Klassieke muziek: Duo Bilitis

Binnenwereld

Medium muziek bas
Duo Bilitis, Ekaterina Levental en Eva Tebbe © Elke Kunneman

Ekaterina Levental is mezzosopraan en harpiste. Ze is dus én zangeres, lied en opera, instrumentaliste en samen iets meer dan dat, een theatraal natuurtalent. Levental maakt ook solovoorstellingen waarmee ze eigenzinnig selfsupporting door het land trekt. Ik zag De weg, ‘vertelconcert’ over de vlucht van haar familie uit antisemitisch Oezbekistan na de val van de Sovjet-Unie. Via Israël komt ze in Nederland, waar ze wordt wat ze is. Ze staat daar op een bescheiden podium met een landkaart, een koffer en een harp, die grandioze muzikaliteit en de drang die schoonheid klauwen geeft. Zo, dacht ik, jij kan wat.

Met harpiste Eva Tebbe vormt Levental daarnaast het Duo Bilitis, vernoemd naar Debussy’s Chansons de Bilitis. Die hebben ze nu in een eigen bewerking voor twee harpen en zangstem opgenomen, samen met Debussy’s Proses Lyriques op eigen teksten van de componist en drie instrumentale werken. Bij de Danse Sacrée en Danse Profane, oorspronkelijk voor harp en strijkorkest, lag een arrangement voor twee harpen voor de hand. In de eigen transcripties van de vroege Ballade voor piano en de late Six épigraphes antiques voor piano vierhandig neemt de klanktransformatie drastischer vormen aan, maar ze ontheiligen de originelen niet. De harp legt iets debussyiaans nog naakter bloot; het immateriële, zwevende, half-aanwezige, lispelend stromende. De harp is de binnenkant van het geluid, de binnenkant van de muziek die hier vloeibare, onderzeese eigenschappen aanneemt. Men zwemt in een koraalrif en daar komt een walvis voorbij met een grote, lyrisch tokkelende speeldoos in zijn maag. De vrees voor weekheid is ongegrond; de speelsters kunnen bijten.

Goed te bedenken dat Levental in de liederen tegelijkertijd de zeer gecompliceerde teksten zingt en de helft van de doortrapte harppartijen voor haar rekening neemt. Dat is des te knapper omdat beide vocale cycli, in de beste betekenis des woords, gekunstelde muziek zijn. Geen quasi-volkse liederen over outcasts met liefdesverdriet, maar hyperesthetische, met een loep gecomponeerde bouwwerken. Onmogelijk ze te zingen als een wiegelied of een Mozart-aria, te richten tot een kind of een medepersonage. Hun intimiteit is niet vertrouwelijk. De dialogen tussen de ‘hij’ en de ‘ik’ in de Chansons de Bilitis (1897) op die prachtige teksten van Debussy’s vriend Pierre Louÿs, zijn enigmatische, moeilijk communiceerbare erotische droombeelden.

Louÿs, practical joker, bracht ze aan de man als eigen vertalingen van lesbische liefdespoëzie (wat deze drie gedichten trouwens niet zijn) van de oud-Griekse dichteres Bilitis, zogenaamd tijdgenote van Sappho. Hij voorzag de uitgave zelfs van haar biografie en ik lees dat zelfs kenners in de val trapten, geestig. In 1900 schreef Debussy nog begeleidende muziek bij een voordracht van twaalf Bilitis-gedichten, de Musique de scène pour les Chansons de Bilitis voor recitante, twee fluiten, twee harpen en celesta. Dat tijdens zijn leven nooit uitgegeven materiaal gebruikte hij veertien jaar later voor de Six épigraphes antiques van 1914.

Hoe zing je die binnenwereld? Door de hermetische beslotenheid zo te omvatten dat de luiken springen. Dat gaat met een uit dichterlijke spanningen gesponnen, omfloerst laaiende pathetiek, via de verdichting van de tonen die als beelddoordrenkte laserstralen door de muren boren. Ook die weg heeft Levental gevonden. De afsluitende Épigraphes antiques (1914) voeren de erogene energieën af in een lang, ernstig naspel, een voortgezette mijmering ohne Worte over mysterieuze, nog niet door taal ontsloten sentimenten.


Rêveries de Bilitisvan Duo Bilitis, Brilliant Classics