Film

Binnenskamers

Film: Triple Agent van Eric Rohmer

Naar buiten gaan? De straat op? Geen sprake van! Zij blijft liever binnen om portretten te maken van mensen. Aldus de beeldschone Griekse kunstenares Arsinoé (Katerina Didaskalou) in Triple Agent, de nieuwe film van Eric Rohmer, die in de jaren zestig samen met Jean-Luc Godard en François Truffaut een grondlegger was van de nouvelle vague. De werkwijze van Arsinoé, vrouw van Fyodor Voronin (Serge Renko), een ge vluchte tsaristische generaal die zich in 1939 in Parijs vestigde, is een mooi commentaar op de beroemde Franse filmische revolutie. An ders dan bijvoorbeeld Godard, die in films als A Bout de souffle (1959) gevestigde regels overboord gooide met zijn ruwe, experimentele stijl is Rohmers nieuwe film als een van Arsinoé’s schilderijen: rechtlijnig verteld en gefotografeerd, ogenschijnlijk een genrestuk dat be staat uit conventie. En toch, op cruciale punten sijpelt de nouvelle vague door. Deze paradox maakt Triple Agent briljant.

De achtergrond is Europa eind jaren dertig: de Spaanse burgeroorlog, de wereldtentoonstelling van 1937, de stalinistische zuivering, de mogelijkheid van een Duits- Russisch pact en de op komst van het nationaal-socialis me. De tsaristische Fyodor werkt voor het kantoor van Russische oorlogsveteranen in Parijs. Hij is ook een spion. Is hij een verkapte communist? Of een sympathisant van de nazi’s? Of gewoon een lid van de hogere klasse, iemand die ervan droomt een huis te bezitten ergens bij de Zwarte Zee?

Fyodor leidt een dubbelleven; hij vertelt niet eens aan zijn vrouw wie en wat hij precies is. Ironisch genoeg is hij hier open over. Het is beter voor jou, zegt hij, dat jij niet te veel weet, Arsinoé. Zij accepteert het. Vanuit haar Parijse appar tement gaat zij nauwelijks de straat op. Aan haar verbeelding heeft zij genoeg om haar schilderijen te maken.

Dat is ook hoe de film in elkaar steekt. Om te beginnen is de titel fantastisch. Wie Triple Agent hardop zegt, proeft de belofte van spanning en geheimen. Het is inderdaad een spionagethriller, maar er zijn geen achtervolgingen, spannende schietpartijen of fatale liefdesaffaires. Wel zijn er mensen die met elkaar praten, twee uur lang. Hierin staat taal centraal. Voor Rohmer is taal belangrijker dan actie. Bij hem is de binnenkamer een metafoor voor het innerlijke leven van de mens. Dat is te ontsluiten door taal. Slechts binnenskamers kan het discours hoog en intellectueel zijn en hoeft het niet afhankelijk te zijn van burgerlijke narratieve regels of de tirannie van actie en motivatie. Dat is door en door nouvelle vague.

In de rust van een gesprek, in taal dus, ziet Rohmer de essentie van de cinema. En hij zou ook nog gelijk kunnen hebben, te oor delen naar een verbijsterend ge waagde scène in Triple Agent: in een donkere hotelkamer zitten Fyodor en Arsinoé. Fyodor vertelt aan haar hoe de ontvoering van een generaal uit een auto in zijn werk is gegaan. Rohmer focust zijn camera op de handen van Fyodor, die met zijn vingers ge baart wie waar stond tijdens de kidnapping en wat er vervolgens gebeurde. Dat duurt enkele minuten, maar op de een of andere manier is de scène spannend, misschien doordat Rohmer de kijker uitdaagt de leegtes in te vullen en zo de film zelf te maken in zijn eigen hoofd.

Triple Agent herinnert aan de briljante televisiebewerking van de BBC uit 1982 van de roman Smiley’s People van John Le Carré, waarin Alec Guinness de rol vertolkt van de oude spion George Smiley. Beide werken spelen zich af in duistere vertrekken waar mensen op gedempte toon met elkaar praten. In deze gecontroleerde omgevingen vloeien leugens en waarheid door elkaar heen, zodat de gecreëerde werkelijkheid niets anders kan zijn dan arbitrair. Net als het echte leven.

Te zien vanaf 24 maart