Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (20)

Ik hou het een paar dagen vol de Servische Jelena haar recalcitrante en vooral luidruchtige gedrag niet aan te rekenen, dat schreeuwen dat ze «die boek niet wil», dat ze «die boek haat», en ik hou het een paar dagen vol andere dingen voor haar te verzinnen, maar het wordt me te veel als ze behalve recalcitrant ook gewoon lui, brutaal en nog luidruchtiger dan ze toch al is begint te worden. Het is niet zo dat ik me voorneem in te grijpen, het gebeurt spontaan, als ik het gehád heb met haar. Het moment kiest ze in feite zelf, als ze na de pauze luid schreeuwend de trap op loopt, op naar de tweede verdieping, op naar mijn lokaal.

Ik loop een paar meter achter haar en hoor dus heel goed dat het Jelena is die begint te schreeuwen, gewoon, ongearticuleerd schreeuwen, bijna als een baby maar dan met de stem van een meisje van veertien jaar, een stem als een klok, en ik hoor ook heel goed dat andere leerlingen die tegelijkertijd de trap op lopen onmiddellijk mee beginnen te schreeuwen. Van het ene op het andere moment erger ik me kapot aan dit belachelijke gedrag, van leerlingen die zich de vrijheid die ze met het Nieuwe Leren hebben gekregen ook daadwerkelijk hebben toegeëigend, in bijna iedere denkbare vorm – maar van al die vormen is lawaai maken de meest populaire. «Jelena! Kom hier! Nu meelopen!» En ik loop met een boos gezicht en een boze Jelena achter mij aan de trap weer af, linea recta naar de kamer van de directeur, die er niet is, en bel onmiddellijk haar vader.

Op het moment dat ik haar vader aan de lijn krijg, springen de tranen in haar ogen, op het moment dat ik de hoorn weer neerleg, kijkt ze me met haat in haar ogen aan. Om de een of andere reden doe ik er daarom nog een schepje bovenop. «Jelena, wegwezen nu, naar huis, ik wil je niet meer zien. Maandagochtend kom je weer op school, mét je vader.» En als ze even niks zegt: «Waar wacht je nog op? Wegwezen.»

Ah rot op flikker! Wat is dit voor school ik kom niet meer naar die school – terwijl ze opstaat en de kamer van de directeur uitloopt is het de beurt van Jelena in woede uit te barsten, een woede vermengd met tranen. Ik loop niet achter het vloekende, tierende meisje aan. Ik weet dat een in hysterische woede ontstoken Jelena in staat is alles te zeggen, dat het het beste is haar nu maar te laten. Maandag zien we wel weer verder.

Trots ben ik hier niet op. Nee. Al op de trap, al op het moment dat ik Jelena op de trap zo bars toespreek, weet ik: ik doe dit niet goed. Maar ook ik heb momenten dat ik mezelf, of beter, mijn ergernis, niet meer in de hand heb. Ik weet op die trap ook al dat ik het zover zal drijven dat Jelena over haar toeren raakt maar ik weet niet hoe ik het anders moet doen, hoe ik ervoor kan zorgen dat Jelena zich in de klas weer normaal gaat gedragen. Ik ben er ook niet meer voor in de stemming te zoeken naar andere wegen: al te geërgerd, en in mijn onmacht geef ik Jelena niet eens meer de kans te buigen, ben ik er alleen nog op uit het meisje te breken.

Haar vader, een Servische gastarbeider, hier gekomen toen Jelena één jaar oud was, lijkt op haar. Het is een aardige man met een vriendelijk gezicht, die me vertelt dat Jelena thuis ook koppig kan zijn, kan schreeuwen, vooral tegen haar moeder. Vertelt me ook over een oudere zus van Jelena, met wie het fout is gegaan, die met de verkeerde jongens omging, aan de drugs is geraakt. Hij zegt dat hij zich zorgen maakt over Jelena. Hoe kan hij ervoor zorgen dat zij dat pad níet kiest? Dat ze haar school afmaakt? Werk vindt? Hij zegt dat hij er eigenlijk op hoopt dat ze snel zal trouwen, met een goede jongen.

Bij het afscheid vraagt hij wanneer Jelena weer naar school mag. Ik zeg dat ze vandaag alweer had mogen komen, dat ik eigenlijk had verwacht dat ze met hem mee was gekomen. We spreken af dat ze morgen weer naar school komt – en de rest van de dag spookt het gesprek dat ik met deze man heb gehad door mijn hoofd, de zorgen die hij zich maakt, de openhartigheid waarmee hij over zijn eigen onmacht heeft gesproken. Ik denk: wat, wát bieden wij Jelena op onze praktijkschool, die nog maar zo weinig een praktijkschool is. Het Nieuwe Leren is evenmin nog van de grond gekomen, kenners zeggen dat dat drie jaar kost.

Nog drie jaar, dat betekent dat een hele lichting verloren gaat, de lichting van Jelena. Zal dit meisje dat maar weinig kan, zal dit o zo beperkte en dus kwetsbare meisje hier toch nog iets leren, vaardigheden, waaraan zij later iets zal hebben? Of zal ze hier, zoals tot nog toe, niets leren en moet ook ik maar hopen dat Jelena later die goede jongen vindt, die met haar wil trouwen?

Magda Rinkema is op vakantie