Opheffer

Bij uitgeverij Branie

‘Kunt u ons vertellen waar uw nieuwe boek over gaat?’

‘Dat kan ik. Het betreft hier een ontmoeting tussen Andreas Baader van de raf en Mohammed B. En als derde heb ik Rosa Luxemburg genomen. Ze komen elkaar tegen in de bezette Palestijnse gebieden en raken dan in een ideologische strijd met elkaar verwikkeld.’

‘Waarover gaat die ideologische strijd?’

‘Die strijd is niet belangrijk. Dat is iets kleins, dat moet de lezer zelf maar lezen. Waar het om gaat is dat je de clash of civilizations ziet, en…’

‘De ober die een belangrijke rol speelt heet ook Mister Huttin Ton…’

‘Zeker… een verwijzing… maar waar het mij om gaat is dat je hier mensen ziet die hun menszijn op het spel zetten. Ze denken alledrie dat ze het beste met de mensen voorhebben… en gaan dan over tot de vernietiging van de mens…’

‘U zegt eigenlijk: ideologieën deugen niet.’

‘Ja, maar er is ook de vraag naar de rechtvaardigheid. Mohammed B. en Andreas B. vinden dat ze strijden voor een rechtvaardige zaak. Ze erkennen de rechtsstaat niet waarin ze leven. Rosa Luxemburg… daarvan kan je zeggen… misschien was er liefde voor Karl Liebknecht die haar motivaties inspireerde, maar ook voor de revolutionaire Konstantin Zetkin…’

‘Liebknecht… een mooi gevonden naam… Knecht van de liefde…’

‘Nee, die heeft echt bestaan…’

‘O… Rosa Luxemburg ook?’

‘Ja, wat dacht u dan?’

‘Luxemburg… Klein landje… waar ze verschillende talen spreken… maar die heeft echt bestaan…’

‘Zeker… Weimarrepubliek… 1919-1933. Een democratie waaruit de Tweede Wereldoorlog is voortgekomen… Je hoort er veel over de laatste tijd…’

‘Weimar… Ja… Terug naar uw boek. Het wordt heel spannend in uw boek als vooral Andreas Baader en Mohammed B. tegenover elkaar komen te staan en ze ieder hun eigen ideologie verdedigen, waarna blijkt dat ze het over de principes eens zijn…’

‘Dat is misschien te sterk uitgedrukt. Ze ontkennen de rechtsstaat waarin ze leven. Daarom zegt B. in mijn boek ook tegen Andreas: “Ze behandelen jou als een moslim”, waarna Andreas zegt: “Nee, ze behandelen jou als een jood.”’

‘Dat begrijpt Mohammed niet. Hij wil dan Andreas doden.’

‘En Andreas wil hem doden, want hij vindt Mohammed een fascist.’

‘Terwijl beiden een socialistische staat voorstaan…’

‘Nee… Mohammed wil de sharia invoeren, Andreas het communisme. En dan komt Rosa Luxemburg… Matrozenopstand in Kiel, maar dan in Palestina… Israël… dan zie je sociaal-democratien versus communisten… Arabieren, joden… gevolgd door een Weimar Koalitie… dat speelt zich af in Ramallah… waarbij sociaal-democraten met een burgerlijke partij samengaan en de dolkstoot wordt voorbereid…’

‘Ja ja… ja, dat heb ik gelezen… dat was erg interessant. Ik dacht: u verwijst naar deze tijd.’

‘Dat heeft u juist gezien…’

‘Wat is de verwijzing precies…’

‘Dat moet ik als schrijver niet vertellen. Maar ik zeg alleen: Wilders, vvd, maar ook Bos, Balkenende, Rouvoet… En vooral sp… Maar dan in een literaire vorm. Het verhaal van deze tijd boeit me enorm. Ik was enorm geschokt door de dood van Pim Fortuyn, en later de moord op Theo van Gogh. Ik mocht in het persoonlijke vlak die Van Gogh niet zo – hij heeft mij van incest met mijn dochter beschuldigd – maar het bracht wel de staat van onze rechtsstaat aan de oppervlakte. Hoe om te gaan met andersdenkenden. Hoe om te gaan met moslims. De analyse bleef maar uit, en daarom heb ik dit boek geschreven.’

‘Ik dank u voor dit gesprek.’

‘Misschien mag ik zelf nog even de titel noemen: “Een ideale staat”. Dubbelzinnig, want hij verwij–’

‘Dank u, we hebben geen tijd meer.’

‘O… bij uitgeverij Branie… Dank u.’