TONEEL

Bijbelse Fields of Ha-Ha

Equus

Toneel is een steeds minder gewenste kunstvorm. Het moet worden verkocht. Dat is niet anders. Neem de volgende case history. Het te spelen toneelstuk handelt over een puber die zes paarden de ogen uitstak. Hij komt onder behandeling van een kinderpsychiater in de overgang, het stuk reconstrueert hun sessies, inclusief flashbacks, op het toneel zijn enkele acteurs aanwezig ‘die geen paarden spelen’ maar deze wel verbeelden, het stuk draagt tot overmaat van ramp de titel Equus. Een ware pr-nachtmerrie.
Dus begon het Nationale Toneel (dat het stuk in de regie van Johan Doesburg op het repertoire heeft genomen) ons een half jaar geleden in te peperen dat Equus een kassucces was in Londen met Harry Potter in zijn nakie, jawel! En men verzon de ondertitel ‘psychologische thriller’, om ook de liefhebbers van The Sixth Sense binnen te rattenvangeren. Ergens klonk ook de term ‘antipsychiatrie’ (wie is gek? en wie bepaalt dat? – jazeker, dat soort vragen!) en het stuk was klaar voor de verkoop. Toneel als multiple-choicewedstrijd: de antwoorden op onze pregnante vragen vindt u op de achterzijde van onze seizoensfolder. Win een Equus-placemat!
Het geluk bij deze domme marketingongelukken is dat Doesburg met Equus een exacte en liefdevol geregisseerde voorstelling heeft gemaakt. Met chirurgische precisie ontleedt hij de vragen die aan deze casus kleven. Die jongen moet worden behandeld omdat er gevaar voor herhaling bestaat. Maar wat voor gevaar voor wat voor herhaling? De volgende keer besnijdenis of castratie van zes paarden misschien? De waanzinblik van Alan Strang, waar zijn diepgelovige moeder zo bang van is geworden, spiegelt een grote angst. Maar angst waarvoor? En waarvandaan? Peter Shaffers stuk uit 1973 is briljant geconstrueerd op het snijpunt van die prangende kwesties. Bezien vanuit de jongen, zeker. Over hoe religieus geladen, aangeprate schuld&boete-gevoelens de onschuldige landschappen hebben bezoedeld van dit mensenkind Alan Strang, verbeeld in zijn nachtelijk draven op een bezweet paard over de bijbelse Fields of Ha-Ha. De striemende scènes die de vertolker van Alan (Xander van Vledder) hier te spelen krijgt, verdwenen dagenlang niet meer van mijn netvlies. Maar ook bezien vanuit de psychiater, de vakman die littekens retoucheert en passies demonteert.
Alle keuvelpraat in dagbladkritieken, over de vermeend barokke taal en het thematisch zogenaamd zéér-jaren-zeventig-karakter van Equus, wordt met kracht weggeblazen door Pieter van der Sman, die de psychiater Martin Dysart speelt. Hoewel… speelt? Hij drumt zijn teksten, hij streelt de bekkens van zijn dictie, hij aait de vellen van zijn taal, en wanneer het erop aankomt zichzelf en zijn vak te kastijden – en hij doet vrijwel niks anders, Equus gaat immers over wurgende zelftwijfel – dan woelt en beukt hij als een razende slagwerker op het drumstel van zijn wankele, ineenstortende, wanhopige en uit pure doodsangst schreeuwende gemoed. Ik heb er naar adem happend naar zitten kijken. Wat een analytisch vernuft, wat een van god gegeven toneelspelen! Het ensemble is dienstbaar aan de vertelling, in de zin dat ze zich allemaal even losmaken, met minimale middelen een scherp geëtst miniatuurtje creëren, en weer wijken in de dampkring van het geheel. Jammer dat de regisseur op sommige momenten zijn erotomane sluizen moest openschuiven: waarom dat gerampetamp op die tafeltjes, waarom die masturberende vader, waarom die rode tulpen rood geschilderd? Ach ja, laat ’m, denk je, die twee minuten. Er staat immers een theatraal meesterwerk van ruim twee uur tegenover.

Equus, te zien t/m 28 december. Inlichtingen www.nationaletoneel.nl