Brazilië op weg naar de verkiezingen #2: Christelijk radicalisme

‘Bijbel ja! Grondwet nee!’

Brazilië laat zien waar haatpredikers, homohaters en vrouwenonderdrukkers – termen die doorgaans de islam ten deel vallen – toe in staat zijn. Het christelijk radicalisme is er doorgedrongen tot in de top van de politiek. Deel 2 van een drieluik voorafgaande aan de Braziliaanse presidentsverkiezingen van 7 oktober.

In de kerk van Silas ­Malafaia, Fortaleza, Brazilië © Mauricio Lima / NYT / HH

De duivel is in jou. Je lichaam wordt geprostitueerd door demonen!’ Opeens stond er een man in pak voor me te schreeuwen. Midden op het drukste plein in het centrum van Rio. ‘Je aanbidt Satan’, prikte hij een beschuldigende vinger tussen mijn ogen. ‘Bekeer je tot Jezus, voor het te laat is.’

Ik keek om me heen. De mensen liepen rustig door. Een zwarte vrouw gaf me een knipoog. Ik begreep er niets van. Wie predikt er nu hel en verdoemenis midden in Rio? De stad van het carnaval en te kleine bikini’s. Van de samba en de uitbundige rituelen, zoals de tienduizenden wit uitgedoste mensen die elk nieuwjaar weer bloemen in de zee gooien voor de Afrikaanse godin Iemanjá. Het grootste katholieke land ter wereld, waarin horoscoop en mystiek belangrijker zijn dan weesgegroetjes.

‘Dansen is van de duivel. Mag niet van God.’ Verbijsterd keek ik Tereza aan. Sinds de pleinschreeuwer was dit de eerste keer dat ik zoiets weer hoorde. En dat uit de mond van deze uitbundige zwarte vrouw. Daar stond ze. Schuldbewust, met de bezem in haar armen waarmee ze even tevoren door mijn huis danste. ‘Wie zegt dat dansen duivels is, Tereza?’ Bedremmeld keek ze naar de grond: ‘De kerk.’

Ze kwam in mijn leven als ongevraagd ‘presentje’ van mijn huisbazin. Decennialang had Tereza voor de bazin en haar kinderen gewerkt, naast de zorg voor haar eigen vier kinderen en alcoholistische echtgenoot. Tot ze zonder pensioen of vergoeding op straat werd gezet. ‘Ze maakt goed schoon’, dropte de huisbazin haar minzaam voor mijn deur. ‘En ze doet de was op de hand zodat je kleren lang goed blijven. Toch, Tereza?’

Ik kocht een wasmachine en sindsdien zwiert Tereza een paar keer per week door mijn huis. Ze zingt samba’s en danst. Maar zodra ze merkt dat ik in de buurt ben, houdt ze schielijk op. ‘Heeft dat ook met die kerk te maken?’ Tereza knikt: ‘Jezus houdt niet van samba, van trommels of vrouwen die hun benen scheren.’ Haar kerk is de Universele Kerk van het Koninkrijk Gods, kortweg de Universal, de grootste pinksterkerk van Brazilië. Het pinkstergeloof is een fundamentalistische stroming van het protestantisme. In hoog tempo verovert het vooral de armen van Latijns-Amerika. In Brazilië belijdt nu dertig procent van de bevolking het nieuwe geloof. In landen als Guatemala, Honduras en El Salvador is dat al meer dan de helft. ‘Er zijn meer bekeringen in Latijns-Amerika dan tijdens de Europese Reformatie’, riep een katholieke bisschop eind vorige eeuw al wanhopig uit.

Hoe is het mogelijk? Een kerk die het eeuwenoude verzet van slaven onderdrukt. Die zeden preekt die haaks staan op de tradities van het land. Waarom zou een vrouw als Tereza daarvoor kiezen? ‘Ik was van de Candomblé’, vertelt Tereza over het geloof dat ze aanhing, voordat ‘Jezus haar riep’. Stralend vertelt ze over de rituele dansen en de extase als de Afrikaanse goden of orixás bezit van haar namen. Waarom is ze overgestapt van het geloof dat katholieke en Afrikaanse elementen combineert naar de dogma’s van dominees? ‘Ik wil vooruitkomen’, antwoordt ze nors.

Het is vrijdagavond. Een fris geverfd paviljoen aan de rand van de sloppenwijk badend in fel neonlicht. Eindelijk neemt Tereza me mee naar haar kerk. Een afgeladen ruimte met witte plastic stoeltjes. De pastor gaat meteen los. Hij preekt over de ‘duivel’ en de ‘krachten van het kwaad’: ‘Geef je over aan de Heer Jezus Christus’, knettert het door een te hard afgestelde microfoon. De pastor verlaagt zijn stem, bijna medelevend: ‘Jullie zijn hier gekomen omdat je miserabel bent, omdat je leven een mislukking is.’ De zaal knikt. ‘Je hebt problemen en schulden. Je weet niet hoe je eruit moet komen.’ Dan hard en beschuldigend: ‘Dat is omdat de duivel in je lichaam zit! Vuile geesten en demonen die voorkomen dat je in voorspoed leeft!’ Er staan mensen op. De voorganger zweept op. ‘Laat de zwarte geesten zich manifesteren.’ De mensen heffen hun handen ten hemel. Sommigen stoten een dierlijk gebrul uit. ‘Zwijg! In naam van Jezus, zeg niets’, roept de pastor en klapt in zijn handen. Opnieuw daalt zijn stem. ‘Heer, bevrijd hen van de vunzigheid die in hen is gedrongen.’

Meer mensen staan op. Ook Tereza. Gesloten ogen, handen omhoog. Langzaam leidt de pastor de zaal naar een hoogtepunt. ‘Demonen, verlaat deze lichamen. Vuile geesten, laat je nu zien en verlaat deze schepselen. In naam van de Heer Jezus Christus! Voor de laatste keer! Ga weg, sssai!’ De zaal gilt als meisjesfans tijdens een concert van Justin Bieber. De grond is bezaaid met kronkelende lichamen. Ik zie hoe ook Tereza’s lichaam schokt van de spasmen.

Ik begin iets van de aantrekkingskracht te begrijpen: wat geesten en extase betreft verschillen deze pinksterkerken niet zo veel van de zwarte religies. Net als de Afrikaanse orixás of goden springen ook hier geesten luidruchtig in en uit lichamen. Alleen zijn de Afrikaanse orixás tegelijk goed en slecht, net als in de Griekse mythologie. In de pinksterkerken gaat het om een versimpeld ‘alle geesten zijn duivels’, behalve die ene ‘heilige’ geest die na de dood van Jezus met Pinksteren op aarde kwam.

Inmiddels is de volgende akte aangebroken. Een live interview met de duivel. Ondanks de collectieve uitdrijving weigerde Satan te vertrekken uit het lijf van een jongeman. Een paar ouderlingen brengen hem bij de pastor. ‘Wat heb je met deze jongen gedaan?’ vraagt de pastor en houdt de microfoon voor de grommende jongen. Uit hem komt een diepe grafstem: ‘Dooood!’ ‘Wat zeg je?’ roept de pastor. ‘Wil je mij dood hebben?’ Hij pakt de jongen bij zijn lurven. ‘Op je knieën! Kniel voor mij, zwarte geest!’ De ouderlingen duwen de kwijlende jongen op de knieën. De pastor schreeuwt. Satan zou de jongen aan ‘homoseksualisme’ hebben gebracht en aan de drugs.

‘Kijk’, onderwijst hij de gelovigen, terwijl de jongen blijft kronkelen. ‘Zo werkt de duivel. Je doet het kwade en je sterft aan de ziektes die dat veroorzaakt. Je bent arm en arm zul je sterven. Ja of nee? Als je niet tegen Satan opstaat gebeurt dat. Maar je moet zeggen: genoeg! Als hij grrrwaah doet, moet je nog veel harder GRRRWAAH terug doen. Ja of nee? Amen.’ Uiteindelijk overwint de pastor. Hij drukt zijn hand op het voorhoofd van de jongen: ‘Ga weg uit dit leven’, brult hij tegen de duivel. ‘Ssssssai! Verdwijn voorgoed met je kwaad en je ziektes, opdat het werk van de Heer geschiede. Amen.’ De kerk brult en jubelt. ‘Hoe voel je je nu?’ vraagt de pastor. ‘Moe’, antwoordt de jongen met zijn gewone stem. ‘Ja, maar hoe vóel je je? Bevrijd?’ Ja, bevrijd, knikt de jongen.

‘Zeg mij na’, gaat de pastor voor in gebed. ‘Mijn leven behoorde mij toe… Maar vanaf nu… schenk ik het aan u… Ik geef alles wat ik heb aan u. Amen.’

Er klinkt gerommel. Aha, de collectezak. Tereza keert haar magere beursje om. De kerk zet een gezang in, nog slepender en valser dan in de gereformeerde diensten uit mijn jeugd. Hier geen swingende gospels of Aretha Franklin-stemmen. De gelovigen moeten in een lange rij voor het altaar gaan staan. Een voorganger geeft aanwijzingen. ‘Neem alles wat je hebt en offer het op het altaar. Vandaag zal God de weg openen voor je financiële succes! Ben je wanhopig, werkloos, heb je schulden? Geef je cheque, je sieraden, je brommer – wij accepteren ook creditcards. En de heer zal je de weg naar financiële rijkdom wijzen. Geef alles wat je hebt, geef ook het laatste. Want God accepteert alleen het ware offer.’

‘Ben je wanhopig, werkloos, heb je schulden? Geef je cheque, je sieraden, je brommer – wij accepteren ook creditcards. Geef alles wat je hebt’

Tereza frunnikt zenuwachtig met haar handen. Ze staat niet in de rij. ‘Ik heb alleen nog mijn huis’, fluistert ze angstig. Ik stel voor dat ik haar wat geld geef om op het altaar te leggen. Heftig schudt ze haar hoofd: ‘Dat helpt niet. God geeft alleen geld als je hem eerst je eigen geld geeft. Je moet alles geven.’

De voorganger blijft preken. ‘Geef wat je hebt, anders verandert je situatie nooit. Bewijs dat je werkelijk gelooft.’ Er staat een lange rij mensen voor hem. ‘Op dit moment van je gift ben je de controle over je financiële leven kwijt. Maar in naam van Jezus, laat het geld stromen. Het geld dat opgesloten zat begint te vloeien. De kraan naar de welvaart gaat open.’

Maar dit is toch niet eerlijk? zeg ik. Mensen die haast niets hebben van hun laatste centen beroven! Tereza haalt haar schouders op. ‘Dit is extra. De vrijdag is van de financiën. Andere dagen zijn voor ziekte en familie en zo.’ Hoezo ‘extra’? ‘Als basis betaal je elke maand je tiende’, vertelt Tereza. Een tiende, niet alleen van wat je verdient, maar van alles wat je hebt, moet naar de kerk. ‘Daarnaast zijn er de enveloppen, de heilige olie uit Israël die je moet kopen’, telt ze op haar vingers. ‘En dus ook de financiën op vrijdag.’

Aanhangers bidden samen met pastor Silas Malafaia. Hij staat bekend als een fel tegenstander van homorechten en abortus, Fortaleza, Brazilië © Mauricio Lima / NYT / HH

De bazen van de nieuwe God-betaalt-úit-kerken zijn niet nederig. De zelfbenoemde ‘bisschop’ van de Universal-kerk is Edir Macedo. Deze voormalige ambtenaar van een lottokantoor stichtte in 1978 de eerste Universal-kerk in de loods van een begrafenisonderneming in een arme buitenwijk van Rio. Van daaruit bouwde hij zijn religieuze imperium op. Hij kruiste God en geld listig in een soort zelf geknutseld evangelie. ‘Ze zeggen dat geld, giften en de tiende van de duivel zijn. Maar God heeft de wereld geld gegeven om hier en nu succes te hebben’, verklaart Macedo in zijn preken.

Alles is erop gericht de gelovigen onder druk te zetten om zo veel mogelijk aan de kerk te geven. ‘Offer zoveel dat het echt pijn doet. Alleen dan laat God gebeuren wat je onmogelijk acht.’ En als je ‘offer’ niet leidt tot de begeerde rijkdom of genezing betekent het dat je niet genoeg geofferd hebt. ‘God wéét wanneer je gokt, wanneer je offer niet in je vlees snijdt.’

Al snel had hij zijn volgelingen genoeg geplunderd om de populairste radiozender van Rio te kopen. Eind jaren tachtig kocht hij de op één na grootste televisiezender van Brazilië. In de extreem populaire speelfilm die Macedo vorig jaar over zichzelf liet maken, doet hij of de aankoop door God zelf is gedaan. Volgens de grondwet mag een kerk geen televisiezender bezitten. Dus knoopt een wanhopige Macedo voor de badkamerspiegel een gesprekje aan met zijn Heer: ‘U weet dat ik dit doe om zielen voor uw Koninkrijk te winnen. Mijn Vader, regel dit voor mij.’ En zie – lichtflits, vioolmuziek – God geeft Macedo zijn zender.

Tien jaar lang deed het Openbaar Ministerie onderzoek naar de schimmige deal. Ook werd Macedo aangeklaagd voor bendevorming, witwassen, oplichting en kwakzalverij. Maar steeds werd hij vrijgesproken. In 2013 werd Macedo door het blad Forbes uitgeroepen tot de rijkste prediker van Latijns-Amerika. Voor Brazilië geen nieuws. Iedereen zag al jaren hoe hij in zijn maatpakken met dikke gouden horloges rondvloog in privéjets van de kerk. Geloof is nu eenmaal belastingvrij. In kranten duiken regelmatig foto’s op van Macedo’s appartementen en landhuizen. Zijn smaak voor pompeuze gouden inrichtingen kan concurreren met die van Trump. ‘Ik preek succes en voorspoed voor de uitgeslotenen’, verklaarde Macedo jaren geleden al als een soort Trump avant la lettre. ‘Dat doe je niet in haveloze outfits. Die mensen volgen je alleen als je zelf rijk en succesvol bent.’

Ook in 2013 wordt tot verbijstering van progressief Brazilië de baas van een van de pinksterkerken benoemd tot voorzitter van de vaste Kamercommissie voor mensenrechten en minderheden. Pastor Marco Feliciano is bekend van zijn standpunt dat je de vrouw geen gelijke rechten moet geven: ‘Dan wil ze gaan werken en geen kinderen meer baren. En om geen moeder te worden bedrijft ze seks met haar soortgenoten. Ten slotte eindigen we in een maatschappij van louter homoseksuelen en sterft de mensheid uit.’

Op filmpjes is te zien hoe hij zijn eigen gelovigen uitscheldt: ‘Samel Souza heeft me zijn creditcard gegeven, maar niet zijn pincode. Dat telt niet! Dat is stelen van God!’ Zijn racisme ‘onderbouwt’ hij met de bewering dat alle zwarte mensen afstammen van de ‘vervloekte’ kleinzoon van de bijbelse Noach. ‘Dat is een feit’, schrijft hij op Twitter. ‘Daarom treft God Afrika met honger, ziektes en oorlogen.’ Een andere bewering is dat de ‘vunzigheid van homoseksuele gevoelens’ leidt tot uitsluiting en moord op gays.

Hoe kon deze man voorzitter van de mensenrechtencommissie worden? ‘Dat ligt niet alleen aan het politieke systeem van partijverkaveling’, verklaarde ex-priester Leonardo Boff destijds. ‘We hebben te laat ingezien dat de contra-Verlichting van de fundamentalistische christenen een politieke macht aan het vormen is.’ In de jaren zestig en zeventig was Boff een van de grote voorvechters van de ‘theologie van de bevrijding’, een stroming binnen de katholieke kerk die in Latijns-Amerika partij koos voor de armen. Met excommunicaties en overplaatsingen heeft de conservatieve paus Johannes Paulus II de beweging de nek omgedraaid. De rechtse ‘theologie van de voorspoed’ van de pinksterkerken is in het gat gesprongen. ‘Autoritair, reactionair en uit op een theocratische staat’, typeerde Boff de beweging. Niet voor niets willen ze artikel 1 van de Braziliaanse grondwet veranderen van ‘Alle macht gaat uit van het volk’ naar ‘Alle macht gaat uit van God.’

Kerkdienst waarbij wordt gebeden voor een mirakel. De Alani-kerk in São Goncalo, Brazilië © Sebastian Liste / Noor

Op het platteland en in de sloppenwijken zijn er nu meer kerken dan bakkers. Vroeger werd ik ’s avonds soms getrakteerd op een prachtig gezongen Ave Maria. Nu waait avond aan avond het getier van de pastors mijn huis in. Ik heb discussies met taxichauffeurs die menen dat de wereld in zeven dagen geschapen is. Cafés, winkels en bioscopen worden omgebouwd tot kerken.

De pinkstergemeenten vormen een grote politieke macht. Zo trouw als de gelovigen hun geld op het ‘altaar van God’ plaatsen, zo gehoorzaam volgen ze ook de aanwijzingen van de pastor bij verkiezingen. ‘Bisschop’ Macedo van de Universal was de eerste die in 2005 een eigen partij oprichtte. Met zijn acht miljoen volgelingen was het geen enkel probleem om zijn partij in de Kamer te krijgen. Zijn neef, ‘bisschop’ Marcelo Crivella, werd senator en partijleider. Totdat Crivella twee jaar geleden gekozen werd tot burgemeester van de miljoenenstad Rio. Hij was voor ‘lijfstraffen’ om gays hetero te maken. In een boek schreef Crivella neerbuigend over ‘de negers’ die hij in Afrika bekeerde. Hun tradities waren ‘immoreel’ en ‘duivels’. Ook zouden ze kinderen offeren. Nu laat hij zich wat voorzichtiger uit. Maar hij verafschuwt het beroemde carnaval van zijn stad. Hij weigert ook stellig de plek waar gevluchte slaven de samba uitvonden tot cultureel erfgoed uit te roepen. Het geweld en de armoede in de sloppenwijken gaat hij te lijf met het plaatsen van stichtelijke straatnaambordjes: de ‘Straat van het Optimisme en de Overgave’ en het ‘Hof van Eden Plein’.

‘Wacht maar’, riep haatprediker Feliciano in 2013 tegen de demonstranten nadat zijn mensenrechtencommissie homoseksualiteit tot ‘ziekte’ had verklaard. Hij liet de ordedienst van het parlement op hen inslaan. ‘Die gedegenereerden krijgen volgend jaar hun vet’, zei hij trots tegen de camera’s. ‘Dan hebben we het grootste evangelische parlementaire blok uit de geschiedenis.’

‘Bij ons krijgen ze een gevoel van eigenwaarde en een nieuw begin. Want God vergeeft, wat ze ook hebben gedaan’

En zo gebeurde. Bij de verkiezingen van 2014 werden 193 pinksterafgevaardigden gekozen. Bijna een derde van het parlement. Meteen zetten ze hun ultraconservatieve triomftocht in. Met hulp van rechtse collega’s wisten ze gelijke beloning voor vrouwen tegen te houden. Ook hielden ze de strafbaarstelling van homofobie tegen, waardoor pastor Feliciano niet veroordeeld kon worden voor homohaat. Een programma voor seksuele opvoeding op middelbare scholen werd weggestemd omdat het kinderen ‘homoseksualisme’ en ‘pedofilie’ zou bijbrengen. Ook kwam er een wetsontwerp om de scheppingsleer op scholen verplicht te stellen.

Opvallend zijn de overlappingen tussen de lobby van pinksterkerken en het pas gevormde rechtse blok van ‘de kogel’. Niet voor niets zat de huidige ultrarechtse presidentskandidaat, legerkapitein Jair Bolsonaro, tot voor kort in de christelijke psc van pastor Feliciano. Sinds het electoraal hof de gevangen genomen linkse oud-president Lula verbood om aan de presidentsverkiezingen mee te doen, staat Bolsonaro bovenaan in de peilingen. Zijn motto is: ‘Brazilië boven alles. God boven allen’. Een samentrekking van de wapenspreuk van het leger en het credo van de pinksterkerken. Twee jaar geleden bekeerde Bolsonaro zich tot het pinkstergeloof en liet zich met veel vertoon dopen in de Jordaan in Israël. De kans is groot dat hij in oktober wordt gekozen. Het keukenmes dat een gek begin deze maand in zijn buik stak, heeft de autoritaire racist en seksist tot slachtoffer verheven.

Voor Brazilië is de alliantie tussen het u-betaalt-wij-draaien-geloof en militaristisch rechts nog nieuw. In Midden-Amerika stamt die al uit de vuile oorlogen van de jaren tachtig. Zo werd legergeneraal en massamoordenaar generaal Ríos Montt van Guatemala met zijn coup in 1982 de eerste pinksterpresident van Latijns-Amerika. Zijn bijnaam was born again butcher. Al sinds 2009 zijn de katholieken in Guatemala in de minderheid.

Ook in Colombia bestaat er een oud verbond tussen de pinksterkerken en de rechtse paramilitairen die tienduizenden burgers vermoordden. Ex-president Uribe (2002-2010), die nauw verbonden is met de paramilitairen en verdacht wordt van massamoord, opereert tot op de dag van vandaag met behulp van de protestante pinksterkerken. In 2016 won Uribe het referendum tegen het vredesakkoord met de Farc voornamelijk dankzij de kerken die hun gelovigen mobiliseerden tegen paragrafen die gelijkheid voor vrouwen en rechten voor homoseksuelen in het akkoord bepleitten. Afgelopen juni werd Iván Duque, een marionet van Uribe, tot president gekozen.

‘Waarom geef je je geld nog steeds aan die rotkerk?’ vroeg ik Tereza op een dag. Ze was weer eens blut. Ook haar zoon Orlando leefde met zijn vrouw en kinderen op haar zak in het sloppenwijkhuisje. ‘De kerk zegt dat je kunt worden wat je wilt’, meende Orlando. ‘Als je maar gelooft.’ Hij wilde voetballer worden. Op zijn veertigste. Elke dag ging hij naar de kerk. ‘God heeft de kraan van de rijkdom nog steeds niet voor jullie opengezet’, schamperde ik. ‘Misschien niet naar de rijkdom. Maar wel naar iets anders’, antwoordde Tereza. Ze vertelde hoe ze aan de drank was. Haar zoons dreigden zich aan te sluiten bij de drugsbende in de wijk. ‘Toen ben ik naar de kerk gestapt en heb zo mijn kinderen en mezelf gered.’

Met pastor Alexandre loop ik even later door de Chapadão, een van de meest gewelddadige sloppenwijken van Rio. Hij heeft er zijn eigen pinksterkerkje gesticht. ‘Er zijn hier 36 kerken’, vertelt hij. Hoeveel katholieke? ‘Eentje.’ Lachend laat hij me hem zien. ‘Dicht. Altijd dicht. Behalve op zondagochtend, als de priester uit zijn rijke wijk naar hier komt. Maar als er geschoten wordt, komt hij niet.’

Zoals elke doordeweekse dag gaat Alexandre op huisbezoek. Hij draagt een pak met stropdas en een bijbel onder zijn arm. Net als zijn jonge assistent. ‘Weet je dat deze jongen uit de gevangenis komt?’ Hij slaat de assistent lachend op de schouder. ‘Hij heeft heel slechte dingen gedaan.’ Wat dan? ‘Overvallen’, zegt de jongen.

We stappen het donkere huisje binnen van een oude vrouw. Ze ligt op sterven. Alexandre praat en bidt een uur lang met haar. Hij belooft haar geld voor pijnstillers. Eenmaal buiten gaan we langs het drugsverkooppunt. Jonge jongens op slippers gewapend met pistolen en kalasjnikovs. Alexandre kent ze. Hij stelt voor samen te bidden. De jongens leggen hun wapentuig opzij. Met zijn ogen dicht en zijn handen op de schouders van de jongens gaat Alexandre in crescendo: ‘Laat de mensen oordelen, mijn Heer. Maar neem deze zonen op, mijn Vader!’ Harder en harder gaat het: ‘Satan is de architect van het kwaad. Ik vraag u mijn Heer, laat deze zonen nadenken over hun leven. Laat hen inzien dat hun leven waardevol is! Verdrijf de geest van de dood!’ De jongens heffen in trance hun armen. Sommigen vallen trillend in de armen van Alexandre en zijn assistent, anderen pakken huilend hun wapens weer op.

‘In eerste instantie proberen we levens te redden’, vertelt de pastor als we verder lopen. Hij heeft op deze manier al veel jongens uit de drugshandel gehaald. ‘Bij ons krijgen ze een gevoel van eigenwaarde en een nieuw begin. Want God vergeeft, wat ze ook hebben gedaan.’

Tijdens de dienst die avond zie ik ze zitten. De ex-bandieten in hun veel te grote, slecht gesneden kostuums en ondersteboven gestrikte stropdassen. ‘Het pak is als een uniform’, had Alexandre gezegd. Het beschermt hen. Zowel tegen de politie als tegen de leden van hun oude bendes. ‘Iedereen heeft ontzag voor de Heer.’

Alexandre preekt en buldert. Herhaalt hoe alcohol, samba, overspel en homoseksualiteit de duivel zijn. Nieuwe bekeerlingen vertellen hun levensverhaal. Alexandre haalt geld op voor zijn kerk. Maar ook voor de medicijnen van de oude mevrouw. ‘Geef, opdat ze geen pijn meer heeft.’ Iedereen zingt uit volle borst vals. De gelovigen schreeuwen en sidderen. De kerken zorgen ook voor saamhorigheid, besef ik nu. Ze brengen regels en regelmaat in chaotische levens. Hoop en bescherming in een vijandige omgeving, waar overheid en katholieke kerk het al decennia laten afweten.

Nadat Alexandre zijn golfplaten kerkje na de dienst in het donker heeft afgesloten, brengt hij het geld naar de dochter van de stervende vrouw. Verderop klinkt geweervuur. Een tank van de politie is schietend de wijk binnengevallen. Maar in de tientallen neonverlichte kerkjes bidt en zingt iedereen door.

Een paar maanden eerder. Ik probeer de megakerk van de Universal in São Paulo te bezoeken. Verbijsterd kijk ik naar dit monument van grootheidswaan. ‘De duurste kerk van Latijns-Amerika. Twee keer zo hoog als het christusbeeld van Rio’, pochte Macedo bij de opening in 2014. Ik ben benieuwd naar het gouden altaar en de lopende band waarmee het geld van de gelovigen rechtstreeks de safe room van de kerk binnenrolt. ‘Wat komt u hier doen?’ Vier kleerkasten met oortjes houden me aan. ‘Naar binnen gaan’, leg ik uit. ‘Verboden’, blaffen ze. ‘Maar dit is toch een kerk?’ ‘Fout. Dit is een tempel. De tempel van Salomon.’ Hardhandig duwen ze me weg en blijven me al pratend in hun walkietalkies volgen. Ik ga op een bankje zitten verderop op het plein.

Ik denk terug aan de demonstratie laatst in Rio waar gelovigen ‘Bijbel ja! Grondwet nee!’ scandeerden en elf omstanders in elkaar sloegen. Aan de tientallen tempeltjes van Afrikaanse religies die door uitzinnige pinksterkerkers zijn aangevallen. Ik haal een flesje water uit mijn tas. Maar daar zijn ze weer, de poortwachters: ‘Je mag hier geen water drinken.’

Ik loop naar het katholieke kerkje aan de overkant van de weg en bedenk dat het niet de pausen zijn, maar kerken als dit vergulde monster die ervoor zorgen dat de publieke opinie is geradicaliseerd. Was in 2010 nog maar 54 procent van de Brazilianen tegen het recht op abortus, nu is dat al weer tachtig procent. Meer dan de helft van de bevolking is inmiddels tegen het in 2013 gelegaliseerde homohuwelijk.

’s Avonds bekijk ik op YouTube de laatste preek van Macedo. ‘Het staat geschreven dat God een man van oorlog is’, roept hij in zijn Salomonstempel. ‘Heer, sta op om de strijd te voeren. De geest van de oorlog is in ons. God van het leger, blaas de krijgstrompet. In naam van Jezus! We zullen overwinnen.’ Een radicaal en gevaarlijk christendom verovert op dit moment Latijns-Amerika.


Dit is het tweede deel van een drieluik over de KKK in aanloop naar de presidentsverkiezingen op 7 oktober in Brazilië.