Bij ons op school

Bij ons op de praktijkschool (4)

Omdat we vorig jaar pas begonnen zijn met de praktijkschool weten we nog niet waar onze leerlingen terecht komen. Wat gaan ze straks doen? Eerlijk gezegd weten wij ook niet waar we de leerlingen eigenlijk voor opleiden. Volgens sommige van mijn collega’s mogen we al blij zijn als ze het schoppen tot assistent-vakkenvuller. Feit is dat ze straks niet eens een officieel diploma krijgen, voorzover ik weet bestaat er niet zoiets als een praktijkschooldiploma. Waar wij ons aan vasthouden is dit: dat ze zich als ze van school zijn moeten zien te redden in de maatschappij. Dat is waar we naartoe werken.

Dus doen we dingen waarvan we denken dat ze zinvol zijn. Een tekst leren typen op de computer. Rekenen. Het vak verzorging staat op het rooster, daaronder valt ook seksuele voorlichting. Bij wat wij noemen de beeldende vakken doen ze creatieve dingen met hout, met textiel, met papier-maché. Ze maken er ook tekeningen en collages. In de keuken koken en bakken ze eenvoudige gerechten. Waar het intussen méér nog om gaat, is dat ze met elkaar leren samenwerken, leren na te denken voor ze iets doen, zich leren gedragen, «sociaal vaardig» worden. Maar waar het vooral om gaat is dat ze een beeld krijgen van wie ze zijn, wat ze leuk vinden, wat ze kunnen. Voor iemand met een IQ van 140 kan dat al lastig zijn, lastig genoeg om er een leven lang mee te worstelen; voor onze leerlingen, met gemiddeld een IQ van zeventig, is het misschien ondoenlijk, ik weet het niet.

Ze hebben ondertussen al wel een beeld van hun toekomst, of liever, ze hebben zo hun dromen. Nabila bijvoorbeeld, een veertienjarige Marokkaanse met hoofddoek, vrolijke bruine ogen, een kletskous, om niet te zeggen schreeuwlelijk, denkt – als ik de leerlingen vraag eens voor me op te schrijven hoe hun leven er over twintig jaar uit zal zien – dat ze een eigen bedrijf zal hebben.

«En me man werkt bij telefoontje maar wat jamer is dat ik die bedrijf niet heb want ik moet op mijn kinderen pasen maar me man werk nog steeds gelukig»

Dus dat eigen bedrijf, begrijp ik, is eigenlijk van haar man. Ik vermoed dat «telefoontje» iets met mobiele telefonie te maken heeft.

De eveneens veertienjarige Marokkaanse Ouafa, klein pittig jongensachtig ding, in haar gedrag helemaal het rappe straatjochie, altijd overal bij en altijd overal hoorbaar, wil later in een ziekenhuis werken. Wat ze daar precies zal doen, weet ze nog niet. Wel schrijft ze nog: «Mijn advies is gemenaatsijum.» Daarmee bedoelt ze dat wij haar straks, na de praktijkschool, naar het gymnasium zullen sturen, dat wij haar dat advies zullen meegeven.

De nog even kleine Zoubir, een rustig jongetje, zal later «in een groot gebouw» werken, veel specifieker is hij niet, behalve dan dat hij nu al weet dat hij daar «heel veel geld» zal verdienen. Hij zal dan tevens de bezitter zijn van «een mooi BMW en Mersedes». Zoubir is nog erg jong, natuurlijk, als al onze leerlingen. De meeste denken in de toekomst indrukwekkende auto’s te bezitten. Genoemd worden, letterlijk: porsh, lemosin, vette auto, 4 auto’s, jeep, lexus, virari, ferari, farari.

De Marokkaanse Hakima, een grote stevige meid die er deze eerste weken veel aan doet mij te laten merken dat ze mij niet moet, zal later eigenaar zijn van een «mode beuro en me eigen merk kleren en me eigen modelen. mij merk is internatcionaal.»

Jelena, uit Servië, zal, eenmaal getrouwd met Justin Timberlake, «een groot villa met hem hebben». Ze wil kapster worden, hoewel, «het moet wel een leuk baan zijn. En dan wil ik me rijbewijs hebben, als ik het kan, te minste.»

Het mag duidelijk zijn dat sommige leerlingen grootse verwachtingen hebben: ze zien zichzelf niet alleen als werkend in een groot gebouw, maar ook als advocaat, ruimtedeskundige, archeoloog, of als «gewoon eigenaar van een heel groot bedrijf». Deze ambitieuze groep bezit over twintig jaar niet alleen die dure auto’s maar woont ook in een groot, groote of grote vila, viela, fila of villa, dat spreekt.

Een tweede categorie is iets bescheidener en wordt later modeontwerpster, verpleegster, rechercheur, stewardess, actrice, automonteur, verloskundige, kok, of heeft anderszins «een mooie baan waarmee je mooi geld verdient». Een laatste categorie werkt straks, zoals men het zelf formuleert, in de bouw, bij Dirk van den Broek, in de administratie, als winkel assistent. Het zijn, me dunkt, bescheiden dromers, realisten.

De Surinaamse Kenneth ten slotte, een rustig jongetje dat toch al een goede bekende van de politie is, zoals dat heet, zou graag een beroemde rapper worden. Hij heeft er een duidelijk beeld van, van hoe het zal gaan: «Ik dacht dat ik het nooit zou maken als Rapper maar toen ik op m’n 14e op podium ging werd ik bekend als lil’ thug het was zo mooi Duizenden mensen als publiek om mij aan te moedigen.»