Bijschrijfbijbels

Arnon Grunberg is voor de heidenen, Ronald Westerbeek voor de gelovigen. Ja, de gelovigen hebben ook een boekenweekgeschenk! Althans, ze hebben, omdat het boekenweek is, een ‘aktieboek’ op de markt gebracht. Drie gulden vijfennegentig voor een heuse novelle van honderdtwintig bladzijden - het is te geef. (Nog tot 18 april.)

Kaj heet de novelle. En Kaj heet ook de hoofdpersoon.
Als dat Kaãn niet is! Die van: ‘Waar is je broeder Abel?’ 'Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?’ (Gen.4)
Maar hij weet het wÇl. Hij heeft zijn broer Abel zojuist de hersens ingeslagen.
Ook Kaj heeft een broer. Die heet Huib. En verdomd, Kaj slaat Huib de hersens in. Met een elektrische gitaar. Want dit zijn de jaren negentig, man!
Kaj heeft ook een zus: Tamara.
Als dat Tamar niet is! De zus van Absalom en Amnon. Amnon vergrijpt zich aan Tamar. Waarna Absalom Amnon de hersens inslaat. (2 Sam.13)
En verdomd, Huib vergrijpt zich aan Tamara. Denkt Kaj. En dat is de reden waarom hij Huib de hersens inslaat.
Zo schrijf je dus heilige letteren. Je prikt ÇÇn, twee passages in de bijbel en vertelt die eigentijds na.
Kaj is heel erg eigentijds. Kaj is op de vlucht. Omdat hij zijn broer heeft vermoord, maar dat komen we pas op het eind te weten. Kaj strandt met zijn Deux-Chevaux in de woestijn. Aan Mustapha, een berberjongen, vertelt hij zijn verhaal. Hoe verliefd hij was op de mooie Tamara. En hoe jaloers hij was op Huib. Dat Tamara hun beider zus is, ook dat komen we pas op het eind van het boek te weten.
Huib en Tamara zaten samen op de bijbelkring. Kaj niet. Die voelde zich niet thuis tussen 'de kortgeknipte jongens met strakke pullovers en sokken met stripfiguren erop’ en 'de karakterloze meisjes met hun slaapverwekkende zedigheid en hun groteske bijschrijfbijbels’.
Kaj zat in een rockband en praatte met de bandleden over het postmoderne levensgevoel. 'Weg met de grote idealen en ideologie‰n. De hemel op aarde is niet bereikt, maar het leven was nog nooit zo aangenaam.’
Kaj is van God los. Dat maakt hem interessant. En het boek verteerbaar. Heus.
Maar wat lees ik in een interview met Ronald Westerbeek, de schrijver van Kaj in het 'christelijk cultureel tijdschrift’ Icarus? Dat Kaj niet ergens vandaan vlucht maar ergens naartoe. Naar God.
Dat ik dat niet heb gezien!
Westerbeek is heel erg eigentijds. Gemillimeterd haar en een gelkuifje. Maar wat een kwezel komt uit het interview naar voren! Wat een domper is dat op die best wel aardige novelle. 'Er is een God’, predikt Westerbeek. 'God, die een persoon is, die liefde is, die een relatie met je wil. Dat is de uitweg. Dat komt naar voren in het verhaal.’
Leugenaar, dat komt helemaal niet naar voren in het verhaal! Aan het eind van het verhaal zit Kaj weer midden in de woestijn. Daar is geen God, geen uitweg en geen liefde. Daar is de leegte en daar is de dood. Een passend slot voor een verhaal over broedermoord en incest, dunkt mij.