Blaas - 414

Gespierd kipje was het. Het is dat het hoofdje ontbrak maar anders zou daar vast en zeker een voldane grijns op teruggevonden kunnen worden. Blij dat het zo net voor de paasdagen nog een onderkomen had gevonden.

Kipje kwam uit Caen. Niet komen lopen maar met openbaar vervoer en daarop aansluitende vliegmachine. Hoewel het, toen hij eenmaal bruin gebraden uit de oven kwam, verdomd veel leek of er een mooi wielrennertje aan hem verloren was gegaan. Geen petje zoals gezegd maar lekkere kuiltjes en schriele borst zoals het een abel coureur betaamt.
Direct in te zetten voor Paris-Brest. Wat mooi niet doorging maar zouden we in een wereld geleefd hebben waar kippen mensen eten in plaats van andersom was daar zeker een kansje geweest. Kipje laat u desondanks groeten. Back to the plough I fear! Ik ben er zeker van dat alle geschriften met paasideetjes vermoeid van de bank af zijn gegletsjerd want ook dit jaar was de knaller er weer niet bij. Onder het motto ‘Met twee treden tegelijk sprong de kleine dikke Daan Bruinsma de trap af toen hij zijn moeder “Kom gauw beneden, Oom Hendrik is terug uit Indie!” hoorde roepen’ en ook maar van horen zeggen 'Het Ei van Garagantua’.
Maak een kleine en een grote varkensblaas grondig schoon. Scheid de dooiers en het wit van een dozijn eieren en giet de licht losgeklopte dooiers in de kleinste. Bind deze aan beide zijden dicht en hang hem in een pan met kokend water. Acht minuten laten koken, eruit halen en af laten koelen. Giet de eiwitten in de grootste blaas en voeg daaraan ook de enorme gekookte eidooier toe, die zal zich volgens een obscure natuurwet precies in het midden nestelen. Bind stevig dicht en zorg dat het er eivormig komt uit te zien. Volle blaas tien minuten in kokend water laten zakken. Ten slotte reuzenei het licht doen zien en er een fleurig en passend dopje bij zoeken.