De oplossing van de wereldproblemen

Bijwagen Europa

Misschien moet het ergste nog komen, maar op het ogenblik zijn we geneigd te denken dat we ons in ieder geval een voorstelling van de crisis kunnen maken: hoe die zich in grote trekken verder zou kunnen ontwikkelen, met welke werkloosheid we in het ergste geval rekening moeten houden en wat we ertegen kunnen doen. In ieder westelijk land wordt de neergang in de eerste plaats als een nationaal vraagstuk gezien dat door de eigen regering moet worden opgelost. Vanzelfsprekend. Zonder een nationale inspanning gaat het niet. Dan komen de internationale coördinatie, de G8 in Berlijn en de rest van het programma.
Maar er is nog een andere kant. Deze crisis, de ernstigste sinds de depressie van de jaren dertig, heeft tot dusver vooral de economieën van het Westen diep aangetast. Het mogelijke effect op langere termijn kan een verschuiving in de geopolitieke machtsverhoudingen zijn. We waren er al aan gewend China en India als de opkomende supermachten te zien.
President Obama heeft er nu een praktische consequentie uit getrokken door minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton eerst een bezoek aan Peking telaten brengen. Het directe en duidelijkste teken dat de Europeanen voor Washington niet meer op de eerste plaats komen. De Amerikaanse prioriteiten verschuiven, ook inhoudelijk.
In Peking heeft Clinton allereerst over de economie gesproken. Geen wonder. Hoewel ook China de gevolgen van de crisis merkt, is het land betrekkelijk buiten schot gebleven. De economie blijft groeien. In financieel opzicht is het land, met een reserve van tegen de twee biljoen aan vreemde valuta, praktisch onkwetsbaar. In tegenstelling tot het Westen in zijn geheel blijft China in ruime mate in staat tot buitenlandse investeringen. Amerika heeft de Chinezen nodig, niet meer alleen economisch, maar ook in de buitenlandse politiek. De Chinese macht is al duidelijk aanwezig in Noord-Korea en Afrika en wordt nu ook voelbaar in Zuidoost-Azië en Iran. Stuk voor stuk frontgebieden voor Washington.
Clintons bezoek kan het eerste signaal zijn dat er een as Washington-Peking in aanbouw is. Hoe daaraan concreet vorm zal worden gegeven, kan een kwestie van jaren zijn. Maar wel wordt langzamerhand duidelijk dat de betekenis van West-Europa voor Amerika in een proces van devaluatie is geraakt. En daarbij verdient het in het bijzonder de aandacht dat voor Clinton in Peking het vraagstuk van de mensenrechten niet meer van de hoogste orde was. Waarschijnlijk getuigt dat van realisme, want ten eerste zou een protest gratuit zijn geweest – Amerika heeft geen machtsmiddelen om in China iets af te dwingen – en ten tweede blijkt in de praktijk meestal dat de mensenrechten verbeteren naarmate de welvaart toeneemt. Dus: don’t rock the boat, ook al zou dat de publieke opinie aan het thuisfront tot verontwaardiging brengen. En neem het risico, want het thuisfront heeft in deze tijd iets anders aan zijn hoofd.
Europa als bijwagen van Amerika. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Misschien zou het niet zoveel verschillen van wat de Europeanen al gewend waren, zij het dat het nu op een andere manier zou gaan. In de jaren van Bush waren er twee soorten: de willing en de unwilling. Voor de willing is dit op de medeplichtigheid aan een ramp uitgedraaid. Dat risico lopen we aan deze kant van de oceaan niet meer. Het kan zijn dat het Pentagon bij de oude bondgenoten nog eens zal aandringen op meer troepen voor Afghanistan. Maar de bondgenoten zijn ook wijzer geworden. Ze willen nadere informatie over tactiek en strategie en, laten we voor Den Haag hopen, een einddoel dat bereikbaar is. Dus niet de eeuwige vrede en de vestiging van de democratie in dit onherbergzame en achterlijke land, maar op z’n hoogst een opening naar de moderne wereld. Meer zit er niet in.
Maar dan? In 2001 heeft het Westen het fundamentalistische terrorisme de oorlog verklaard. Daarmee gaat het van onze kant bekeken niet onverdeeld goed. Irak nadert geleidelijk de status van een ordelijk land, maar het tragische is dat juist daar de overwonnen dictatuur een garantie tegen het fundamentalisme was. Tussen 2003, toen de oorlog tegen Saddam Hoessein begon, en nu hebben de fundamentalisten in Palestina, Afghanistan, Pakistan, Iran en in mindere mate in andere moslimlanden aan kracht gewonnen. Een van de oorzaken is de manier waarop het Westen in de moslimwereld zijn oorlogen heeft gevoerd. Ook daardoor heeft het fundamentalisme zichzelf naar Europa kunnen exporteren, en dit is nu een van onze grootste politieke problemen. De diepste wortels daarvan liggen mede in tien jaar westelijke buitenlandse politiek.
Het bewind van Obama geeft misschien een nieuwe opening, die kan worden bevestigd als Clinton binnenkort ook naar Israël, Iran en Moskou gaat. Het klinkt revolutionair, maar daar ligt nu de oplossing van de wereldproblemen. Europa is een satelliet.