Integratie Onderzoek naar migratiejongeren en religie

‘Bijt nu eens van je af’

Martijn de Koning doet onderzoek naar de religieuze beleving van moslimjongeren. ‘De jongeren zijn politiek ontheemd.’

‘IK KAN me voorstellen dat mensen er vreemd van opkijken als ze iemand in een niqaab op straat zien, maar ik snap de discussies daarover totaal niet. Deze kwestie heeft, ruim geschat, betrekking op zeshonderd vrouwen. Een groot deel daarvan draagt de niqaab slechts parttime, dus niet op school of op het werk. Moeten daar parlementaire debatten over worden gevoerd? In het onderwijs en op de arbeidsmarkt zijn er zeer problematische ontwikkelingen doordat een redelijke groep migrantenkinderen achterblijft. Waarom is daar geen debat over?’
Aan het woord is Martijn de Koning, die onderzoek doet naar de religieuze beleving van moslimjongeren in Nederland. Zijn huidige onderzoeksprogramma is gericht op salafisme onder jongeren, een fundamentalistische stroming binnen de islam. Hij mengt zich vaak in discussies over publiek vertoon van de islam, onder meer door artikelen op zijn weblog Closer http://religionresearch.org/martijn te plaatsen. ‘Ik kan zo aanhaken bij de actualiteit. Recentelijk was bijvoorbeeld de Haagse Hogeschool in het nieuws vanwege de keuze om geen kerstboom in de centrale hal te plaatsen. Dat werd in kranten en op verschillende weblogs betiteld als islamisering, terwijl er geen moslim bij die beslissing betrokken was. De school zegt dat ze een neutraler, in feite seculierder uiterlijk wilde creëren. Is het seculier maken van de openbare ruimte nu ook al islamisering?’
De Koning promoveerde op het proefschrift Zoektocht naar een ‘zuivere’ islam. Van 1999 tot 2005 deed hij onderzoek onder moslimjongeren in Gouda. Hij beschrijft in het boek hoe het islamdebat van enkele jaren geleden een duidelijke weerslag had op de identiteitsconstructie van moslimjongeren. Door grote gebeurtenissen als de terroristische aanvallen op 9/11 en de moord op Theo van Gogh ontstond er in Nederland een fel debat, waardoor moslimjongeren zich plotseling moesten verantwoorden voor hun geloof. ‘Die gebeurtenissen waren toen de grote aanjagers van het debat. Nu bespeur ik vooral dat jongeren doodmoe zijn van de discussies. Ze volgen Wilders wel, maar maken zich er niet te druk over. Waar ze veel meer op letten zijn de reacties van de andere politici. In hun ogen, en daar moet ik ze voor een groot deel gelijk in geven, is er nauwelijks inhoudelijke repliek op Wilders. Zijn voorstel voor een kopvoddentaks werd bijvoorbeeld weggehoond, maar niet op inhoudelijke wijze.’

BAART HET U zorgen dat moslimjongeren zich afzijdig houden?
Martijn de Koning: ‘Ervoor kiezen om niet deel te nemen aan het debat is een vorm van zelfbehoud die ik wel snap. Aan de andere kant denk ik: bijt nu eens van je af. Het is geen gezonde ontwikkeling dat een deel van de bevolking compleet murw is door de slogans en kreten uit de politiek. Omdat steeds meer moslimjongeren doorstromen naar het hoger onderwijs zit daar ook veel potentie voor bijvoorbeeld politieke participatie, maar dat blijft dan liggen.’
Zal deze tendens doorgroeien?
‘Dat denk ik wel. De jongeren zijn politiek ontheemd, omdat ze geen enkele partij zien die voor ze opkomt. Alle politieke partijen delen het uitgangspunt dat de islam een probleem vormt. Daarbij is het uiterste dat er niet zoiets bestaat als een gematigde islam, dat de islam per definitie niet te verenigen is met de westerse cultuur of de democratie. Minister Van der Laan kwam recentelijk met de term “nieuwe Nederlanders” en daar is binnen mijn onderzoeksgroep heel verontwaardigd op gereageerd. Die jongeren zijn hier geboren, gaan hier naar school of werken hier. Hoezo zijn ze dan nieuw?’

DE KONINGS onderzoek is toegespitst op de identiteitsconstructie van moslimjongeren. Dat proces voltrekt zich voor een groot deel op internet: ‘Fora maken een belangrijk deel uit van het internetgedrag van moslimjongeren. Ze vormen een uitlaatklep en een gemakkelijke manier om met leeftijdgenoten te debatteren over de rol van religie in hun leven. Zo ken ik een jongen die in 2004 bijna dag en nacht op Marokko.nl keek. Daar waren toen ook leden van de Hofstadgroep actief, en hij was voortdurend met hen in discussie om aan te tonen dat hun interpretatie van de islam niet klopte. Dat werd pas minder toen hij trouwde, toen zei zijn vrouw: “Als we kinderen willen, is het misschien verstandig als je ’s nachts eens naar bed komt.”’
Binnen de identiteitsconstructie staat volgens De Koning een zoektocht naar authenticiteit centraal: ‘Het idee van zuiverheid past in een bredere ontwikkeling die zichtbaar is onder Europese jongeren, en met name onder de Nederlandse jeugd. Uit onderzoek van collega’s onder evangelische christelijke jongeren en New Age-jongeren blijkt een overeenkomstige zoektocht naar authenticiteit. Ze willen de culturele, wereldse invloeden uit hun spirituele beleving halen. Dezelfde hang naar authenticiteit zie je ook terug op het gebied van muziek, kledingkeuze en consumentisme. Dat is minder spiritueel dan bij religieuze jongeren, al moet je daar bij tieners altijd voorzichtig mee zijn: de keuze van een kledingmerk kan net zo belangrijk zijn als het aanbidden van de juiste god. De consequentie van die nadruk op authenticiteit is dat moslimjongeren een verbale aanval op de islam vaak opvatten als een persoonlijke aanval, en omgekeerd wordt een persoonlijke charge vaak gezien als een aanval omdat die persoon moslim is.’
Wat is het gevaar van extremistische overtuigingen?
‘Ten eerste vind ik het Nederlandse antiradicaliseringsbeleid nogal scheef. Het is vooral gericht op moslims, terwijl scholen en politie voornamelijk incidenten melden met rechts-extremisten. Ten tweede staan bijvoorbeeld de opvattingen van salafisten over vrouwen, homo’s of ongelovigen niet ver af van wat bepaalde christelijke groeperingen in Nederland vinden. Het huidige standpunt van de meeste salafistische geleerden over homseksualiteit is bijna naadloos vergelijkbaar met dat van de paus. Een radicaal standpunt op voorhand al betitelen als problematisch of zelfs gevaarlijk, zoals de AIVD doet, dat is iets waar ik niet kritiekloos in mee wil gaan. Bovendien is het veel gevaarlijker als de overheid zou gaan bepalen hoe iemand moet denken. Om weer even terug te grijpen op de discussie over de “nieuwe Nederlanders”: een veelgehoord argument was dat allochtonen zich meer Nederlander moeten voelen. Gaat de overheid dan ook al bepalen hoe een allochtoon zich moet voelen? Zo krijgt het integratiebeleid totalitaire trekjes.’