Bij ons op school

Bij ons op school

De laatste lessen zijn gegeven, het schooljaar is voorbij. Het was een ander jaar dan anders. Ik heb de neiging dat met Pim Fortuyn in verband te brengen. We geven les op een vmbo, onze leerlingen komen allemaal uit het buitenland, dit jaar hadden we minder geduld met ze. Het lijkt alsof ons geduld op is. Bij lastige leerlingen denken we nu — iets dat we vroeger nooit dachten of in elk geval niet zeiden: wat komen die lui hier eigenlijk doen?

Er waren meer zieken dan ik me van enig ander jaar kan herinneren. Ik heb me daaraan ook meer dan ooit geërgerd. Een zieke collega betekent dat jij zijn lessen kunt overnemen — en de schoolleiding kan nog zo zeggen dat dat volgens de CAO je plicht is, dat je betaald krijgt voor vervangingsuren, dat dat «verdisconteerd» is in je salaris, voor het gevoel krijg je er toch niet voor betaald, want als die collega niet ziek is, hoef jij die uren niet te geven. Je krijgt dan de neiging, althans ik, het die collega kwalijk te nemen dat hij wéér ziek is, of nog steeds — maar ik begin dat nu ook anders te zien. Misschien is de school zelf een «ziekmakende omgeving» geworden.

De problemen met personeelstekorten zijn bekend. Maar in het gebouw waar ik werk was dit jaar voldoende personeel. Er werken goede mensen, maar er werken ook mensen, en dat zijn er te veel, die je niet voor een klas zou moeten zetten. Voor die mensen is het onderwijs — die schijn heeft het althans — een van de weinige plekken waar ze nog een baan kunnen krijgen, een goede baan met een niet eens zo heel onredelijke salariëring en vooral veel — doorbetaalde — vrije tijd.

Lesgeven is een baan die tegelijk weinig en veel eisen stelt. Weinig: je wordt niet gecontroleerd in de klas, je kunt daar praktisch doen wat je wilt. Veel: als je het niet goed doet voor de klas ga je onderuit, en dan duurt een jaar lang.

Met onze leerlingen doe je het al snel fout. Wie gelezen heeft wat ik hier de afgelopen maanden over onze school schreef, heeft een beeld van onze leerlingenpopulatie. Voor wie die paar stukken heeft gemist: onze leerlingen zijn moeilijke leerlingen. Van de onderwijs inspectie kreeg onze school een voldoende, niet zozeer omdat wij nou zo goed lesgeven maar omdat wij «een zeer kwetsbare groep leerlingen van de straat houden». Zo stond het er niet letterlijk, maar mijn parafrase doet de oorspronkelijke formulering beslist geen geweld aan. En de onderwijsinspectie heeft gelijk. Wij houden ze van de straat: de twaalf- tot achttienjarige Marokkanen, Turken, Afghanen — enfin, noem alle alloch tonen maar op. We leren de nieuwkomers onder hen Nederlands en bieden allen — toch meer of minder ontheemden — een omgeving die in een aanzienlijk aantal gevallen stabieler is dan die thuis.

Dat is al heel mooi — dat vond de onderwijsinspectie ook. Maar het kan nog veel mooier. Je zou op onze school, een school die dat bij uitstek nodig heeft, met de beste docenten kunnen werken — dan zul je ze meer moeten betalen. Dat alleen al zou het ziekteverzuim sterk terugdringen. Je zou voor goed lesmateriaal kunnen zorgen, want het huidige lesmateriaal is voor onze, grotendeels zeer beperkte kinderen vaak nog van te hoog niveau. Dat is frustrerend voor die kinderen, wat ook het lesgeven frustrerend maakt. Je zou bovendien het lesrooster voor onze leerlingen veel interessanter kunnen maken dan het nu is, want nu is het veel te eenzijdig, te saai. Ook dat komt het lesgeven niet ten goede.

Je zou de ouders veel sterker bij de school moeten betrekken dan nu het geval is, want nu zie je ze nauwelijks. Je zou ze moeten dwingen zich aan de school te binden — en niet moeten tolereren dat ze in Marokko zitten en de opvoeding van hun kinderen aan hun oudere kinderen overlaten.

Je zou ook jeugdzorg en politie veel sterker aan de school moeten binden, om er bovenop te zitten zodra er iets misgaat of mis dreigt te gaan.

Ook zou ik de schoolleiding, die op onze enorme monsterschool met meer dan tweeduizend leerlingen die leerlingen en zelfs de meeste leraren niet kent, veel vaker «op de werkvloer» willen zien — want nu kennen ze de problemen die zich daar afspelen ook niet.

De ellende onder onze leerlingen is niet te overzien, en de ellende onder leraren begint vervaarlijke proporties aan te nemen. De onderwijsinspectie noemde onze leerlingen «een zeer kwetsbare groep», maar onze docenten zijn dat inmiddels evenzeer. En zo is de situatie ontstaan dat de ene kwetsbare groep de andere van de straat houdt. Eigenlijk ging dat dit jaar al niet goed.