antilliaanse. Wij zijn gevestigd midden in de Pijp en voor de gymnastieklessen moeten onze leerlingen vijf minuten lopen, naar sporthal De Pijp. Judith hoeft het woord «Irak» maar te laten vallen, vlak achter Ahmeds rug, of Ahmed springen de tranen in zijn ogen. «Oorlog» doet het ook goed.

En dan komt Ahmed zich bij mij beklagen, ik die in de ogen van de leerlingen — allemaal ongeveer dertien jaar — de «directeur» ben omdat ik in onze kleine dependance over zaken van orde ga. Dan maakt Ahmed onmiddellijk rechtsomkeert, gaat niet eens meer naar gymnastiek maar loopt onmiddellijk terug naar school, naar mij. «Judith», zegt Ahmed dan, en in zijn toegeknepen huilstem, in de blos op zijn wangen, en in zijn onrustige, radeloze blik hoor en zie ik de hysterie, de woedende frustratie, de gekmakende onmacht, «Judith zij pest mij wéér meester», waarop enkele bedreigingen aan het adres van Judith volgen, als Judith dit nog één keer doet, dan zal hij, Ahmed…

«Ga eens rustig zitten, Ahmed, vertel mij eens, wat doet Judith dan? Kom even hier zitten.»

«Zij zegt Irak meester, zij —»

Weer volgen bedreigingen, Ahmed kan eigenlijk alleen nog maar denken aan wraak, aan hoe hij Judith het voor eens en al zal afleren nog met hém… Maar zo zit Ahmed niet in elkaar, het is geen vechtersbaas, het is een lieve jongen, en hij kan niet tegen Judith op en hij weet dat. Vandaar dat hij zo overstuur is.

In dit geval, althans volgens Ahmed, heeft Judith «zomaar» «Irak» gezegd — zonder een provocatie van zijn kant, bedoelt hij. Dat «Irak» volstaat om als pesterij te fungeren, verbaasde mij aanvankelijk, zo druk hoefde Ahmed zich daar toch niet om te maken? Nu, nu ik onze praktijkschoolleerlingen wat beter leer kennen, verbaast het mij niet meer, ik begrijp ook wel dat dat «Irak» van Judith niet zomaar een leeg woord is, dat het integendeel is gevuld met een bijtend leedvermaak om de oorlog daar, om de vernietiging en vernedering van het land van Ahmeds ouders. Maar wat ik nog steeds niet goed begrijp is dat Ahmed zich om dat ene op zich toch neutrale woord zo druk blijft maken. Kan hij het niet gewoon negeren?

Judith is niet de beul van de school. Judith is zelf ook kwetsbaar. Het is een stevige meid van dertien jaar, een kop groter dan de meeste leerlingen, maar even gevoelig voor pesterijen als Ahmed. «Harry Potter». Ze draagt een bril, Judith, niet eens de bril van Harry Potter, niettemin heeft die bijnaam de macht haar in tranen te brengen. Judith is vaker bij pesterijen betrokken dan Ahmed, ze maakt ruzie met veel meer leerlingen — nu eens is het Judith die zich komt beklagen, dan weer zijn het anderen die zich over haar beklagen, zegt de kleine Fatima dat Judith «dwerg» tegen haar heeft gezegd, iedere dag komt er, in verband met Judith, wel iemand naar mij toe. Ik heb de neiging het allemaal niet meer zo hoog op te nemen, misschien omdat dat pesten vaak zo futiel aandoet. Waar maken ze zich nou eigenlijk druk om?

Vast staat dat het elkaar bijna voortdurend pesten op onze praktijkschool, onder onze praktijkschoolleerlingen, er eenvoudig bij lijkt te horen; het komt zelfs zo veelvuldig voor dat het mij onuitroeibaar lijkt, wat iets zegt over het gevoel van machteloosheid dat mij van tijd tot tijd bekruipt. Ja, het pesten lijkt er evenzeer bij te horen als het in de pauzes op het schoolplein duwen en trekken aan elkaar, nog helemaal het gedrag van basisschoolleerlingen. Soms denk ik dat pesten eenvoudig een van de vele vormen is van het duwen en trekken aan elkaar.

Maar het is ook meer. Onze leerlingen zijn niet alleen nog erg jong, ze zijn ook onzeker, hebben vermoedelijk maar weinig zelfrespect, hebben ook maar zo weinig meekregen, komen ook vaak uit gezinnen waar het een en ander aan de hand is. Daarmee voldoen ze aan het profiel van de pester — maar ook, vrees ik, aan dat van de gepeste. Ook daarom is het zo leuk, zo lonend, krijgt het pesten op onze school de kans te bloeien — het is altijd raak. Irak. Harry Potter. En daar rennen de kinderen alweer naar hun «directeur». Er is zo weinig voor nodig om effect te sorteren.