Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (22)

Volgend jaar moet het allemaal anders. Ons onderwijs gaat op de schop. Te zijner tijd moet de hele school eraan geloven, maar we beginnen op de praktijkschool. Misschien omdat de praktijkschool maar een kleine afdeling van ons grote vmbo is, dat houdt het overzichtelijk, misschien heeft het ook iets met ons soort leerlingen te maken, die je het beste maar bezig kunt houden, want uit boeken leren, daar zijn ze niet goed in.

Ja, het moet allemaal anders. Ikzelf ben groot voorstander, ik zeg het er direct bij. Al die jaren dat ik op school zat, en al die jaren dat ik zelf voor de klas stond, ik wil niet beweren dat al die jaren — twintig? dertig? — één langdurige strijd tegen de verveling zijn geweest, integendeel, maar om nu te zeggen dat ik er veel geleerd heb, en dat ik mijn leerlingen zo veel heb geleerd… Nee. Alles wat ik als middelbare scholier heb geleerd, ben ik vergeten. Van schei-, natuur- en wiskunde weet ik helemaal niets meer. Engels en Frans heb ik er geleerd, en ook onthouden, maar dat is alleen omdat ik die talen heb gebruikt. Trouwens, pas na de middelbare school leerde ik boeken lezen in het Engels en in het Frans, gewoon, door vol te houden, woorden op te zoeken, die te leren, maar vooral: omdat ik me begon te interesseren voor taal, en voor literatuur. Ik weet: dit klinkt als een boutade, dat is het ook, maar er zit waarheid in — hoe veel moet ieder voor zich maar nagaan.

Hoe dan ook, de middelbare school was niet leuk om wat je er leerde, die was leuk óndanks dat alles. Die was leuk omdat je er lol had met vrienden, omdat er leuke meisjes rondliepen en aardige, idiote of juist inspirerende leraren, die was leuk omdat het één groot sociaal experiment was, omdat je er leerde — door schade en schande, met pijn en moeite, op die moeilijke leeftijd — wie je zo ongeveer was. Op de middelbare school lopen zo veel verschillende mensen rond, van jouw leeftijd, jonger en ouder, en dan zijn er ook nog die vakken waarmee je in aanraking komt, al die nieuwe dingen, dat een rijkere omgeving niet denkbaar is. Dát maakte de middelbare school leuk. Al die dwang was daaren tegen weer vervelend. Het eerste uur natuurkunde, het tweede Duits, het derde Nederlands. Wat leerde je daar? Ik kan het me niet herinneren, ik herinner me wel allerlei incidenten, ik herinner me ook de karakters van de docenten, en van veel medeleerlingen, maar de lesstof? Nee, niets.

Dus de middelbare school zelf hoeft niet op de schop, maar aan het systeem — een woord uit de jaren zeventig, mijn middelbareschooltijd — kan wel degelijk het een en ander verbeterd. Dat gaan we nu op onze praktijkschool doen. We gooien de leerboeken weg en we gooien de lesroosters weg, en het klaslokaal eigenlijk ook — het is beslist een grote stap. We volgen nu al een paar dagen cursus, hoe we het volgend jaar zonder boeken en zonder rooster moeten doen, en ik moet zeggen: ik begin er steeds meer zin in te krijgen.

Wat we gaan doen is, in het nieuwe jargon, werken met prestaties. Ik zou dat woord prestaties tussen aanhalings tekens kunnen zetten, maar laat ik dat nou eens niet doen. Wat wij gaan doen is de leerlingen opdrachten geven — of nee, want dat mag nu net niet, we laten ze kíezen uit een heleboel opdrachten. Het nu al klassieke voorbeeld van zo’n opdracht — lees: prestatie — is: koop een oude auto op de sloop, knap hem op en verkoop hem weer. Het is een goed voorbeeld. De leerlingen, in een groepje van vier, moeten dat dan gaan doen, ze moeten alles zelf doen, naar de sloop, praten met de eigenaar, auto uitzoeken, auto naar school laten brengen, opknappen, koper zoeken. Ze moeten overleggen met elkaar, taken verdelen, samenwerken. Ze krijgen er een maand voor. Ondertussen werken ze ook nog aan een andere prestatie («Leg op het schoolplein een bloementuin aan waar een zo groot mogelijk deel van het jaar bloemen bloeien») en tussen het werken aan de prestaties door worden ze door ons, leraren, gecoacht, wij gaan dan ook coach heten. En wij gaan «workshops» geven (hier wél de aanhalingstekens) om de leerlingen dat te leren wat ze nodig hebben om de prestatie tot een goed einde te brengen.

Wat is nu het cruciale verschil? Een leerling kiest wat hij wil doen, wil leren. We zorgen voor een heleboel prestaties, dus keuze zat. Hij is dus gemotiveerd. Dan loopt hij tegen problemen aan, weet iets niet, kan iets niet. Dan wil hij dat leren, en dat leren wij hem dan. Uiteindelijk is er een product waar hij trots op kan zijn, en metterdaad heeft hij een heleboel geleerd, kennis, vaar dig heden, en ook allerlei sociale dingen zoals samenwerken. Het klinkt als een utopie en dat is het ook. Er zitten haken en ogen aan. Maar we gaan het toch echt doen. Volgend schooljaar, op onze praktijkschool. Maar eerst moet dit schooljaar nog af.