Birma moet wennen aan persvrijheid

Rangoon – Bijna vijftig jaar was het ondenkbaar, maar Birma heeft sinds deze maand onafhankelijke dagbladen. Een nieuw mediatijdperk voor het Aziatische land lijkt in zicht, maar een nieuwe wet en zelfcensuur kunnen spelbrekers zijn.

‘In Birma zoeken journalisten nu heel voorzichtig de grenzen op’, zegt Sherpa Hossainy, hoofdredacteur van een zakenkrant in Rangoon. ‘De afgelopen maanden zijn er verhalen gepubliceerd die vóór de hervormingen volstrekt ondenkbaar waren. Door onafhankelijke dagbladen toe te staan, zal de regering nog meer controle weggeven.’ Zeker zestien Birmese media hebben inmiddels toestemming gekregen om vanaf 1 april een dagblad op de markt te brengen. Allen zeggen onafhankelijk te zijn van de overheid die tot voorkort alle dagbladen in handen had en die op elke mogelijke manier kritische journalisten tegenwerkte: door hun verhalen uit bladen te scheuren, publicatieverboden in te stellen of ze achter de tralies te zetten.

De eerste nieuwe dagbladen verschijnen net nadat Reporters Without Borders Birmese mediabedrijven onder vuur heeft genomen. De journalistieke waakhond meldde namelijk afgelopen maand dat de ethische grenzen zijn overschreden door foto’s, volgend op steeds verder uitspreidende rellen tussen boeddhisten en moslims, op het internet te publiceren die de haat jegens moslims aan kunnen wakkeren. Volgens Reporters Without Borders spelen de media een cruciale rol in de hervormingen en dienen verslaggevers daarom ethische journalistieke codes na te leven en professioneler te werk te gaan.

De kritiek toont aan dat persvrijheid in Birma nog een lastig begrip is, voor journalisten én voor autoriteiten. Want ondanks dat de deuren van het Bureau voor Censuur zijn dichtgespijkerd, probeert de regering de media toch te reguleren en staat het parlement op het punt een wet goed te keuren die het bijvoorbeeld verbiedt artikelen te publiceren die ‘de staat kunnen ondermijnen’ of ‘onrust kunnen veroorzaken’. Uitgevers en journalisten klagen al dat het kleine beetje vrijheid dat ze nu hebben alweer wordt afgepakt.

Ook in een snel veranderend Birma gaan veel journalisten daarom te werk alsof de militaire dictatuur nog lang niet is verdwenen. Schuilnamen worden in ere gehouden, gevoelige zaken worden niet bij naam genoemd en zelfcensuur wordt alom toegepast. ‘Ik denk dat de regering momenteel niets meer vreest dan een vrije media’, zegt ‘Zorro’, een journalist van de Democratic Voice of Burma die anoniem wenst te blijven. ‘Daarom komen de mediawetten de overheid ook nog heel goed uit. Want zodra de media helemaal vrij zijn, is het afgelopen met de tijd van onderhandelen en zelfcensuur.’