Bijwerkingen

Dit hadden ze er niet bij verteld. Dat je lippen barsten, en er een pijnlijk plekje in je rechteroor ontstaat. Dat je moeite moet doen om niet te huilen als je voorbij de vakkenvuller in Albert Heijn loopt. De ernst waarmee hij die rottige bakjes zure room in het gelid zet, de toewijding waarmee hij de verschillende soorten karnemelk op hun eigen plek zet. Was het Enzensberger die vanachter zijn schrijftafel de vuilnisman benijdde als die vrolijk toeterend zijn straat kwam binnenzetten, zichzelf veroordeeld zag tot een dichtend bestaan? Het was vast zelfspot, maar ook een beetje ijdele zelfspot. Ik benijd de vakkenvuller verder zijn werk niet, bewonder noch kijk erop neer, het gaat me om deze jongen, het zicht dat hij me biedt op zijn zorgvuldig uitgeschoren nek, de stilte om hem heen.

Als ik en mijn gemoed via het conservenschap afslaan richting bakproducten, krijgen we een berichtje op mijn telefoon. ‘Dringend’ heet het. Het is afkomstig van een vriendin die ik al een tijdje niet heb gezien of gesproken. ‘Hoe gaat het met je?’ vraagt ze. En dan: ‘Ik heb een gunst van je nodig. Ik ben niet telefonisch bereikbaar, laat het me weten als je online bent.’ Het is het type rudimentaire mededeling dat ik van haar gewend ben. Ze komt oorspronkelijk uit Estland, studeerde in Moskou en communiceert zoals in mijn verbeelding de personages van Tsjechov dat doen. Ook dat ze afsluit met het formele ‘Wacht op uw snelle reactie’ is geheel in character.

Wat zou de gunst kunnen zijn? Een kennelijk immer latent schuldgevoel is onmiddellijk geactiveerd. Wanneer heb ik nog iets van me laten horen? Heb ik wel gereageerd op haar laatste boek? Het is dringend! Gehaast pakken ik, mijn emoties, mijn pijnlijke oor en droge lippen een cacaoboter mee van de sectie non-food en snellen naar mijn online status thuis. ‘Hier ben ik!’ jubelen we, in onze favoriete reddersrol.

Het antwoord is prompt en een tikje onbegrijpelijk. Zelfs voor haar doen. Haar dochter is jarig en ze is in een situatie die haar verhindert een cadeau voor haar te kopen. Of ik misschien in de buurt ben van een winkel waar ik een cadeaubon voor haar kan kopen? Ze zal het bedrag onmiddellijk terugbetalen. Dit is geen Tsjechov meer. Ik situeer haar nu gewoon in hedendaags Oekraïens-Russisch grensgebied. En haar dochter is jarig! De laatste keer dat ik die zag was ze briljant. Dat kind verdient een cadeau!

Gelukkig snappen moeders altijd alles. Ook dat hij zijn bankieren-app nu niet geïnstalleerd krijgt

Terwijl ik probeer te bedenken wat de dichtstbijzijnde winkel zou kunnen zijn voor zo’n bon, roert mijn eigen kind zich per WhatsApp. ‘Hey mam, ik heb een nieuw nummer genomen, die oude kan weg.’ Logisch, hij is in-between countries en bijbehorende jobs. ‘Hee’, app ik terug. ‘Heb je nu weer een Nederlands nummer?’ ‘Ja, ik werd steeds gebeld door een lastige provider, dus ik heb even een Nederlands nummer erin gedaan.’ Gelukkig snappen moeders altijd alles. Ook dat hij zijn bankieren-app nu niet geïnstalleerd krijgt, en wél vandaag nog twee facturen moet voldoen. Nee, hij kan nu niet zelf naar de bank. ‘Morgen heb je het geld terug!’

Actrice Soundos El Ahmadi kreeg van huis uit de aansporing mee dat niemand op haar zat te wachten. Bij mij is het omgekeerde aan de hand, zelfs zonder dat ik dat van huis uit mee kreeg. Aan mij hebben de mensen van nature een goeie. Ik sla mijn laptop gehaast open, vlug vlug. Hij aarzelt. Ik heb er sinds een maand of wat eentje die werkt met gezichtsherkenning.

Eerder vandaag sta ik op het pontje en word ik de overtocht lang vrolijk aangeblikt door een mij onbekende jonge vrouw. Vlak voor we aanmeren springt ze op me af, maakt een gebaar dat ik mijn mondkapje even moet laten zakken. Ik vind mijn dociliteit soms zelf ook weleens beangstigend. ‘O néé!’ roept ze, en springt ook weer onmiddellijk weg. ‘Ik ben iemand anders!’ roep ik naar haar rug.

Mijn laptop laat zich intussen mooi niet bedotten, en blijft dezelfde melding geven. ‘U wordt niet herkend’, zegt hij.