De nieuwste trend in modeland

Bilspleetdecolletés

De nieuwste modetrend is het billendecolleté. De broek is inmiddels ver afgezakt en de onderbroek visueel verdwenen.

Kort, korter; laag, lager; diep, dieper — stapje voor stapje wordt de mode pikanter en ontsnapt het naakte vlees uit de lichaamsbedekking. Eerst werd de bh zichtbaar onder kanten of transparante bloezen, toen verschenen de piepkleine naveltruitjes die de borsten ook van de onderkant vrij maakten, en sinds deze zomer is daar het billendecolleté bij gekomen. Was de tailleband al verdwenen, zodat de rand van slipje, tanga, boxershort en string weinig subtiel te zien was, inmiddels is de broek nog iets verder afgezakt en de onderbroek visueel verdwenen, waardoor aan de voorkant de eerste krullen van het schaamhaar zichtbaar zijn en aan de achterkant de bilnaad zich openbaart.

Dit beeld mag niet worden verward met het onbedoelde effect van de afzakkende spijkerbroek waarin menig bouwvakker zijn beroep uitoefent. De rage is bewust bedacht achter de tekentafels van de grote modehuizen in Parijs en Milaan, gelanceerd door fotomodellen, popsterren en celebrity’s en wordt tot in de provinciedorpen nagevolgd door (piep)jonge meisjes en jongetjes. Of iemand nu een platte, moddervette of onooglijke bilpartij heeft, de mode schrijft voor dat deze zomer de broek ver onder de heupbotten valt. Bij eventueel gebrek aan stevigheid en volume kunnen push-ups wonderen verrichten of kan men een speciaal programma volgen in de sportschool, hoewel beeldhouwwerken à la Jennifer Lopez of Christina Aguilera natuurlijk niet zomaar gekweekt kunnen worden.

Met dit oprukkend bloot wordt in de geschiedenis van de westerse kleedcultuur andermaal een grens geslecht. In heel wat huiskamers maken ouders en kinderen momenteel ruzies die niet onderdoen voor de discussies die zijn gevoerd sinds de Beatles in de jaren zestig met hun pagekapsels — het haar net iets over de oren — de revolte tegen het ouderlijk gezag inluidden. Net als de ouders worstelen ook leerkrachten ermee. Het is ordinair en exhibitionistisch. Men vreest dat de meisjes met deze erotische signalen ongewenste reacties bij mannen oproepen.

Schooldirecties buigen zich daarom over kledingvoorschriften. Anders dan bij de hoofddoek en niqaab van moslimmeisjes gaat het bij het billendecolleté niet om te veel bedekking, maar om te weinig stof. Hier tekent zich een aloude generatiekloof af, maar met een opvallend scherp verschil. Waar de strijd van de babyboomers om minirokken, baarden, spijkerpakken, teenslippers en Indiase gewaden parallel liep met een politiek geëngageerde en niet-materialistische attitude, is het taboeverleggende kleedgedrag van hun kinderen gevormd in de geest van de jaren negentig, die zich kenmerkten door een hedonistische, consumptieve en materialistische cultuur. Het nog verder ontbloten van genita liën, billen en borsten zou slechts een logische volgende stap zijn.

Wat vinden feministen van deze ontwikkeling? Het ligt lastig, want de meisjes beweren assertief dat «ze zelf wel bepalen wat ze aantrekken en je toch moet kunnen dragen wat je wilt». Bovendien lopen ook jongens in een zwaar afzakkende oversized broek met een riem tot vlak boven de eerste schaamharen. Het argument dat de uitdagende kleding de drager tot een lustobject maakt, zou dus gelden voor beide seksen, hoewel uit onderzoek blijkt dat de kracht van mannelijke erotische signalen verwaarloosbaar is ten opzichte van die van vrouwen.

Uit een essay in het nieuwste nummer van maandblad Opzij blijkt dat het innemen van een standpunt inderdaad een worsteling is met waarden als persoonlijke ontplooiing en fysieke soevereiniteit en de angst om de moraalridder uit te hangen. Femke van Zeijl betoogt in Opzij dat het allemaal moet kunnen, want aan een sluitende definitie van fatsoen «hebben we ons juist weten te ontworstelen». Ze komt tot de conclusie dat je je ogen niet moet sluiten voor het seksuele signaal; je zou als ouders en leerkrachten de kinderen daar goed bewust van moeten maken. De koters mogen zich van Van Zeijl hullen in jarretels. Dat is leuk. Maar een beetje voorlichting zou geen kwaad kunnen. Ze neemt in haar essay alvast cryptisch een voorschot op de voorlichtingsfoldertaal: «De uitleg zou moeten gaan over je bewustzijn van de buitenwereld, ook als de reacties van die buitenwereld je niet bevallen. Behalve ze te doordringen van het feit dat hun presentatie van zichzelf verkeerd kan worden opgevat, zou ook hun weerbaarheid moeten worden vergroot, zodat ze adequaat op die reacties kunnen reageren en een belager ook fysiek kunnen afschrikken.»

Waar het pleidooi aan voorbijgaat, is dat voorlichting geen zoden aan de dijk zal zetten bij meisjes die een speelbal van fluctuerende hormonen zijn. De verwarring die dat proces opwekt is van alle tijden. En dat de moeders er vaak net zo bijlopen als hun dochtertjes — een belangrijk pro-argument van Van Zeijl — zegt hoogstens iets over de smaak van de opvoedster.

De drang om met een minimum aan kleding maximale individuele vrijheid te veroveren, staat in scherp contrast met de houding van mos lima’s. Zij zeggen dat het aan het mannenoog onttrekken van blote lichaamsdelen de ware onafhankelijkheid en de bevrijding van de vrouw betekent. In het brede spectrum van dress codes leunen beide extremen in feite tegen elkaar aan. Ze leggen allebei ostentatief de nadruk op het effect van de fysieke verschijning van de vrouw op haar omgeving. Maar bij de bilspleetrage is het eerder een kwestie van realistisch zijn, omdat bollingen van borsten en billen uiteraard verwijzen naar «de daad». Dat impliceert geen vrijbrief voor mannen om daarnaar te handelen. Maar dat neemt niet weg dat goedpraten dat piepkleine meisjes gekleed gaan in prostituee-outfits getuigt van sleetse feministische draaikonterij.