Bijna als de blues

Zoals Bruce Springsteen, zo zou een mens 64 willen worden: energiek, levenslustig, onverminderd nieuwsgierig, fit en nog steeds gretig. Zoals Leonard Cohen zou je vervolgens 79 willen worden: gracieus, charmant, zelfrelativerend en met pretoogjes die nooit zijn verdwenen.

Medium muziek

Enkele jaren geleden ging Cohen voor het eerst in lange tijd weer op tournee. Paradoxaal genoeg om een reden die vrijwel altijd wordt beschouwd als de verkeerde: hij had geld nodig, Cohens financiële zaken bleken al die jaren beroerd te zijn geregeld.

Bezoekers van zijn grootschalige shows (in Amsterdam speelde hij in het Westerpark, twee keer in het Olympisch Stadion en in de Ziggo Dome, en al die enorme locaties speelde hij vol) zagen een man die zich met enorme toewijding en zichtbaar plezier stortte op een oeuvre waarmee hij uren kon vullen, wat hij ook deed. Er stond een hoogbejaarde man op dat podium, maar de beperkingen die dat opleverde wist hij naar zijn hand te zetten. Hij was stram, maar dat ene vreugdevolle huppeltje dat hij zich permitteerde werd juist daardoor meteen een act. Zijn stem is lager en zijn bereik kleiner geworden, maar dat misstaat ook Cohens oudere werk niet: de manier waarop hij tegenwoordig praatzingt, maakt van zijn teksten voordrachten.

Niet alleen bleef hij maar toeren, hij maakte ook een nieuw album, Old Ideas, en ook dat was een meer dan prettig wederzien.

En nu is er nog geen drie jaar later Popular Problems, dat hij vorige week in Londen aan de pers presenteerde met, volgens de amusante verslagen daarvan, opnieuw het blijmoedige enthousiasme dat zijn optredens ook typeert. Hij leidde het album in en kondigde vervolgens aan zich de komende 36 minuten even terug te trekken zodat de ingevlogen pers in alle rust kon luisteren en de maker kon ‘uitlachen’. In plaats daarvan kreeg Cohen 36 minuten later een ovationeel applaus, waarna hij aankondigde dat hij binnenkort, op zijn tachtigste verjaardag, een gewoonte gaat oppakken die hij vijftig jaar geleden heeft afgeleerd: roken.

Het applaus was terecht voor zijn oeuvre, maar zeker ook voor zijn dertiende album, dat begint met een lome swing, waarin hij net als op de voorganger in de openingswoorden verwijst naar zijn leeftijd. ‘It’s not becauce I’m old/ And it’s not what dying does/ I always liked it slow/ Slow is in my blood.’ Zijn stem lijkt nóg dieper geworden, een prachtige donkerbruine bijna-brom is het inmiddels. In Did I Ever Love You klinkt hij zelfs even als Tom Waits. Wanneer hij een koortje van vrouwelijke vocalen tegenover die stem zet, zoals hij dat in Slow doet, buit hij het contrast maximaal uit en hoor je de hand van de ervaring.

In het tweede nummer is er sprake van moorden, verkrachtingen en vluchtelingen, een van de momenten waarop het lijden van de wereld zijn nummers binnendringt. Die toestand in de wereld: ‘Almost like the blues.’ Hij hoort de verhalen van de joden en de zigeuners aan en stelt droog: ‘It wasn’t boring.’ En bij de zoveelste opsomming van leed zit daar ineens dat zinnetje tussen: ‘And there’s all my bad reviews.’

Je ziet Cohen na het schrijven van zo’n zin die kraaienpootjes in zijn gezicht lachen. En binnenkort een sigaret opsteken.


Leonard Cohen, Popular Problems (Sony Music)


Beeld: Leonard Cohen (Courtesy of the artist).