Sciencepalooza

‘Bio-punks’ tegen malaria

Malaria is nog steeds een van de grootste ziekten ter wereld met ongeveer 1,8 miljoen doden per jaar, van wie het merendeel kinderen zijn. Aan de bestrijding van malaria wordt al decennia keihard gewerkt: met klamboes en insecticiden tegen de mug die de parasiet verspreidt en door vaccin- en medicijnontwikkeling tegen de parasiet.

Medium wetenschap 43 2012 biohacking

Maar er is één groot probleem dat op bijna alle delen van de malariabestrijding invloed heeft: er is nog geen goede, nauwkeurige en goedkope detectiemethode voor de malariaparasiet die ingezet kan worden in gebieden zonder goede infrastructuur. Daardoor worden veel mensen te laat behandeld of helemaal niet, en soms ook de verkeerde personen. Dit heeft tot gevolg dat de epidemiologie van de ziekte niet nauwkeurig in kaart gebracht kan worden, waardoor ook klinische studies niet optimaal kunnen worden opgezet en de opkomende resistentie van de parasiet tegen anti-malariamedicijnen niet gevolgd kan worden. Hiervoor zijn nog steeds dure (meer dan twintigduizend dollar), onderhoudsgevoelige detectie-(rtPCR-)apparaten nodig, laboratoria en getraind personeel.

Graag stel ik u voor aan Peter, Wouter en Jelmer: drie Hollandse studenten biotechnologie, biologie en werktuigbouwkunde en fanatieke _Do It Yourself-_onderzoekers. Het idee ontsproot aan de keukentafel, en niet gehinderd door enige belemmeringen knutselden zij in het afgelopen jaar een simpel, goedkoop (140 dollar), betrouwbaar en robuust rtPCR-apparaat in elkaar met onder meer een föhn, plastic en zelf gesoldeerde elektrische schakelingen. Deze Amplino meet de concentratie DNA van de parasiet door middel van een fluorescerende DNA-detectie: meer DNA betekent meer fluorescentie. Omdat de Amplino maar één meting uitvoert is het een simpel apparaat dat zonder training bediend kan worden, dus uitermate geschikt voor gebruik in het Malinese achterland of bossen van Laos.

Wetenschappelijk onderzoek gebeurt in wetenschappelijke torens: bedrijven en universiteiten met adequate en toegewijde ruimtes, kostbaar en aan een berg regelgeving onderhevig. De kans dat een briljant onderszoeksvoorstel voor onderzoek in een schuur of kelder wordt gehonoreerd, is nul. Hiervoor bestaan zwaarwegende redenen: werken met gevaarlijke organismen (zoals virussen, bacteriën, cellen) of chemicaliën behoeft goede voorzorgsmaatregelen om het experiment en de omstanders, inclusief de onderzoeker zelf, te beschermen. Toch is er een groeiende groep DIY-‘hackers’ die in meer en mindere mate ageert tegen het monopolie van de wetenschappelijke organisaties op het bepalen én uitvoeren van de wetenschappelijke agenda. DIY afficheert zich als een wetenschappelijke punkstroming: anarchistisch, verstorend, hackend, maar soms verrassend vernieuwend, zoals Amplino.

Amplino is vooral vernieuwend door het feit dat het een bestaande techniek vele malen toegankelijker maakt en dus breder toepasbaar. En wat goed is komt snel: Amplino heeft in september de Vodafone Mobiles for Good-prijs gewonnen (veertigduizend euro, een kantoor en hulp bij het uitwerken van het businessplan) en vorige week stonden de makers in de finale van de TEDx Award-competitie in Amsterdam. Samen met het Koninklijk Instituut voor de Tropen gaan ze het product nu naar het achterland van Burkina Faso brengen. Volgende maand maken ze een rondje langs bedrijven in de driehoek Boston-Harvard-MIT, op zoek naar advies en meer geld. En als Bill Gates zich ermee gaat bemoeien weet je zeker dat er wat aan de hand is. De filantropische stichting van de Microsoft-oprichter is het voorstel aan het bestuderen, en misschien vliegen de Amplino-bedenkers na Boston meteen door naar Seattle. Kortom, er zit muziek in deze wetenschappelijke punk-hackers.