Blablabla

Een ouder wordende schrijver en journalist struint het nachtleven van de high society in Rome af op zoek naar iets van waarde. Vervuld van afgrijzen én verlokking neemt hij het hedonisme van de elite waar: een versleten Rai Uno-ster, hangende borsten, verslappende botox, een dramaturg die vergeefs een intellectueel stuk wil opvoeren, een oude vriend wiens dochter nu een stripper is, een kind van tien dat miljoenen verdient door infantiele kunst te maken, kortom, in de eigen woorden van schrijver Jeb Gambardella, heel veel blablabla.

Net als La dolce vita (1960) van Federico Fellini vertelt La grande bellezza van Paolo Sorrentino een verhaal over moderne condities met op de achtergrond een oudere, rijkere setting. Fellini laat een Rome van aquaducten, fonteinen, kerken, paleizen en ruïnes zien. De setting is die van de Renaissance, van een nobelere, meer gecultiveerde tijd. Sorrentino focust op dezelfde wereld, op het contrast tussen de lege, moderne cultuur en de antieke schoonheid van de oude stad. Zijn ‘Marcello’ (Mastroianni in La dolce vita) is Gambardella (Toni Servillo) die als een schaduw tussen eeuwige beelden van marmer op locaties als het Colosseum heen beweegt.

Als er nog iets van blijvende waarde over is, dan is dat alleen nog maar gelegen in het burleske: een man die een act voorbereidt waarin hij een giraffe doet verdwijnen tussen de ruïnes van een amfitheater, of een avant-gardetoneelvoorstelling waarin een naakte vrouw haar hoofd keihard tegen een muur van honderden jaren oud stoot. Bloed vloeit. Even veert Gambardella op. Iets van echtheid, authenticiteit? Nee, zegt zijn opdrachtgever later, een vrouwelijke dwerg die hoofdredacteur is van het blad waar hij werkt, het was alleen maar een muur van schuimrubber. Als niets echt iets meer betekent – dat is de nachtmerrie van Gambardella. ‘Al jaren vragen ze me weer een roman te schrijven’, zegt hij tegen iemand op een feestje, ‘maar kijk nou naar al deze mensen. Net wild. Dit is mijn leven: het is niets. Hoe schrijf je een roman over niets?’

La grande bellezza is in veel opzichten ook een vervolg op Sorrentino’s Le conseguenze dell’amore uit 2004, waarin een oude beurshandelaar die witwaszaakjes voor de maffia opknapt met wantrouwen en weemoed in de wereld staat. Onbeweeglijk als een standbeeld. De man, Titta di Girolamo, eveneens gespeeld door de fabuleuze Servillo, vindt het leven saai. Want ‘de waarheid is saai’. Dat is nog tot daaraantoe, maar Di Girolamo fluistert ook dingen als ‘ik ben geen frivole man’. Hij zoekt méér. Zijn stille observaties zijn tekenen dat hij net als Gambardella in La grande bellezza hunkert naar echte betekenis in een wereld die geen betekenis heeft, behalve van het soort dat gebaseerd is op ironie.

In de nieuwe film zegt Gambardella dat hij een heer is. En dat klopt. Maatpak, glimmende schoenen, stropdas, haar perfect gekamd. Dat maakt de vulgariteit om hem heen des te schrijnender. Hij is een anachronisme in de moderne wereld. Een zogeheten ‘sterke vrouw’ zegt op zo’n feestje iets ‘sterks’ tegen hem. Zijn vermoeide reactie: ‘Een vrouw met ballen. Dat is gewoon iets te veel voor een heer.’ Maar Gambardella zelf is niet vrij te pleiten. De verleiding van een jong lichaam, van nog een feestje waar je lekker kunt eten en drinken en dansen: hij gaat er graag in op. Voor hem is dat niet vrijblijvend. Een leven van ‘niets’: is dat vol te houden?

La grande bellezza. Een rijke film vol passie en woede. Zwierig gemaakt met Sorrentino’s kenmerkende zwiepende camerabeweging die op zichzelf schoonheid representeert, en met scènes die naadloos in elkaar overgaan waardoor het geheel dromerig wordt, een overpeinzing van een man die gelooft in schoonheid maar die niet kan vinden.

Te zien vanaf 7 november.