Menno Hurenkamp

Bitter

Het is niet gek, zo stelde de Amerikaanse presidentskandidaat Barack Obama vorige week, dat ‘gewone’ Amerikanen bitter zijn; dat ze boos zijn op immigranten en vasthouden aan hun geweren en hun geloof. Hun banen zijn immers ingepikt of verdwenen naar China en niemand steekt een vinger naar ze uit. Concurrente Hillary Clinton wist niet hoe snel ze Obama weg moest zetten als ‘out of touch’ met de gewone man. Gewone Amerikanen zijn helemaal niet gefrustreerd, ze zijn juist hartstikke inventief en weerbaar en dól op hun ‘way of life’ en Obama is typisch zo’n jongen van de universiteit die niets van het echte Amerikaanse leven snapt. Aldus de multimiljonaire Clinton tegen de ex-sociaal werker Obama. Géén gun & god loving American zal ooit op de vrouw, tevens representante van de überélite Hillary Clinton stemmen, maar nu heeft ze wel lekker de kans verkleind dat hij op Obama stemt. De rechtse kandidaat McCain wrijft zich in zijn handjes.

Recent pleitte ook Wouter Bos, op een bijeenkomst voor linkse partijen in Londen, voor meer volkse aandacht voor de ‘less privileged’. Gaat het hem lukken de gewone man te overtuigen? De opgave voor links, zo hebben we hierboven net geleerd, is om zowel frustraties van mensen áls hun culturele eigenzinnigheid serieus te nemen. Op basis van Bos’ verhaal denk ik dat het hem niet lukt. Het begint met zijn timing. Bos lijkt ingenomen met zijn ‘mildly provocative ideas’, zijn pleidooi voor meer normen en waarden en meer populisme, uiteengezet voor een internationaal publiek. Maar in Nederlands perspectief is zijn verhaal curieus. Hoezo het populisme agenderen terwijl het hier al zo sterk is (Wilders, Verdonk)? Is dat nou slim, uit concurrentie-overwegingen gezien? Bovendien, hoezo vertellen wat je gáát doen, in plaats van wat je doet? De vaste achterban wordt boos en de Wilders-kiezers willen horen dat de buitenlanders weg moeten, niet dat er meer populisme komt.

Maar Bos houdt de inhoud in dit betoog op afstand. Hij denkt in ‘processen’, die niet alleen de burger maar ook hem machteloos maken: globalisering, individualisering en zo meer. De politicus Bos heeft, samen met de gewone man, last van de moeizaamheid waarmee we sociale zekerheid of onderwijs organiseren. De pijn van de gewone man is ook Bos’ pijn – daarop moet het populisme een antwoord zijn. Maar ingewikkelde processen of niet – de gewone man liet Amsterdam niet afbranden toen Van Gogh vermoord werd of toen onlangs die rare film uitkwam, sterker, die gewone man hielp deze week mee een aangestoken Limburgse moskee te herbouwen. En nu komt het gekke: Bos ziet deze inventiviteit en weerbaarheid van Nederland niet als resultaat van decennia politiek, mede die van zijn partij. Vermoedelijk omdat hem dat te dicht in de buurt van Job Cohen en Ella Vogelaar brengt. Dan is het exit met zijn pleidooi voor populisme. In plaats daarvan presenteert hij die inventiviteit van gewone mensen als een van de dingen die zijn partij onderschat heeft, als iets dat de PvdA moet inzien bij het populistischer worden. Dat is een eigenaardige verwarring van oorzaak en gevolg, handig voor managers op zoek naar werk, maar niet om een eigen plek ‘op links’ te vinden.

Ik doe feitelijk wat Clinton met Obama deed: even Bos dissen omdat-ie Nederland niet snapt. Hij focust op frustratie van mensen, en gaat voorbij aan hun culturele eigenheid. Zoals Amerikanen van geweren houden, houden Nederlanders van sociaal doen. En met beide inzichten kun je géén verkiezingen winnen, maar wel verliezen.