Bijten is altijd erger

Verlangt iedere man in wezen naar een eigen Heidi, het liefst met decolleté? Een ongetrouwd personage in een vroeg verhaal van Lorrie Moore, een historica met morbide humor, vraagt zich dat in alle eenzaamheid af.

Medium bark

Het verhaal, You’re Ugly, Too, staat in Richard Fords bekende Granta-anthologie The American Short Story (1992) en dat is niet toevallig, want de beste korteverhalenschrijvers van Noord-Amerika heten Alice Munro en Lorrie Moore. Ex of niet, man of vrouw, wees of verweesd, Moore’s creaties zijn zoekende en ontwortelde reizigers, paniekerig fladderende vogels verlangend naar een nieuw thuis, waar natuurlijk nooit een eenvoudige Heidi of een simpele Hank smachtend wacht. Altijd overheerst een tekortschietende liefde, het stokken of ontbreken van een echt gesprek.

In haar bekendste bundel Birds of America (1998) ziet Moore mensen niet als hiërogliefen, boeken of afgeronde verhalen. Voor haar is een mens een verzameling toevalligheden of ongelukken, een stapeling stenen waaronder iets groeit of broeit. Het leven komt altijd weer neer op een absurde vertelling. Fictie is die vreemde kamer die aan het huis vast zit of die extra maan die om de aarde cirkelt en waar de wetenschappers geen verklaring voor hebben. En bij al dat onzegbare leven moet er een verteller in actie komen, want je kunt niet reizen en tegelijkertijd een reisverhaal vertellen. De Moore-verteller is nooit ontwijkend maar steevast geestig en gevat, alarmerend en aandachtig, ernstig en eerlijk, dieptepsychologisch en doortastend. Op een paar lucky ducks na is iedereen ertoe veroordeeld: ‘Alle andere vogels van de wereld (…) zullen een ongezegend leven vol straf leiden, vliegend van noord naar zuid, van hier naar daar, op zoek naar een rustplaats.’

En nu is er de vierde bundel, Bark, zestien jaar na Birds of America (ik negeer even Moore’s roman A Gate at the Stairs). Waar Moore in Birds of America speelde met de vogelmetafoor en de lezer kraaien, flamingo’s, vleermuizen, eenden en ander gevogelte tegenkwam, is er nu de blaffende hond als running gag. Wie is die hond? Bijvoorbeeld een gescheiden man, in het verhaal Debarking, die zijn trouwring niet van zijn vinger kan krijgen en af en toe zijn ex in de stad toevallig tegenkomt: ‘Hij had zich een hond gevoeld die zijn baasje zag.’ Deze man, Ira, kreeg eens van zijn vrouw te horen dat hij te veel ‘blafte’ tegen mensen, hen te vaak afblafte. Debarking betekent niet alleen uit een vliegtuig stappen (de vlucht is voltooid), maar ook het doorsnijden van de stembanden van een hond (veel Moore-personages voelen zich monddood). Wie de fase van debarking (bars gedrag afleren) heeft voltooid kan weer aardig zijn en de ander de ruimte gunnen en geven. Maar lukt dat bij levenslang gewonden, bij exen? Ira, ex en ‘Jewish guy’ met dochtertje, probeert dat ook als hij de kinderarts Zora tegenkomt, ex met dwarse puberzoon. Maar zijn aardige gedrag valt op dorre bodem. Hij had gewaarschuwd kunnen zijn. De getraumatiseerde Zora, ‘not mentally well’ waarschuwt iemand Ira, maakt namelijk houten beeldjes van naakte jongetjes met doorboorde piemeltjes. Ze vertelt hem ook een morbide kinderverhaaltje: een egel gaat uit wandelen en komt bij een huis waarop staat welkom egel, dit kan je nieuwe huis zijn, maar er wonen krokodillen. ‘Iedere familie is een krokodillenfamilie.’

Medium hh 11796985
De Moore-verteller is steevast geestig en gevat, alarmerend en aandachtig, ernstig en eerlijk

Als voormalige vredesactivisten in hun huwelijk op oorlogsvoet gaan leven, begint het typische Moore-verhaal, zoals Paper Losses. De aankomende scheiding verschilt niet veel van het huwelijk: een machtsgreep ‘zoals in wie zou de hond zijn en wie het baasje’. Zou een vakantie met de kinderen op de Cariben een scheuring nog kunnen verhinderen? In de gringo-enclave onder de koloniale zon compenseren de toeristen hun luchtige vakantie door op het strand boeken te lezen over Rwanda of ex-Joegoslavië, maar het mannelijk geweld houdt niet op en de scheidingspapieren komen toch, met de post, zonder waarschuwing vooraf. Achter de kleine wereld doemt de grote, destructieve wereld op.

Het verhaal Wings, dat een kwart van de bundel beslaat, springt eruit, en niet alleen omdat Lorrie Moore een Henry James-motto kiest uit The Wings of the Dove (1902), zijn klassieke roman over geveinsde liefde en het erven van een fortuin. De in hun carrière gestrande muzikanten en wezen Dench en KC brengen hun dagen in ledigheid door in een wat vreemd ruikend huis dat ze hebben kunnen onderhuren. Het toeren met de band is voorgoed voorbij: ‘She’d spend a decade barking up the wrong tree – as a mouse.’ KC betaalt alles, Dench doet niets. Zelfs zijn koffie haalt ze voor hem, tijdens wandelingen met de hond, die Cat heet. Op een van die wandelingen komt ze een oude man tegen die in een kast van een witstenen huis woont, met vleugels en al. De hond blaft, maar blaffende honden bijten niet, zegt KC. De oude man: ‘Geen enkele blaf is erger dan een beet. Een beet is altijd erger.’ Ze raken met elkaar in gesprek, er ontstaat affectie, ze speelt voor hem op zijn piano en ten slotte verandert hij zijn testament ten gunste van haar. Haar band met Dench is een geveinsde. Onder de stapel stenen die hun beider bestaan verbindt broeit en rot iets, merkt Dench. Onder het huis ontdekt hij een rattenkoning. Einde relatie. KC’s debarking bestaat uit het openstellen van het geërfde grote witte huis voor ouders van doodzieke kinderen (lezers van Birds of America zou deze ontwikkeling niet verbazen).

Maar een Moore-verhaal samenvatten kán eigenlijk niet, omdat de essentie in de narratieve overgangen zit, in de schoksgewijs versnelde psychologische ontwikkeling van de hoofdpersoon, in de permanente onvoorspelbaarheid van de ogenschijnlijk impulsieve, psychisch zwaargewonde personages, in de scherpe humor en de flitsende dialogen. Aloneness is haar kernwoord. In een van haar verhalen citeert ze Robert Louis Stevens, die schreef dat het huwelijk één lang gesprek is. Het is Lorrie Moore ten voeten uit als ze die woorden zo becommentarieert: ‘Hij stierf natuurlijk toen hij vierenveertig was, dus hij had geen idee hoe lang het gesprek echt kon gaan duren.’ Bark is een briljante, bijtende verhalenbundel.


Lorrie Moore - Bark, Alfred A. Knopf, 192 blz., € 24,-

Beeld: Lorrie Moore’s creaties zijn zoekende en ontwortelde reizigers, paniekerig fladderende vogels (Lisa Carpenter/HH).