Richard Ford, Canada

Bijenkorf zonder koningin

In zijn gelauwerde roman Independence Day (1995), het middendeel van zijn Bascombe-trilogie, kiest Richard Ford het weekend van de Vierde Juli om iets essentieels te kunnen zeggen over de afhankelijkheid van Frank Bascombe, ex-romancier en ex-sportverslaggever.

In de zomer van zijn leven probeert Bascombe met zijn problematisch verleden, en dan vooral met zijn gestorven zoon, in het reine te komen. De kernzin uit Independence Day, waarin Bascombe zich afvraagt hoe afhankelijk hij van ‘vroeger’ blijft en hoe soeverein hij nog kan worden: ‘De manieren waarop we ons leven mislopen vormen ons leven.’

Aan deze zin moest ik denken toen ik Canada las. De ik-verteller van deze geweldige roman – Fords beste wat mij betreft – is de 65-jarige middelbareschoolleraar Dell Parsons uit Windsor, Canada, een ex-Amerikaan die een halve eeuw na dato terugblikt op turbulente gebeurtenissen in de zomer van 1960 in Great Falls, Montana, toen zijn ouders ten einde raad besloten een bank te beroven, met alle gevolgen van dien voor hun kinderen, de tweeling Berner en Dell. Ford begint zonder omwegen: ‘Ik zal eerst vertellen over de overval die onze ouders hebben gepleegd. Dan over de moorden, die later kwamen. De overval is het belangrijkste omdat die heeft bepaald welke kant het met mij en mijn zus is opgegaan. Als ik mijn verhaal er niet mee begin, is het allemaal niet volledig te volgen.’ Canada is heel goed te volgen, en het spannende is niet het plotje rond de bankoverval in Noord-Dakota of rond de dubbele moord ergens in de uitgestrekte Canadese provincie Saskatchewan, maar de psychologische turbulentie die deze en vele andere, ogenschijnlijk kleinere gebeurtenissen teweegbrengen in het hoofd en het hart van de tweeling, die na de daad van hun ouders ieder hun eigen weg gaan, Berner in Amerika, Dell in Canada. Dell Parsons vertelt in wezen twee verhalen tegelijkertijd, door Ford zeer kundig vermengd: de vertelling van augustus 1960, als de vijftienjarige Dell vermoedt dat het gezin gedoemd is ten onder te gaan en hij de seinen van het naderend noodloot half en half opvangt, zonder nog het fijne ervan te begrijpen; en er is de nauwgezette reconstructie van vijftig jaar later, als Dell veel meer weet en hij van zijn doodzieke zus Berner het dagboekje van zijn moeder (‘kroniek van een misdaad begaan door een zwak persoon’) krijgt. Die twee vertellingen, vanuit 1960 en vanuit 2010, weet Ford heel effectief te vermengen. En omdat de plot naar de achtergrond is verplaatst krijgt de plotgerichte lezer af en toe een schok toegediend, bijvoorbeeld als de zelfmoord van de moeder, in de gevangenis, letterlijk in een tussenzinnetje wordt vermeld.

Voor zijn roman Canada is Ford teruggekeerd naar een literair procédé dat hij al eerder beproefde in Wildlife (1990). De openings­zinnen van beide boeken zijn vergelijkbaar. In deze roman, die zich ook afspeelt in het Great Falls van 1960, blikt een oudere ik-verteller terug op het gezin waaruit hij voortkwam: een werkloze vader en een moeder die verliefd wordt op een ander. Maar de stem van Dell Parsons is veel sterker en evenwichtiger dan die in Wildlife, niet omdat de gebeurtenissen in Canada heftiger zijn maar omdat Ford veel nauwgezetter omgaat met de duizenden details en sprekende beelden die de roman een intieme en dramatische sfeer geven. Bijen, merkt verteller en bijenliefhebber Dell ergens op, zijn de sleutel tot al het menselijke. In een bijenkorf is alles volmaakt georganiseerd rond de koningin, maar als die niet wordt vereerd is de chaos nabij. Ziehier de toestand in het gezin Parsons, met vier sterk uiteenlopende karakters. Maar beweerde de superieure criticus John Ruskin niet dat compositie neerkwam op het ordenen van ongelijke zaken en dat de schrijver bepaalt wat gelijk is aan wat? Ford ordent alles en iedereen van vroeger en later in 69 korte hoofdstukken.

Dells vader Bev is een praatgrage luchtmachtofficier, geboren in Alabama in 1923 uit Schots-Ierse ouders. In de oorlog was hij ‘bombardier’ op een B-25. Op de basis van Great Falls raakt hij betrokken bij een illegale vleeshandel, die hij na zijn eervolle ontslag in 1960 voortzet in het burgerleven, met desastreuze gevolgen. Als autoverkoper mislukt hij grandioos in de rampzalige zomer van 1960, vlak voordat Kennedy Nixon verslaat bij de presidentsverkiezingen. Zijn vrouw Neeva, drie jaar jonger, is van Pools-joodse komaf. Haar ouders hebben Bev afgewezen. Neeva schrijft poëzie en geeft les op een lagere school. Dells ouders verschillen sterk van elkaar maar hebben één ding gemeen: ze zijn allebei vervreemd van de burgermaatschappij en weten niet hoe ze zich daarin dienen te gedragen. Als de illegale vleeshandel uit de hand loopt omdat betrokken Cree-indianen bedorven vlees zouden hebben aangeleverd, maakt Dells vader systematisch de verkeerde keuzes. De tweeling is er getuige van dat hun ouders na de bankoverval worden opgepakt in hun eigen huis. Berner vlucht naar Californië, Dell komt dankzij het ingrijpen van een vriendin van zijn moeder in het afgelegen Canadese Saskatchewan terecht: Canada, het grote land waarnaar ontsnapte slaven trokken en waar gevluchte Vietnam-dienstplichtigen welkom waren. Daar neemt de broer van die vriendin – de gevluchte Amerikaanse anarcho-crimineel en ex-Harvard-student Arthur Remlinger – Dell min of meer onder zijn hoede. Hij pleegt de moorden waarover verteller Dell het al heeft in de openingszinnen van Canada, een schietpartij waar Dell getuige van is. Andermaal wordt hij gered uit een netelige situatie door een vrouw, Florence La Blanc, een schilderes à la Edward Hopper die qua mentaliteit lijkt op Dells moeder.

De eenheid in stijl, stemming en structuur die Canada vormt, is te danken aan de toon die de gepensioneerde verteller/leraar Engels aanslaat: nauwgezet en met een dubbel scherp oog: één voor de vijftienjarige die hij in 1960 was en één voor de reconstruerende schrijver die hij een halve eeuw later wordt (de afwikkeling van het boek – wie is die ik-verteller aan het eind van zijn werkzame leven? – is voorbeeldig). Als gedistantieerde waarnemer is Dell Parsons in het geheel niet kil en koel; zijn zakelijk-analytische toon en zijn zintuiglijke gevoeligheid zorgen ervoor dat Canada een enorme indruk achterlaat, niet door een sensationele plot (ouders plegen bankoverval en draaien de bak in!; ex-bommengooier en antivakbondsactivist schiet twee Amerikaanse politiemensen overhoop!), maar door de secure wijze waarop een oudere verteller een jongen van vijftien tot leven laat komen in de meest beslissende maanden van zijn bestaan. Uiteindelijk blijft ook de verteller zitten met de vraag waar de grens tussen de brave burger en de beginnende misdadiger precies te trekken valt. Er moet veel meer zijn dan de alchemie van omstandigheden, milieu en het begin van de sixties.


Richard Ford
Canada
Vertaling Sjaak de Jong, De Bezige Bij Antwerpen, 432 blz., € 23,50