Het onderliggende lijden van Denk en 50Plus

Bingo!

Alle nieuwe politieke partijen moeten kinderziekten doorstaan, zoals tweespalt door persoonlijke ruzies en de aantrekkingskracht op het verkeerde slag mensen. Zullen Denk en 50Plus hun crises overleven?

Henk Krol na zijn vertrek uit 50Plus, met Femke Merel van Kooten-Arissen en Corrie van Brenk, 7 mei © Robin Utrecht / HH

De ordinaire herrie in Denk en 50Plus vormt een steunpunt in vreemde tijden. Niet alles blijkt anders te zijn geworden in het coronatijdperk. Aanschouw de ‘broederstrijd’ in Denk tussen oprichters Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk met daaropvolgend het royement van fractievoorzitter Farid Azarkan. En zie dan 50Plus, waar fractievoorzitter Henk Krol zelf opstapt en partijvoorzitter Geert Dales een rechtszaak wil beginnen tegen de nieuwe fractievoorzitter Corrie van Brenk. Met verschillende opvattingen over ideologie, strategie of concrete beleidsvoorstellen lijken alle conflicten niets te maken te hebben. Afgaande op de over en weer uitgesproken beschuldigingen gaat het in beide partijen om een soort morele strijd tussen hen die vol idealisme en onbaatzuchtigheid knokken voor de goede zaak, en de anderen: de matennaaiers, de ijdeltuiten, de baantjesjagers.

Het is een opvallende constante bij nieuwe partijen, of ze nu het Algemeen Ouderen Verbond, Leefbaar Nederland of Forum voor Democratie heten: na alle plechtige beloftes dat de nieuwe beweging het anders gaat doen en geen plaats biedt aan ‘het verkeerde slag mensen’ lijkt er een natuurwet in werking te treden en ontstaat er tweespalt. De ingrediënten zijn zo voorspelbaar dat er een bingokaart van kan worden gemaakt. Er is gedoe over de volgorde op de kandidatenlijsten, over de invulling van commissies, over de invloed van leden, over de statuten, over terechte of onterechte uitgaven, over misbruik van de partijkas voor eigen gewin, over wie wel en wie niet de media te woord mag staan, er wordt gedreigd met royementen, advocaten, afsplitsing en zetelroof. En dan herkennen de gezworen wapenbroeders van weleer in elkaar het verkeerde slag mensen waarvoor ze altijd hadden gewaarschuwd. De gideonsbende blijkt een slangenkuil.

De vele, persoonlijke ruzies kunnen het beste beschouwd worden als kinderziekten waar alle nieuwgeboren partijen doorheen moeten. Het programma is nog niet uitgekristalliseerd, er zijn nogal wat verschillende verwachtingen over de toekomst van de partij en de eigen positie daarin. En ja, er komen ook vreemde snoeshanen op zo’n nieuw politiek initiatief af. Figuren die zich al bij verschillende partijen naar binnen probeerden te werken, zelfverklaarde charismatici die het liefst uren aan het woord zijn, statuten- en procedurefetisjisten, miskende bestuurlijke talenten, bevlogen scherpslijpers. Het is niet eenvoudig zulke kwalificaties te objectiveren: wat voor de één een baantjesjager is, is voor de ander een idealist die zich voor de publieke zaak inzet. Het probleem bij nieuwe partijen is dat zij door hun korte bestaan en zwakke organisatie nog nauwelijks in staat zijn om het kaf van het koren te scheiden. Er is niet een heel reservoir aan kandidaten die al in gemeenteraden, provincies of jeugdorganisatie hebben laten zien uit het juiste hout te zijn gesneden. Het slechte imago van nieuwe partijen zorgt er bovendien voor dat het moeilijk is om capabele mensen te strikken. De angst het verkeerde slag mensen binnen te krijgen zorgt binnen nieuwe partijen tevens voor onderling wantrouwen.

Zeker, ook gevestigde partijen hebben zulke conflicten meegemaakt. Zij hebben de fase van de kinderziekten overleefd, in tegenstelling tot de meeste politieke partijen. De ‘kindersterfte’ onder partijen is namelijk gigantisch. Maar heeft een partij de volwassenheid bereikt, dan kan zij vaak jaren voort. Er zijn nauwelijks voorbeelden van partijen die eenmaal volwassen zomaar ophouden te bestaan. Als ze al verdwijnen, is dat omdat ze zijn opgegaan in een fusiepartij, zoals de Anti-Revolutionaire Partij ooit in het cda of de Communistische Partij van Nederland in GroenLinks. Daaraan gaat meestal een periode van sterke electorale neergang en/of een fikse identiteitscrisis vooraf, waardoor een fusie als laatste reddingsboei wordt aangegrepen. Zelfs als er ideologisch weinig reden meer is om apart op te trekken blijkt het namelijk moeilijk om ‘volwassen’ partijen tot een fusie te verleiden. Zie de lotgevallen van de linkse samenwerking.

Waarom de ene partij de kinderziekten wel overleeft en de ander niet, hangt enerzijds samen met het ideologische fundament van een partij en anderzijds met haar politieke relevantie en invloed. Voor 50Plus en Denk is dat slecht nieuws, want op beide onderdelen scoren ze slecht. Qua leeftijd is 50Plus nauwelijks nog jong te noemen, zij bestaat inmiddels al negen jaar. Behalve in de Tweede Kamer is de partij vertegenwoordigd in alle Provinciale Staten behalve Groningen, in de Eerste Kamer en zelfs in het Europees Parlement. Hoewel de partij nooit bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft hoeven dragen maakt zij in organisatorisch opzicht een volwassen indruk met een wetenschappelijk bureau, een internationaal bureau (de Jan Nagel 50Plus Foundation) en ruim vijfduizend leden.

Toch hangt rond de partij nog steeds een geur van opportunisme. Deels komt dat door de betrokkenheid van allerlei figuren met ‘net-niet-carrières’ in andere partijen, zoals Henk Krol (oud-vvd-persvoorlichter), Martin van Rooijen (oud-cda-staatssecretaris), Toine Manders (oud-vvd-Europarlementariër), Geert Dales (oud-vvd-wethouder en burgemeester), Corrie van Brenk (oud-pvda-gemeenteraadslid en voorzitter Abvakabo fnv) en natuurlijk Jan Nagel, behalve oud-lid van het pvda-partijbestuur ook erkend oprichter van politieke partijen. Het opportunisme werd nog het meest zichtbaar toen Henk Krol in de partij mocht blijven ondanks onthullingen dat hij in het verleden als hoofdredacteur van de Gay Krant verzuimd had pensioenpremies voor zijn medewerkers te betalen. Een doodzonde in een partij die zegt op te komen voor de belangen van ouderen, zou je denken. Maar de zoetgevooisde Krol kwam zo sympathiek over op de televisie dat hij weer lijsttrekker mocht worden.

Kenmerkend is daarnaast dat 50Plus er in de bijna tien jaar van haar bestaan nooit in is geslaagd om iets van een maatschappijvisie te ontwikkelen die verder gaat dan de titel van haar laatste partijprogramma: ‘Omdat ouderen het niet meer pikken’. Met een mengeling van belangenpolitiek en plat protest tegen de politiek bood de partij wellicht een uitwijkmogelijkheid voor boze ouderen voor wie pvv, Forum voor Democratie of SP net te radicaal waren.

En ja, er komen ook vreemde snoeshanen op zo’n nieuw politiek initiatief af

Wat in de afgelopen jaren de politieke invloed van 50Plus is geweest is nauwelijks aan te geven. Het standaardantwoord dat door de partij de belangen van ouderen hoger op de agenda zijn gekomen is twijfelachtig. Alsof de gevestigde partijen de belangen van vijftigplussers (meer dan de helft van het electoraat) pas serieus zijn gaan nemen nadat Krol ze erop attent heeft gemaakt. In de peilingen van Maurice de Hond van afgelopen zondag heeft 50Plus van de acht virtuele zetels van twee weken geleden er nog slechts één over.

Tunahan Kuzu luistert naar voormalig Denk-voorzitter Farid Azarkan, die per direct uit de partij is gezet, 6 mei © Remko de Waal / ANP

Dan Denk. Toen de partij in november 2016 haar verkiezingsprogramma presenteerde zag de toekomst er nog goed uit. De beweging was door Selçuk Öztürk en Tunahan Kuzu opgericht nadat zij eind 2014 uit de pvda-fractie waren getreden. De partij had een voormalig architectenkantoor in Rotterdam betrokken, met voldoende ruimte voor haar jongerenafdeling, wetenschappelijk bureau, een opleidingsinstituut en zelfs een eigen filmstudio. In korte tijd had zij meer dan 3500 leden, waaronder veel hoger opgeleide twintigers en dertigers die het zat waren om steeds in de hoek van de probleemallochtoon te worden geplaatst. Met de komst van Farid Azarkan en Sylvana Simons hadden Kuzu en Öztürk een belangrijke slag geslagen. In plaats van als louter een belangenpartij voor Turkse Nederlanders kon Denk zich profileren als een brede antiracistische regenboogbeweging voor nieuwe en oude Nederlanders. Zo kon de partij meevaren op de golven van de steeds populair wordende identiteitspolitiek. Dat zij daardoor behalve sympathie ook veel weerzin oogstte als de ‘lange arm van Erdogan’ of de ‘anti-Zwarte-Piet-partij’ was mooi meegenomen. Niets zo bevorderlijk voor de interne cohesie als vijandige publiciteit. Het wetenschappelijk bureau was drukdoende een maatschappijvisie te ontwikkelen rond het begrip inclusief burgerschapsnationalisme. In een interview dat ik had met partijvoorzitter Öztürk verklapte deze enthousiast het ‘twintig-jarenplan’ dat de partij had opgesteld: Denk moest een ‘volwaardig onderdeel van de Nederlandse politiek’ worden, waarvan ‘de leider als potentiële premier genoemd wordt’.

Van die twintig jaar zijn er inmiddels vier verstreken en het is zeer de vraag of de partij de in alle openbaarheid uitgevochten ruzies tussen Öztürk, Kuzu en Azarkan gaat overleven. Net als bij 50Plus gaat er ook bij Denk veel onderliggend lijden schuil achter alle persoonlijke conflicten. Achteraf ging het eigenlijk al mis toen Sylvana Simons vlak voor de kerst van 2016 onverwachts haar vertrek aankondigde. Ze ervoer naar eigen zeggen binnen de partij te weinig steun voor haar strijd voor gelijke rechten voor vrouwen en homo’s. Met haar vertrek werd de bredere regenboogagenda naar de achtergrond verdrongen.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 kreeg de partij vooral aanhang onder kiezers van Turkse en (al in iets mindere mate) Marokkaanse afkomst. Het leverde drie zetels op, maar nog nauwelijks enige politieke relevantie. Door het polariserende parlementaire optreden van vooral Öztürk kwam de fractie steeds meer alleen te staan. In 2018 en 2019 bleek de stagnatie door te zetten. Het ledental nam nauwelijks toe, de organisatie werd niet wezenlijk meer uitgebouwd en voor zover de partij al ideologische vergezichten of originele plannen had, wisten deze de buitenwereld niet meer te bereiken.

De deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 maakte nog duidelijker hoezeer Denk afhankelijk was van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse kiezers. Hoewel de partij in dertien steden zetels kreeg, werd zij nergens uitgenodigd mee te besturen. In 2019 besloot zij om mee te doen aan verkiezingen voor de Provinciale Staten en het Europees Parlement. Wat zij in beide gremia te zoeken had kon zij ook haar kiezers onvoldoende uitleggen. De gewenste zetels bleven dan ook uit. Al voor het tumult bevond de partij zich kortom op een dood spoor. Door zich steeds meer als belangenpartij te profileren staat de partij machtelozer tegen partijleden die de eigen belangen voorop plaatsen. Net als bij 50Plus is het fundament daardoor waarschijnlijk te wankel geworden om deze crisis te overleven, althans als een enigszins serieus te nemen partij.

Zal dat ook gelden voor Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren? Beide partijen hebben in het afgelopen jaar conflicten gehad, waarbij de nodige modder werd gegooid. Bij Forum ging het vooral om een botsing tussen de ideologisch bevlogen Thierry Baudet en zijn meer pragmatische partij-organisator Henk Otten; over en weer wordt met rechtszaken gedreigd. Bij de Partij voor de Dieren werd een door de leden gekozen partijvoorzitter pardoes aan de kant geschoven en besloot het Tweede Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen alleen verder te gaan, om vervolgens een politieke romance met uitgerekend Henk Krol te beginnen. Het soapgehalte van al deze verwikkelingen deed nauwelijks onder voor dat bij 50Plus en Denk.

Toch beschikken beide bewegingen uiteindelijk over een steviger ideologisch fundament dan 50Plus en Denk, waardoor ze beter tegen een stootje lijken te kunnen. Met hun in apocalyptische termen gevatte strijd tegen respectievelijk het oikofobe cultuurmarxisme en het ecologisch onverantwoorde compromisme nemen Forum en Partij voor de Dieren inmiddels een eigen plek in als bevlogen beginselpartijen waarvoor de zuiverheid van de leer minstens zo belangrijk is als macht of invloed. De geschiedenis leert dat zulke partijen makkelijker bestand zijn tegen persoonlijke conflicten en een toenemende irrelevantie dan belangenpartijen.