Bitter belgie

EEN JAAR NA de Witte Mars is er in België maar één ding veranderd: de Witte-Marsbeweging is verdwenen. De massale verontwaardiging over de onverschilligheid van justitie en politie ten aanzien van het lot van de ontvoerde meisjes lijkt weggeëbd. Het debat over de incompetentie van de bestuurlijke elite heeft zich naar de krantenkolommen en collegezalen verplaatst. De magistratuur wentelt zich weer behaaglijk in zijn grondwettelijke onafhankelijkheid alsof er nooit een Spaghetti-arrest heeft bestaan en de regering-Dehaene opent onverstoorbaar de zoveelste begrotingsronde. Zelfs de zaak-Dutroux, die het land vorig jaar op zijn grondvesten deed daveren, is door procedurele verwikkelingen in het slop geraakt.

De ouders van de vermoorde kinderen blijven verbitterd achter. De onderzoekscommissie-Dutroux, in het leven geroepen als antwoord op het spontane volksoproer, velde op 15 april jongstleden nog een hard oordeel over het functioneren van justitie en politie. De regering beloofde beterschap, maar de aanbevelingen uit het commissierapport worden slechts schoorvoetend uitgevoerd. Er liggen nu 75 wetsvoorstellen bij het parlement, die tezamen een grondige justitiële hervorming beloven, maar de behandeling ervan kan jaren duren en de regeringspartijen bedienen intussen als vanouds hun clientèle. Veel voorstellen zullen gaandeweg worden afgezwakt om tegemoet te komen aan budgettaire of communautaire bezwaren. Alle functionarissen die door de commissie incompetent waren bevonden, blijven vooralsnog ongestoord op hun post.
Ex-justitieminister Wathelet, die Marc Dutroux in 1992 vervroegd uit de gevangenis ontsloeg, mag na een stormachtig kamerdebat zijn functie van rechter bij het Europese Hof behouden. Dehaene wil geen crisis met ’s mans partij, de Franstalige christendemocraten (PSC), riskeren. Zelfs de verantwoordelijken voor het erbarmelijke falen van justitie in de ontvoeringszaak van Loubna Benaïssa, procureur Dejemeppe en commissaris De Vroom, zijn na enig tuchtrechtelijk touwtrekken gewoon aangebleven. Minister van Justitie De Clerck heeft naar eigen zeggen niet de bevoegdheid om hen disciplinair te straffen. Toen de voorzitter van de commissie-Dutroux, de Vlaamse liberaal Marc Verwilghen, hem vorige week in een openbaar debat verweet een ‘machteloos minister’ te zijn, moest De Clerck dat zijns ondanks beamen.
DE OUDERS VAN de vermoorde Mélissa Russo, die aanvankelijk samen met vader Marchal op de voorgrond traden als woordvoerders van de Witte Beweging, tonen zich deze week in een paginagroot interview met De Morgen gefrustreerd door het uitblijven van personele consequenties en werkelijke hervormingen. Het echtpaar trok zich in mei terug uit de publiciteit om anderen een kans te geven de beweging te leiden. Helaas nam niemand de fakkel over - ook niet Marchal, die inmiddels met alle andere ouders ruzie heeft.
De Witte Comités zijn tenondergegaan aan hun eigen onbekwaamheid, aldus vader Russo. Ze staarden zich blind op de ouders. Doordat de geschrokken elite, inclusief premier Dehaene en koning Albert, zich onmiddellijk aan de ouders opdrong en hen ogenschijnlijk bij allerlei hervormingen betrok, kon de beweging worden ingekapseld: 'Aanvankelijk wilden de politici zich weer geloofwaardig maken in de ogen van de burgers. Daar hebben ze uiteindelijk de moed en de oprechtheid niet voor gehad. En tijdens die wissel van beloven maar niets doen heeft men ons, de ouders, in het middelpunt proberen te stellen. Om te laten zien: hier zijn de ouders en ze zijn tevreden.’
Als om zout in de wonde te wrijven wordt de publieke opinie momenteel voorbereid op de vrijlating van Michel Nihoul, de rijkswachtinformant en zakenpartner van Marc Dutroux die vastzit op verdenking van medeplichtigheid. Omdat het vermoeden rees dat beide verdachten van hogerhand gedekt werden, doet de commissie-Dutroux momenteel een vervolgonderzoek naar deze 'politieke bescherming’. Het eindverslag wordt verwacht in december. De laatste weken wordt de commissie in de Belgische media hard aangepakt met de kennelijke bedoeling het onderzoek in diskrediet te brengen.
Het startschot kwam van de controversiële, tot misdaadjournalist omgeschoolde flessentrekker André Rogge. In een door hemzelf geregisseerde uitzending van het veelbekeken tv-programma Au nom de la loi deed hij uit de doeken dat Nihoul in het geheel geen bescherming geniet en waarschijnlijk ook nog onschuldig is, zodat zijn zaak weleens de 'gerechtelijke dwaling van de eeuw’ zou kunnen zijn. Ook in de doorgaans evenwichtige tv-rubriek Ter zake werd de serieuze verdenking van de commissie inzake een pedofiel netwerk rond Nihoul als verzinsel afgedaan.
Voor ingewijden was het zonneklaar dat de standpunten en getoonde stukken in de uitzendingen rechtstreeks waren ontleend aan de dossiers van de advocaten van Dutroux en Nihoul. Getuigen die Nihoul en Dutroux op één van de ontvoeringsdagen samen hebben gezien, worden in diverse kranten belachelijk gemaakt. Het dagblad Het Volk, dat zich door een loopjongen van de gerechtelijke politie heeft laten influisteren dat Nihoul onschuldig is, verhoogde de inzet door te beweren dat hij aan terminale kanker lijdt. Dat laatste was zelfs voor Nihoul een complete verrassing.
In hoeverre de stemmingmakerij georkestreerd is, valt moeilijk vast te stellen. Het weekblad Humo schrijft dat er hoge politiemensen achter zitten, met name commissaris Georges Marnette van de gerechtelijke politie die connecties zou hebben met de Belgische pornohandel.
IS DEZE CAMPAGNE de opmaat tot Nihouls vrijspraak, waarna alle verdenkingen inzake kinderhandel en protectienetwerken van tafel kunnen worden geveegd? Frans Lozie, kamerlid voor de milieupartij Agalev en waarnemend lid van de commissie-Dutroux, vond de berichten in elk geval zo verontrustend dat hij besloot om uit de school te klappen. In een tv-interview zei hij vorige week dat Dutroux en Nihoul wel degelijk schuldig waren aan 'gruwelijke seksmisdrijven’ en dat het onderzoek 'met man en macht wordt tegengewerkt’. Hij legde een verband met de tegenwerking van de commissie die het vastgelopen onderzoek naar de Bende van Nijvel evalueert. Hij zei dat de boosdoeners in beide gevallen moeten worden gezocht bij de rechtervleugel van de Franstalige christendemocraten.
Verwilghen bevestigde naderhand Lozies uitlatingen in zoverre dat hij ook gewag maakte van protectie door 'Franstaligen van de christendemocratische familie’.
Voor de minder goede verstaander: het betreft hier de rechtervleugel van de PSC, die in de jaren zeventig en tachtig de landspolitiek beheerste onder aanvoering van de vleesmagnaat Paul Vanden Boeynants en de edelman-fascist Benoît de Bonvoisin.
ZULKE TOESPELINGEN circuleren al jaren zonder dat man en paard worden genoemd. Wanneer komen de namen nu eens op tafel? Verwilghen is vanwege de begrotingsdebatten niet beschikbaar voor commentaar, maar Lozie geeft graag een toelichting.
Lozie: 'Het onderzoek wordt geblokkeerd door een pedofiel netwerk van politiemensen en magistraten, dat staat vast. Wie of wat daarachter zit, moeten we nog uitzoeken. De tegenwerking begint telkens wanneer het spoor leidt naar een bepaald milieu, een kleine kring van Franstalige christendemocraten die elkaar ontmoeten op seksfuiven en in bepaalde schietclubs. Telkens komen de namen van dezelfde rijkswachtofficieren en magistraten weer boven. Die mensen zie je ook opduiken in de dossiers van de Bende-commissie. De Bende-commissie krijgt tegenwerking zodra zij zich bezighoudt met dat milieu. Ik noem geen namen want die connecties moeten nog juridisch worden bewezen. U kunt ervan uitgaan aan dat het nieuwe commissierapport personele consequenties zal hebben. Ik verwacht dat het protectiecircuit eindelijk wordt aangepakt.’
Dat klinkt hoopvol. Maar het dossier-Nihoul is niet het enige dat dreigt te verzanden. De vertrouwde Belgische opsporingsmalaise slaat aan alle kanten toe. Afgelopen donderdag gelastte een beroepskamer van het Luikse gerecht de vrijlating van het sinistere duo Richard Taxquet en Cosimo Solazzo. Taxquet wordt allerwegen beschouwd als het brein achter de moord op de Franstalige socialistische voorman André Cools (PS) in 1991. Solazzo geldt als zijn medeplichtige. Zij zijn gered door de voormalige taalstrijder en huidige Europarlementariër José Happart (eveneens PS), die nota bene door Taxquet onlangs werd aangewezen als opdrachtgever van de moord. Happart beweert nu over bewijzen te beschikken dat Cools is vermoord vanwege een zwartgeldzaak waar Taxquet buiten staat, al weigert hij die stukken aan de onderzoeksrechter te tonen. Taxquet heeft op zijn beurt zijn beschuldigingen tegen Happart ingeslikt. De enige die nu nog in verband met de moord op Cools achter de tralies zit, is uitgerekend de verbindingsman die in 1992 zijn hals redde door de toedracht op te biechten. Voor de modale Belg bewijst deze Luikse combine dat de elite niets heeft geleerd en onverminderd het recht naar zijn hand zet.
OM DE VERWARRING compleet te maken, verklaarden de Leuvense strafrechtdeskundigen Fijnaut en Verstraeten in een rapport aan de Bende-commissie dat de Bende van Nijvel bestond uit ordinaire straatrovers die ook al niet van hogerhand in bescherming werden genomen. Dit schreven ze tegen alle aanwijzingen in die de laatste tien jaar door advocaten, politici en onderzoeksjournalisten zijn aangesleept. Allemaal onzin, zei Fijnaut triomfantelijk: 'Er komt een gigantische opruiming. Hele hoofdstukken en boeken kunnen de vuilnisbak in!’
Helaas voor Fijnaut en Verstraeten werd hun najaarskuis verstoord door de voorzitter van diezelfde Bende-commissie, de christendemocraat Tony Van Parys, die in De Standaard verklaarde dat er wel degelijk sporen lopen van de Bende naar extreem-rechtse rijkswachters, luxe-prostitutienetwerken, wapenhandelaren en, jawel, 'prominenten’. Voor de buitenwacht blijft het gissen. Ook Van Parys noemde geen namen. Zolang dat niet gebeurt, verdient een politieke verklaring voor de recente omslag misschien toch de voorkeur.
DE RESTAURATIE kondigde zich al geruime tijd aan, zegt de Gentse criminoloog Brice de Ruyver die de commissie-Dutroux/Nihoul wetenschappelijk ondersteunt. Als ambtelijk expert heeft hij zich tot nu toe onthouden van politieke uitspraken, maar door de frontale aanval in de pers ziet hij zich er nu toe gedwongen.
De Ruyver: 'Van alle kanten probeert men het laatste restje elan de nek om te draaien. De magistratuur wil overgaan tot de orde van de dag, met behoud van zijn onafhankelijkheid. De grote partijen hebben er schoon genoeg van om in opspraak te komen voor gedragingen die nog maar kort geleden in dit land werden doodgezwegen, waaronder zedendelicten. Een factor die minstens even zwaar weegt is dat veel politici zich ergeren aan het prestige van Marc Verwilghen.’
Vorige week publiceerde de krant La Libre Belgique een enquête waaruit de knappe, welbespraakte voorzitter van de commissie-Dutroux naar voren kwam als populairste politicus van België, zowel onder Vlamingen en Walen als onder Brusselaars. De Ruyver: 'Hij steekt alle collega’s de ogen uit. Dat accepteren velen niet, dus willen ze hem en zijn commissie onderuithalen. Het is duidelijk dat de campagne door politici wordt georkestreerd.’
Tegelijk blijkt uit de enquête dat het uiteenvallen van de Witte Beweging niet betekent dat het vertrouwen in de politiek is hersteld. Slechts eenderde van de Belgen blijkt de regering-Dehaene te vertrouwen. De Waalse regering moet het doen met een vertrouwensquote van 24 procent, de Vlaamse regering met maar achttien procent. De persoonlijkheidscultus rond Verwilghen krijgt daarentegen archaïsche trekken, als was hij een tsaar aller Belgen bij wie het volk in beroep gaat tegen zijn hardvochtige pachtheren.
De Ruyver: 'Vanuit alle hoeken van het land richten mensen zich de laatste tijd tot Verwilghen met geschillen en politieke vragen die niets met het commissiewerk te maken hebben. Zonder iets af te doen aan zijn integriteit, vind ik dat zeer bedenkelijk. Het morele gezag in een land mag niet hangen aan één man. Dat democratisch failliet wreekt zich vroeg of laat. Niet op straat, want men laat zich niet meer mobiliseren, dat is zinloos gebleken. Maar bij de verkiezingen zal de onvrede blijken. Als we niet heel erg oppassen gaan ondemocratische groeperingen straks met de winst strijken. Het ongenoegen is zo groot dat België volgens mij balanceert op de rand van de rechtsstaat.’
Ook dat hebben we eerder gehoord. Gezien de schandalen van de laatste twintig jaar, om van de morele crisis van dit moment te zwijgen, zou je denken dat er aan die rechtsstaat niet veel verloren is. De verontrusting van Lozie of De Ruyver lijkt eerder ingegeven door teleurstelling over het verloop van de volkswoede, die heel even de verwachting had gewekt dat er iets ten goede zou veranderen. De tamme reacties op de vrijlating van Taxquet en de campagne ten bate Nihoul bewijzen dat de meeste Belgen nergens meer op hopen. In de woorden van Gino Russo: 'Voor gewone burgers is de zaak-Dutroux veel te gecompliceerd geworden. Die zijn allang de draad kwijt. Voor hen zijn er kinderen ontvoerd en dood teruggevonden. En voor de rest is het hele systeem rot.’