Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (21)

De meest bijzondere docent op onze praktijkschool is wel Purcy Standar. Het is een warme, goedlachse man, Surinaams, met interessante theorieën over de verschillen tussen Surinamers en Antillianen, en het soort veelzijdige kennis dat de autodidact verraadt, of liever, de man die zijn eigen weg in het leven heeft moeten vinden en in de loop der jaren, hij is nu voor in de veertig, cursus op opleiding op cursus heeft gestapeld — en nog is hij niet uitgeleerd. Bij een dergelijk leven past een keur aan banen, van jeugdwelzijnswerker in gevangenissen tot eigenaar van een kleine supermarkt. Bij ons is hij docent informatica, hij geeft de leerlingen computerles. Ik zeg niet dat hij dat slecht doet, integendeel, maar het is niet waar zijn kracht ligt.

In mijn ogen ligt zijn kracht in het praten met de kinderen — met onze kinderen. Hij doet dat zo anders dan ik het zou doen dat ik, als ik er getuige van ben, er met een zekere gretigheid naar sta te luisteren, want hier kan ik wat van leren. Soms denk ik, waar haalt hij het vandaan, en dan vraag ik me af of het een cultuurverschil is, dat een Surinamer nu eenmaal andere dingen zegt dan ik zou doen. Uiteindelijk zal het vooral met de unieke persoonlijkheid van Purcy Standar te maken hebben.

Hij voegde zich — zo zou hij het denk ik uitdrukken — halverwege het jaar bij ons team, en hij zorgde met zijn vrolijkheid en grappenmakerij onmiddellijk voor leven in de brouwerij. We hadden hem nodig omdat één onzer docenten het op onze praktijkschool voor gezien hield — dit soort kinderen, daar had ze geen zin meer an — en ik kan niet anders zeggen dan dat de klas die die collega tot wanhoop had gedreven, waar al een half jaar chaos heerste, door Purcy binnen een week weer op orde was gebracht. Zo’n klas over nemen, halverwege het jaar, en zo’n klus klaarspelen, dat is niet niks. Purcy is een man die zijn autoriteit laat gelden, en dat hadden de kinderen nodig, ze hadden respect voor hem.

Maar hij laat die autoriteit op een bijzondere manier gelden. Het zit ’m in de manier waarop hij de kinderen toespreekt. Deze moeilijke klas, die nu bij hem wel rustig was maar er bij de tekenjuf nog een puinhoop van maakte, vroeg hij of ze zich wel realiseerden dat je juffrouw naar school kwam om liefde te geven. Dat ze jullie, kinderen, dingen wilde leren, dat ze iets van haar kennis en ervaring door wilde geven, dat ze iets van zichzelf wilde geven, en wat deden zij met dat geschenk? Ze gingen daar niet liefdevol mee om. Ja, de juffrouw kwam om liefde te geven, maar ze was ook een mens, en ze zou het ook fijn vinden om liefde te ontvangen et cetera.

Ik stond erbij toen Purcy de kinderen zo toesprak, en ik was onder de indruk. Hoe kwam hij erbij, vroeg ik me af, de dingen zo te zien? Zelf zou ik in die situatie eerder geneigd zijn er met de botte bijl op te rammen, «en als ik nog één klacht over wie dan ook van de juffrouw krijg…» maar Purcy deed dat heel anders. Soft zou ik hem toch geenszins willen noemen, want als een kind — en let wel: al onze kinderen zijn zo’n dertien jaar, brugklassers nog — al te vervelend blijft doen, laat hij het rustig voor straf een kwartier op de grond zitten, naast zijn lessenaar. De kinderen doen dat ook bij hem.

Een klas waarin de kinderen alleen maar ruzie maken met elkaar, en die klassen hebben we, zo’n klas legt hij uit dat een klas een team is, en dat klasgenoten teamgenoten zijn, en dat teamgenoten elkaar helpen in plaats van elkaar te pesten. Zelf noemt Purcy zich dan de coach van het team, en als het weer eens misgaat roept hij onmiddellijk Time out!, met bijbehorend gebaar, zoals basketbalcoaches dat doen. Dan neemt hij de tijd om de kinderen uit te leggen dat je met pesten geen vrienden maakt omdat pesten pijn doet, en dat teamgenoten juist met elkaar samen werken. Dat je daarom ook goed naar elkaar moet luisteren, want hoe kun je anders weten wat je teamgenoten willen? En zo gaat Purcy dan nog een tijdje door, onvermoeibaar alles vanaf de basis uitleggend, terwijl ik denk: maar waarom denk ík er nooit aan deze kinderen dit soort dingen uit te leggen, het zijn precies de dingen die ze, op hun gedrag afgaand, niet lijken te weten. Je moet er wel lef voor hebben.

Omdat onze school krimpt is Purcy er vrees ik volgend jaar niet meer bij. Last in, first out. Dat soort mensen wegsturen is je leerlingen tekortdoen.