Bindmiddel buis

De televisie zou verantwoordelijk zijn voor sociale desintegratie en toenemend individualisme. Het verenigingsleven verarmde erdoor. Sommige bewoners van arbeidersbuurten beklaagden zich over de teloorgang van het straatleven-bij- mooi-weer doordat ieder binnen bleef voor spel of show. In gezinnen verloor Pim-Pam-Pet het van passief kijken. Ouders zetten voor het gemak hun spruiten voor de buis. Met de toename van het aantal toestellen, en soms zelfs videorecorders, per huishouden, verdween het gezamenlijke element in de beeldconsumptie.

Bijna was ik vergeten dat de televisie in haar begintijd het tegenovergestelde produceerde. Legio de herinneringen van veertigers aan Dappere Dodo, met massa’s kinderen uit de straat gezien bij de gelukkige eigenaars van een toestel. Mijn vader en ik keken, vroege jaren zestig, naar voetbalwedstrijden bij de bovenbuurman, bij wie we anders nooit over de vloer waren gekomen. Toen wij, als studenten, ons eerste toestel wonnen bij een VPRO- ledenwerfactie kwam de ganse vriendenkring op zaterdagmiddag om naar Ja zuster, nee zuster te kijken. (Achteraf interessant dat die jonge intellectuelen zich daarvoor niet te goed achtten en dat we de kwaliteit van Schmidt, Bannink, Blok, Jongewaard cs op waarde wisten te schatten - dat werd later, snobisme, helaas anders.) De televisie bond en scheidde nog niet.
Ze bond op nog andere wijze. Op het kantoor waar ik, vroege jaren zestig, als werkstudent kwam, leidden de programma’s van de vorige avond tot levendige conversaties onder degenen die een apparaat bezaten. Het weer verdween er als gespreksthema door naar de tweede plaats; seksuele toespelingen naar de derde. Het betrof vooral weinigverdienende kantoorbedienden, zoals bekend een groep die als koper op de markt kwam na de echt rijken en in techniek of status geinteresseerden, maar ver voor de middenklasse die er het geld niet voor (over) had en die een zekere minachting voor het medium zelf aan de dag legde. Door hen hoorde ik voor het eerst de afkorting ‘teevee’ gebruiken, een term die me toen nog deed huiveren als de nagel over het schoolbord of woorden als mini en wasserette. Maar alles went.
Minder en minder kan televisie het gesprek van de dag opleveren of zelfs, zoals Dennis Potter ooit hoopte, een democratische 'common culture’ produceren. In mijn kantoortijd was er een net dat de ganse avond bekeken werd om de enorme investering rendabel te maken. Sinds vorige week kan ik alleen al elf Nederlandstalige zenders ontvangen. Mijn ijzersterke dus zeer oude toestel bevat slechts zestien voorkeuzemogelijkheden, waardoor zich dramatische echtelijke conflicten voordoen. Zij vraagt zich af waar CNN is gebleven en waarvoor RTL4 en Veronica nodig zijn, hij beroept zich op professionele belangstelling voor 'Nederlandse waar’.
Televisie draagt bij tot verdere atomisering van de samenleving, zeker. Maar op mijn werk hoorde ik dat hele straten elkaar helpen om de nieuwe zenders te vinden. Televisie als bindmiddel. Voor de laatste keer.