Hoe nieuwe geldsystemen en valuta de wereld veroveren

Bitcoins stinken niet

Overal wordt alternatief geld ontwikkeld. Bij crypto-currencies en lokale valuta als sardex en ethereum komt er geen overheid of bank meer aan te pas. Bedreigen die initiatieven het traditionele financiële universum?

Medium cover voorbij de eurocrop

‘Je kunt hier niet meer met euro’s betalen’, zegt de vlotte Amerikaan wanneer ik mijn koffie probeer af te rekenen. ‘Ze accepteren alleen crypto-currencies.’ Gehuld in een versleten spijkerbroek, vaal geworden gympen en een T-shirt met de tekst ‘The subtle art of not giving a shit’ toont hij mij zijn e-wallet op zijn telefoon. ‘Account of Steve Macalour – 11 currencies in wallet’, lees ik. Daaronder volgt een lijst met namen waarvan ik de meeste voor het eerst zie.

Het zou de eerste uit een lange reeks bijzondere ontmoetingen worden tijdens de International Conference on Social and Complementary Currencies. De meerdaagse conferentie in Barcelona, al voor het vierde jaar op rij georganiseerd, bleek een druk bezochte samenkomst van developers, filantropen, academici en social engineers uit alle hoeken van de wereld die nadenken over hoe nieuwe geldsystemen de wereld beter kunnen maken.

Steve introduceert me bij een aantal van zijn collega’s. Developers en futuristen, de meesten van hen reizen met hun kennis en hun laptop onder de arm als global nomads over de wereld. Money makers noemen ze zichzelf. Al snel blijkt dat de term rain makers hun niet had misstaan. Want allen verdienen zij hun geld met het maken van geld. Dat wil zeggen: nieuwe muntsoorten en geldsystemen waar geen nationale overheid of centrale bank meer aan te pas komt.

De wereld van alternatieve geldstelsels en ‘complementaire valuta’ groeit snel. Een team van onderzoekers onder leiding van Abeer El Bahrawy, verbonden aan City University of London, deed recent een poging om de ontwikkeling van dit voornamelijk virtuele universum in kaart te brengen. Uit dit onderzoek blijkt dat er mondiaal sinds 2013 alleen al een kleine vijfhonderd crypto-currencies zijn geïntroduceerd. Dit zijn valuta zoals bitcoin, die online circuleren op basis van distributed ledger technology, beter bekend als blockchain.

Het universum van alternatief geld reikt echter veel verder dan crypto-currencies alleen; het totaal aantal valuta dat momenteel parallel aan ’s werelds officiële valuta circuleert loop inmiddels richting de vijfduizend. Volgens een voorzichtige schatting vertegenwoordigt het alternatieve geld in circulatie inmiddels een waarde van zo’n honderd miljard dollar. Een klein bedrag vergeleken bij de zestig tot 75 triljoen dollar aan ‘officieel’ geld dat momenteel wereldwijd in omloop is, maar de waarde nam de afgelopen jaren wel exponentieel toe.

De gedachte dat alternatieve geldstelsels en parallelle valuta het komende decennium wel eens een veel serieuzere rol zouden kunnen gaan spelen in ons dagelijks leven prikkelt al lang niet meer de geesten van anarchisten en futuristen alleen. Voor de money makers zijn het dan ook gouden tijden. Steeds vaker worden ze ingehuurd door bedrijven die de vele nadelen en de risico’s van ons huidige monetaire systeem zien en die nieuwe, zelf uitgegeven alternatieve valuta gretig gebruiken als instrument om investeerders aan te trekken. Meestal gaat dit in de vorm van een initial coin offering (ico), de uitgifte van een (online) munt voor een specifiek doel, waarop investeerders intekenen in de hoop dat deze in de toekomst een breder gebruiksgebied zal krijgen, waardoor de waarde zal stijgen. Dat dit niet altijd gebeurt, blijkt uit het feit dat sommige crypto-currencies de afgelopen jaren kort na hun introductie roemloos ten onder gingen. Andere, zoals ethereum, lijken met vallen en opstaan echter steeds succesvoller te worden.

Hoewel de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (afm) beleggers recent nog waarschuwde kritisch te blijven ten aanzien van ico’s groeit het aantal investeringen en beleggingen in nieuwe (crypto)valuta zienderogen, in Europa en ver daarbuiten. Diverse investeerders beschouwen bitcoin en andere alternatieve geldsoorten als het nieuwe goud. Jeremy Liew, die bekendheid vergaarde met succesvolle investeringen in onder andere Snapchat, voorspelde onlangs nog dat bitcoins, waarvan het aanbod in tegenstelling tot ons huidige, publieke geld door het systeem waarin de munt gecreëerd wordt zelf gelimiteerd is, in 2030 wel eens een half miljoen dollar per stuk waard kunnen zijn.

De reden? Volgens Liew, en met hem steeds meer beleggers, zien we mondiaal enerzijds een zeer snelle stijging van online transacties, en anderzijds een groeiende afkeer jegens ons publieke geldstelsel waarlangs die transacties momenteel moeten plaatsvinden. Dat stelsel wordt beheerst door banken en andere conventionele financiële instellingen, waarin het publieke vertrouwen de afgelopen jaren fors is geslonken, terwijl we er steeds meer afhankelijk van lijken te worden, nu overheden en banken steeds meer sturen op het creëren van een cashloze samenleving. De combinatie van deze ontwikkelingen zal, zo verwacht de succesvolle durfinvesteerder, de vraag vanuit de samenleving naar nieuwe, alternatieve betaalsystemen en geldsoorten in de komende jaren fors doen toenemen.

Centrale banken, de hoofdrolspelers van ons conventionele, publieke geldsysteem, volgen deze ontwikkelingen op de voet. Veel centrale banken experimenteren inmiddels zelf met diverse crypto-currencytechnieken. In verschillende testomgevingen onderzoeken zij de implicaties van nieuwe betaalsystemen op het financiële stelsel en de economische en sociale effecten van nieuwe geldvormen. Zo vermeldt De Nederlandsche Bank op haar website: ‘dnb onderkent de mogelijkheden van de nieuwe technologie. De invoering daarvan vraagt ook om aanpassingen van centrale banken en toezichthouders. Een mogelijkheid is dat centrale banken zelf digitale valuta’s gaan uitgeven. Enkele buitenlandse centrale banken zijn dit aan het onderzoeken.’

Volgens een schatting vertegenwoordigt het alternatieve geld in circulatie een waarde van honderd miljard dollar

Volgens Ron Berndsen, hoofd van de afdeling Marktinfrastructuur Beleid van dnb, betekent dit niet dat De Nederlandsche Bank in de toekomst zelf een eigen valuta zal gaan uitgeven, maar dat zij hooguit een nieuwe digitale vorm van de euro rechtstreeks aan de burger zou kunnen gaan aanbieden. Aanvankelijk ontgaat mij de meerwaarde hiervan, maar deze wordt al snel duidelijk. ‘Momenteel kennen we twee vormen van ons geld’, zegt Berndsen. ‘De chartale euro – de biljetten en de munten – en de girale euro. Die laatste is alleen bedoeld voor gebruik door banken onderling. Voor chartale transacties zijn mensen niet afhankelijk van tussenpersonen zoals banken. Iedereen kan vrij een bankbiljet aan een ander geven, zonder dat daar een bank tussen hoeft te komen. Voor een girale transactie is dit anders, daarvoor heb je thans minimaal een bank nodig om de transactie tot stand te brengen. Een mogelijkheid is dat we als centrale bank in de toekomst een digitale versie van de euro gaan uitgeven, die mensen via een nieuw digitaal systeem direct met elkaar kunnen uitwisselen, zonder tussenkomst van een commerciële bank dus.’

Ik vraag hem of dit dan ook betekent dat burgers in dat geval weer een rekening rechtstreeks bij de centrale bank kunnen gaan aanhouden. ‘Dit is een van de mogelijkheden die we momenteel onderzoeken met onze interne blockchainexperimenten.’ Wat dit betekent voor de positie van commerciële banken, die in de huidige financiële infrastructuur nog een sleutelrol vervullen, is op dit moment nog niet duidelijk, aldus Berndsen. Een en ander moet in elk geval als muziek in de oren klinken voor diegenen die pleiten voor de oprichting van een nationale depositobank, waar burgers en bedrijven (nagenoeg) risicovrij hun geld kunnen stallen en betalingen vanuit kunnen verrichten zonder dat zij worden blootgesteld aan de risico’s van de kredietactiviteiten van commerciële banken.

Complementaire valuta winnen snel aan populariteit. Zeker in Europa en de eurozone, waar we naast het toenemend gebruik van mondiaal geaccepteerde valuta zoals bitcoin vooral ook tal van nieuwe lokale munten zien opkomen: (digitale) valuta voor een stad of een regio, die buiten het reguliere bancaire systeem circuleren. ‘Deze ontwikkeling gaat veel harder dan men zich realiseert’, zegt Stephane Beraud op een terras in de schaduw van het gebouw waar sinds 1800 zijn werkgever, de Banque de France, gevestigd is. Beraud is expert op het gebied van parallelle valuta en alternatieve kredietsystemen in Frankrijk.

‘Van oudsher associëren wij parallelle valuta vooral met kleine winkeliers die op straat- of wijkniveau hun eigen onderlinge ruilmiddelen creëren, of buurtgenoten die een puntensysteem creëren voor bijvoorbeeld de uitvoering van sociale projecten. Maar vergis je niet, dit is wezenlijk aan het veranderen’, aldus Beraud. ‘Een aantal systemen dat momenteel in Frankrijk ontwikkeld wordt, is niet alleen technisch veel beter georganiseerd dan in het verleden, ze zijn ook een stuk grootschaliger. Dit geeft allerlei nieuwe uitdagingen, ook voor de Banque de France. Steeds vaker komen er vragen uit alle hoeken van het land, met name over juridische en technische kwesties die bij projecten op deze schaal komen kijken.’

Om hoeveel initiatieven het in Frankrijk precies gaat? ‘Vele tientallen, wellicht al meer dan honderd, ik ben inmiddels de tel kwijt.’ Het zij hem vergeven, want Frankrijk, het land waar het idee voor de euro ooit het levenslicht zag, lijkt koploper op het gebied van de ontwikkeling van lokale valuta. Zo werd in Straatsburg, de stad waar een van de zetels van het Europees Parlement is gevestigd, de stück in circulatie gebracht. Meer recent werd in Nantes de soNantes gecreëerd en inmiddels blijkt dat ook Parijs onderzoek doet naar de invoering van een eigen munt, aldus Antoinette Guhl, adviseur van de burgemeester, verantwoordelijk voor economische en sociale zaken. Een naam voor de mogelijke munt schijnt al te zijn gevonden: de seine.

In een aantal randgemeenten rondom de Franse hoofdstad, zoals in Montreuil, zijn burgerinitiatieven de publieke autoriteiten al voor gegaan. Wat opvalt is dat het inmiddels niet meer alleen burgers en bedrijven zijn die de waarde zien van alternatieve, parallelle geldsystemen, maar dat langzaam ook lokale overheden betrokken raken in de ontwikkeling ervan.

Volgens Hervé Pillard, advocaat gespecialiseerd in financieel recht, schuilen er twee belangrijke motieven achter dit soort initiatieven. ‘De eerste is van ideologische aard. Steeds meer mensen voelen zich niet meer verbonden met het officiële geldstelsel, een systeem dat wordt beheerst door krachten waar burgers geen grip en overzicht meer op hebben’, zo stelt hij. Daarnaast kennen lokale valuta een aantal praktische voordelen: ‘De systemen waarop ze gebaseerd zijn, zorgen voor meer verbinding tussen de gebruikers en het geld dat binnen zo’n systeem circuleert blijft altijd in de regio of in de stad waarbinnen het gebruikt wordt.’

Ook Beraud erkent dat lokale geld- en ruilsystemen mensen een gevoel van onderlinge verbondenheid en vertrouwen geven dat veel conventionele valuta niet bieden. Voor verschillende gemeenten is dit volgens hem dan ook een belangrijke reden voor de ontwikkeling van een eigen munt. ‘Een lokale valuta, die wordt gebruikt door een community van mensen die zich onderling sterk verbonden voelen, draagt bij aan de lokale identiteit; iets waar mensen altijd behoefte aan blijven hebben, alle ontwikkelingen van globalisering ten spijt.’

Volgens de Fransman is het de laatste jaren aanzienlijk makkelijker geworden voor burgers, en ook voor lokale overheden, om eigen ruil- en geldsysteem te bouwen voor lokaal gebruik. Ten eerste omdat hiervoor diverse technologieën online en open source beschikbaar zijn; systemen die ook steeds makkelijker te koppelen zijn aan andere (complementaire) valuta, wat het onderling wisselen veel eenvoudiger maakt dan in het verleden het geval was. Ten tweede omdat de Franse regering recent een wetswijziging doorvoerde die verschillende juridische belemmeringen voor het gebruik van alternatieve ruil- en geldsystemen heeft weggenomen. ‘Er is steeds meer erkenning voor de waarde die lokale, complementaire valuta kunnen hebben voor het functioneren van een economie.’

‘Het officiële geldstelsel wordt beheerst door krachten waar burgers geen grip en overzicht meer op hebben’

Frankrijk is lang niet het enige land in de eurozone waar lokale, complementaire geld- en kredietstelsels volop in opmars zijn. Ook in Italië vinden we aansprekende en succesvolle voorbeelden, zoals de sardex. Deze Sardijnse unit of exchange werd in 2009 geïntroduceerd door een groep afgestudeerde Arts and Humanities-studenten onder leiding van Giuseppe Littera. ‘Het was een periode waarin Sardinië hevig werd getroffen door de kredietcrisis’, zegt Littera.

‘Banken stopten massaal met het verschaffen van krediet en grote bedrijven trokken weg. Om lokale ondernemers toch de mogelijkheid te geven om te investeren en handel met elkaar te blijven drijven, besloten we om een alternatief stelsel te ontwikkelen. Een systeem dat niet is overgeleverd aan de grillen van de internationale financiële markten, maar dat we zelf controleren. Een systeem dat geld weer persoonlijker maakt, omdat het direct, onderling tussen de eindgebruikers van het systeem wordt uitgewisseld.’

Inspiratie vond Littera in de wir, een nog steeds functionerende Zwitserse complementaire munt die in 1934 naast de Zwitserse frank werd ingevoerd. Als gevolg van de Grote Depressie had ook Zwitserland in die tijd te kampen met toenemende geldschaarste, wat twee zakenlieden ertoe bracht om zelf een geldsysteem op te zetten, om bedrijven in staat te stellen open te blijven en zaken met elkaar te blijven doen.

Blockchaintechnologie

Distributed ledger technology, waarvan blockchain de meest bekende en gebruikte vorm is, is een techniek die online transacties tussen een grote groep gebruikers mogelijk maakt. Blockchaintechnologie kent een zeer groot gebruikspotentieel, van het managen van financiële transacties tot het uitwisselen van informatie, zoals bijvoorbeeld patiëntgegevens. In tegenstelling tot bijvoorbeeld onze conventionele financiële infrastructuur wordt in een blockchainnetwerk het centrale logboek dat de transactiegeschiedenis weergeeft niet beheerd door een centrale partij (een bank) maar door alle gebruikers tezamen. Iedere gebruiker in het netwerk heeft een online kopie van het logboek. Deze manier van werken reduceert de kans op fraude of fouten aanzienlijk. Immers, een mutatie in een logboek is direct zichtbaar in alle logboeken. Alle gebruikers controleren op deze manier direct alle andere gebruikers.

Doordat er niet een centrale partij nodig is die de distributie en de administratie van alle transacties beheert, leent blockchaintechnologie zich uitermate goed voor de ontwikkeling en circulatie van nieuwe, alternatieve online valuta die door een keur van private partijen ontwikkeld worden. Deze valuta worden na uitgifte verhandeld op online platforms. Bekende platforms waarop bijvoorbeeld Bitcoin of Ethereum worden verhandeld zijn Coinbase, Coinmate en The Rock. Hier kan iedereen een online handelsrekening aanmaken en met dollars of euro’s de crypto-currencies kopen die er verhandeld worden, en vice versa. Deze handelsplatformen vormen zo de verbinding tussen de wereld van het publieke geld en die van alternatieve crypto-currencies.

Wanneer men eenmaal Bitcoins of andere alternatieve valuta heeft gekocht, kan men die zelf beheren in een e-wallet, waarvan er verschillende gratis beschikbaar zijn als app op je telefoon en waarmee je bij een snel groeiend aantal partijen, zoals winkels en restaurants, overal ter wereld kunt betalen. Ook hiervoor zijn dus geen banken meer als tussenpartijen nodig.

Steeds meer partijen zien de voordelen van het gebruik van crypto-currencies en accepteren inmiddels diverse alternatieve munten als betaalmiddel van hun klanten. Niet alleen vanwege fiscale voordelen, of vanuit de visie dat deze online munten in de toekomst wel eens meer waard kunnen worden, maar ook vanwege de aanzienlijk lagere transactiekosten die met blockchainnetwerken gepaard gaan, zeker in vergelijking met veel conventionele betaalsystemen. Crypto-currencies zijn dan ook al lang niet meer het exclusieve domein van criminelen die het reguliere bancaire systeem liever vermijden om hun transacties uit het zicht van de autoriteiten te houden.

Aan de basis van het sardex-netwerk ligt een online systeem waarop de leden onderling waarde kunnen uitwisselen – gemeten in sardex – en elkaar renteloze kredieten kunnen verschaffen. Behalve dat Sardijnen zo weer aan middelen kunnen komen om te investeren, zien velen inmiddels ook een aantal andere (fiscale) voordelen. Wat begon als een klein netwerk van bekenden is intussen dan ook uitgegroeid tot een samenwerkingsverband van duizenden lokale bedrijven, burgers en ook verschillende gemeenten. ‘Ons netwerk vergemakkelijkt de ruilhandel tussen bedrijven aanzienlijk en draagt als parallel systeem inmiddels substantieel bij aan de economie van ons mooie eiland. Tegelijk merken we dat Sardijnen elkaar via het netwerk makkelijker weten te vinden. Dat is een mooie bijkomstigheid’, zegt Littera met enige trots. ‘Geldsystemen, lokaal of mondiaal, draaien natuurlijk om stabiliteit. Maar bovenal om het onderling vertrouwen tussen mensen die van dit geldstelsel gebruik maken. Dat is de werkelijke basis van het succes van dit soort netwerken.’

Verschillende onderzoeken lijken dit te bevestigen. Kleinere, lokale geldsystemen, met een groter gevoel van onderlinge verbondenheid tussen de mensen in de community, zijn veel minder gevoelig voor speculatie en instabiliteit, als ook voor de grote bewegingen op de financiële markten.

‘Die lokale munten gebruiken we voor de sociale cohesie – wederdiensten in de buurt – of lokale goede doelen’

Het succes van het sardex-systeem blijkt intussen niet alleen uit de theorie en uit het succes op het eigen eiland, maar ook uit de interesse van diverse andere Italiaanse regio’s, aan wie de initiatiefnemers hun techniek ter beschikking stellen om eigen varianten te ontwikkelen.

Op tal van plekken in Europa wordt de maatschappelijke waarde van lokale valuta en alternatieve geldsystemen (her)ontdekt. Soms noodgedwongen, zoals in de gebieden waar het publieke geldsysteem als gevolg van de krediet- en eurocrisis niet meer of zeer gebrekkig functioneert. Vaker ligt er voortschrijdend inzicht ten aanzien van de rol van geld in onze samenleving aan ten grondslag. Er is een groeiend publiek besef dat de structuur van ons geldsysteem grote invloed heeft op de werking van onze samenleving, maar dat deze structuur niet per se zo hoeft te zijn als hij nu is. De visie dat geld systemisch neutraal is, en louter een ruilmiddel is waarvan het weinig uitmaakt in welke vorm het zich manifesteert, lijkt plaats te maken voor het besef dat het een middel is dat grote invloed heeft op ons denken, ons gedrag en op de wijze waarop mensen met elkaar verbonden zijn, en dat wanneer je de structuur van het geldsysteem verandert je menselijk gedrag kunt veranderen.

Gaan de snelle opkomst van alternatieve ruil- en geldsystemen en de sterke groei van complementaire valuta in Europa ons monetaire landschap radicaal veranderen? ‘Ik zie zeker de waarde van lokale, complementaire valuta’, stelt Ron Berndsen van dnb. ‘En ik acht het heel goed mogelijk dat we het in de toekomst veel normaler gaan vinden om naast de euro ook nog twee of drie lokale valuta in onze (digitale) portemonnee te dragen. Die lokale munten gebruiken we dan voor de sociale cohesie (wederdiensten in de buurt) of lokale goede doelen. Maar ik geloof niet dat de opkomst van parallelle valuta en betaalsystemen de relevantie van ons publieke geldsysteem zal doen afnemen, noch dat ons publieke geld en onze betalingsinfrastructuur de komende jaren vervangen zullen worden door een stelsel van alternatieve geldsystemen, zoals sommige futuristen en investeerders menen.’

Medium inktviscrop

Tegenwoordig is het voor burgers, bedrijven en communities makkelijker dan ooit om eigen valuta en betaalsystemen te ontwikkelen. Maar of dat betekent dat alternatieve systemen ons conventionele, publieke geldstelsel gaan vervangen, daarover is de centrale bankier sceptisch: ‘Primair is geld een ruilmiddel, waarvan de waarde staat of valt met vertrouwen. Mensen hebben alleen wat aan geld wanneer zij vertrouwen hebben in de waarde ervan en wanneer zij weten dat genoeg anderen die waarde ook erkennen en het derhalve als ruilmiddel zullen accepteren. Een van de voordelen van de euro is dat de waarde ervan relatief stabiel is en dat het acceptatiegebied een specifieke regio of een land ver overstijgt. Het is de tweede valuta in de wereld. Voor lokale complementaire valuta is het gebruiksgebied zeer beperkt. Dit komt het gemak voor de burger natuurlijk niet ten goede.’

Berndsens betoog lijkt hout te snijden, maar de vraag is of daarmee ook alles is gezegd. Ik reis naar Brixton, een wijk in Londen, weliswaar buiten het eurogebied, maar toch. Enkele jaren terug besloot men daar de Brixton pound in te voeren. Deze lokale variant is exact even veel waard als de Engelse pond, maar heeft een veel kleiner gebruiksbereik. Lang niet iedere winkel in de buurt accepteert de lokale munt en je kunt er sowieso alleen in Brixton mee betalen. Toch kiezen veel buurtbewoners tegenwoordig steevast om lokaal met de Brixton pound te betalen. Gefascineerd door deze ontwikkeling deden verschillende partijen onderzoek naar de redenen voor deze keuze. Telkens gaven de gebruikers van het Brixton pound-netwerk aan dit te doen om zich meer Brixtoner te voelen. Wat betreft de waarde van geld blijkt het om meer te gaan dan alleen het praktisch gebruik van het middel als zodanig.

‘De discussie over de toegevoegde maatschappelijke waarde van alternatieve geldsystemen ten opzichte van ons conventionele geldsysteem is al oud’, zegt Hermann Gissberg, een uit Hamburg afkomstige oud-bankier met een indrukwekkende kennis van monetaire systemen. ‘Parallelle valuta en de systemen waarbinnen zij circuleren werden tot voor kort niet heel erg serieus genomen. Enerzijds omdat ze doorgaans technologisch veel minder geavanceerd waren dan verschillende systemen die momenteel ontwikkeld worden, maar vooral ook omdat er niet tot nauwelijks werd getwijfeld aan het conventionele, publieke geld. Banken werden als zeer betrouwbare instellingen gezien en er was geen reden om te twijfelen aan de stabiliteit van ons monetaire en bancaire geldstelsel. Wanneer mensen een goed werkend systeem tot hun beschikking hebben, hebben zij weinig behoefte aan een alternatief.’

De kredietcrisis en de Europese schuldencrisis hebben op dit gebied echter gezorgd voor een radicale omslag. De val van Lehman Brothers en de schokgolf die daarop volgde legden niet alleen de intrinsieke instabiliteit van ons huidige bancaire stelsel bloot, maar ook dat wij als samenleving veel te afhankelijk zijn geworden van banken, die primair een commercieel belang hebben en geen publiek belang. ‘Die afhankelijkheid gaat niet alleen over de kredietfunctie’, vervolgt Gissberg, ‘maar vooral ook over de rol die banken spelen bij onze geldcreatie, het beheer van onze financiële infrastructuur en ons betalingssysteem. Juist hierom konden wij, net als veel andere landen, het ons niet permitteren om banken en andere financiële systeeminstellingen failliet te laten gaan en werden we gedwongen ze met publieke middelen in leven te houden. Na de gebeurtenissen van de afgelopen jaren is het logisch dat steeds meer mensen zich openlijk afvragen of het huidige geldsysteem nog wel zo dienend is aan onze samenleving als het zou kunnen en moeten zijn. Net als dat het logisch is dat zich nieuwe alternatieven aandienen.’

Hermann Gissberg is niet de enige die de maatschappelijke relevantie van alternatieve geldsystemen ten opzichte van ons publieke geldstelsel ziet toenemen. ‘Ons conventionele geldstelsel lijkt zich momenteel in een soort perfect storm te bevinden en de internationale kredietcrisis en de Europese schuldencrisis hebben de ontwikkeling van nieuwe, alternatieve geldsystemen in een stroomversnelling gebracht’, meent ook Lorenzo Agosto (wiens naam op zijn verzoek is gefingeerd). Ik ontmoet deze 47-jarige telg uit een zeer oud Italiaans bankiersgeslacht in zijn villa bij Lago Maggiore, waar hij een groot deel van het jaar een teruggetrokken leven leidt. ‘Deze storm zal de komende jaren voortduren. Veel mensen denken dat de financiële crisis in Europa over is omdat de beurzen weer recordhoogten bereiken en van veel landen de economie weer voorzichtig groeit. Maar de crisis is nog lang niet voorbij. Kijk maar naar de recente bankenreddingen in Spanje en hier in Italië.’ De Italiaan doelt op de twee Noord-Italiaanse probleembanken Veneto Banca en Banca Popolare di Vicenza, die afgelopen juni nog door de Italiaanse overheid met miljarden aan publiek geld gered moesten worden.

‘Valuta zijn een middel om een samenleving goed te laten functioneren, een middel om mensen te verbinden’

Hij vervolgt: ‘Men lijkt het inmiddels normaal te vinden dat de overheid eens in de zoveel tijd een bank overeind moet houden, maar dat is het natuurlijk niet. Zoals het ook niet normaal is dat overheden zulke hoge schulden hebben als ze momenteel hebben. Schulden die alleen nog houdbaar zijn omdat de Europese Centrale Bank massaal staatspapier opkoopt en daarnaast de rente voor commerciële banken op praktisch nul houdt, zodat krediet bijna gratis is. Maar vroeg of laat komt er een moment dat dit niet meer valt vol te houden. Dan komt het moment dat men moet erkennen dat in ons publieke geldsysteem veel te veel schulden zijn opgebouwd, schulden die op de lange termijn niet houdbaar zijn.’ Als dat moment komt – en volgens hem zal dat ergens in de komende jaren zijn – zal dit systeem niet meer kunnen functioneren.

Agosto, die de werking van de financiële markten met de paplepel kreeg ingegoten, zag naar eigen zeggen al in 2004 dat zich een zeer ernstige, systemische crisis aan het vormen was in ons huidige financiële stelsel. Putting his money where his mouth was, speculeerde hij stevig op het uitbreken van een bankencrisis, wat hem geen windeieren legde. De afgelopen jaren adviseerde hij onder meer de opvolger van oud-premier Silvio Berlusconi, Mario Monti, over het terugwinnen van het vertrouwen van de financiële markten, toen de Italiaanse staatsschuld onhoudbaar dreigde te worden.

Zijn interesse in alternatieve geldsystemen werd echter niet in Italië gewekt, maar in Griekenland, in de zomer van 2015. ‘Een van de meest acute zorgen op dat moment was niet zozeer de hoogte van de staatsschuld, als wel het feit dat er iedere dag vele miljarden euro’s het land uit stroomden. Uit angst voor ineenstorting van het bancaire systeem en voor hogere belastingen stalden Grieken massaal hun euro’s in het buitenland, ironisch genoeg mogelijk gemaakt door het eurosysteem met zijn open grenzen. De Europese Centrale Bank en het imf wisten zich hier niet goed raad mee. De EU, maar ook het westerse denken over economie is immers gebouwd op het idee van vrijhandel en open grenzen. Maar tijdens de eurocrisis werden verschillende landen juist door die open grenzen bedreigd. Uiteindelijk noopte de grote uittocht van kapitaal de Griekse overheid tot de invoering van kapitaalrestricties. Van de ene op de andere dag mocht de Griek nog maar zestig euro per dag opnemen of overmaken. Op dat moment hield het conventionele geldsysteem voor veel mensen en bedrijven goeddeels op te functioneren.’

De nog altijd sluimerende instabiliteit in het Europese bancaire systeem geeft volgens Lorenzo Agosto niet alleen meer aanleiding tot het verbreden van de discussie over ons geldsysteem, het vergroot ook het bestaansrecht van alternatieve systemen waarbinnen ons geld circuleert. De vraag is of dit ook bestaansrecht geeft aan nieuwe valuta. Immers, ook wanneer we ons huidige betaalsysteem, waarin banken een centrale rol spelen, zouden vervangen door een heel ander systeem dat wellicht veel stabieler zou zijn, doet dit niet af aan het feit dat we ook binnen zo’n ander systeem gewoon euro’s zouden kunnen blijven gebruiken. Toch lijkt er ook een argument te zijn voor valutadiversificatie. De Britse econoom Ernst Friedrich Schumacher stelde ooit: ‘For his different purposes, man needs many different structures, both small ones and large ones, some exclusive and some comprehensive.’

Volgens Arjo Klamer, bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en als wethouder in Hilversum initiatiefnemer van de invoering van de Gooische gulden, geldt dit ook voor de geldstelsels die we gebruiken. Hij ziet voor lokale, parallelle valuta een belangrijke rol weggelegd. Enkele jaren terug schreef hij er een zeer helder boek over, De euro valt! En wat dan?

‘Op de meeste economiefaculteiten in de westerse wereld krijgen studenten geleerd dat geld drie functies kent: een ruilfunctie, een rekenfunctie en een spaarfunctie’, zegt Klamer. ‘Dit suggereert dat geld een neutraal en louter economisch fenomeen is. Toch is dit een grote misvatting. Geld heeft ook belangrijke culturele, sociale en politieke aspecten, die zijn invloed op de samenleving in positieve maar ook in negatieve zin kunnen bepalen. Wanneer een geldsysteem goed wordt vormgegeven en past bij de samenleving door welke het gebruikt wordt, kan geld niet alleen zorgen voor een goed draaiende economie, maar ook bijdragen aan sociale cohesie, aan een gemeenschapsgevoel en zelfs een gedeelde identiteit. Wanneer je geldsystemen echter niet goed inricht of een standaardoplossing biedt voor economieën die qua cultuur en structuur te veel van elkaar verschillen, zoals in de eurozone het geval is, dan kan dit geldsysteem juist tot veel economische en sociale frictie leiden. Dan krijg je bijvoorbeeld een situatie waarin de rente voor het ene land veel te hoog is en voor het andere veel te laag. Dat werkt heel verstorend.’

Medium valuta eilandjes

In het huidige eurodebat is er tot nu toe geen ruimte voor een bredere visie op en dialoog over de toekomst van ons geldsysteem en de functie die alternatieve valuta hierin kunnen vervullen. Dat is jammer, vindt Klamer. ‘Doordat het eurodebat zo smal gevoerd wordt, verwijdert het zich langzaam maar zeker van de realiteit en een aantal belangrijke ontwikkelingen binnen ons geldsysteem.’ Het wordt tijd, vindt hij, dat we veel ruimer gaan nadenken over ons geld en de wijze waarop het gecreëerd en gebruikt wordt. ‘De ironie is dat de discussie over de euro eigenlijk helemaal niet over de euro gaat’, zegt Klamer. ‘De gemeenschapsmunt wordt ingezet als politiek symbool in een heel andere discussie, namelijk die over Europese eenwording en integratie. Als je goed luistert naar de argumenten op basis waarvan zij betogen dat de euro behouden moet blijven, kun je alleen maar concluderen dat deze helemaal niet passen in een gezonde dialoog over een geschikt geldsysteem voor de verschillende samenlevingen in Europa. Als je de euro als munt inderdaad beschouwt als hét symbool van het succes van Europese eenwording, zoals veel politici en beleidsmakers doen, dan is het begrijpelijk dat het behoud ervan een doel op zich wordt. Maar als je een discussie wilt voeren over de vraag hoe je een stabiel monetair systeem kunt creëren voor samenlevingen in Europa dat bijdraagt aan het welzijn van burgers, dan moet je een heel andere discussie over ons geld en onze gemeenschapsmunt gaan voeren. Zo’n discussie begint met het besef dat valuta geen doel zijn, maar een middel om een samenleving en haar economie goed te laten functioneren, een middel om mensen te verbinden.’

De kredietcrisis en de Europese schuldencrisis hebben wellicht in de kringen van politici en publieke beleidsmakers nog niet geleid tot een open en reëel debat over de vraag hoe we in de toekomst ons geldsysteem willen inrichten, in de samenleving is dit debat wel op gang aan het komen. Nog nooit in de moderne geschiedenis werd zowel het bestaansrecht van ons geldsysteem, het systeem van centrale en commerciële banken, als het bestaansrecht van onze publieke valuta, momenteel de euro, zo stevig ter discussie gesteld. En bij debat alleen blijft het niet. Op steeds meer plekken in Europa werken burgers, bedrijven en lokale overheden aan alternatieve systemen en introduceren ze nieuwe valuta.

‘Ach ja, de discussie over de euro.’ Steve, de Amerikaan die ik in Barcelona ontmoette, lacht minzaam als ik vraag of hij denkt dat de euro over tien jaar nog bestaat. ‘Het is denk ik veel relevanter om je af te vragen of ons conventionele geldsysteem waaruit deze munt voortkomt over tien of vijftien jaar nog een wezenlijke rol speelt in ons dagelijks leven. Ik denk dat die wel eens een stuk kleiner zou kunnen zijn dan mensen zich momenteel realiseren. Mijn e-wallet bevat nu elf valuta.’ Hij pakt zijn telefoon en toont een van de apps. ‘Deze app rekent per transactie zelf uit met welke munt ik op moment a op plek b het voordeligst kan afrekenen, wanneer ik tenminste de keuze heb. En het mooie is, er zit geen overheidsgeld meer tussen.’

Voor veel mensen is dit nog slecht verstaanbare toekomstmuziek. Maar kijkend naar de technologische, monetaire en cultureel-politieke ontwikkelingen valt een revolutie in ons monetaire stelsel de komende jaren zeker niet uit te sluiten. ‘We always overestimate the change that will occur in the next two years and underestimate the change that will occur in the next ten’, stelde Bill Gates ooit. De oprichters van de euro zagen de munt als het sluitstuk van de monetaire geschiedenis van Europa. Toch leert diezelfde geschiedenis ons dat monetaire systemen en valuta komen en gaan. Ook die waarvan men dacht dat ze altijd zouden blijven bestaan. Er zijn weinig redenen te bedenken waarom ons huidige publieke systeem deze historische trend zou doorbreken.


Dit onderzoek kwam mede tot stand met steun van Fonds 1877