TELEVISIE  ’t Schaep, Krul

BLACK-OUT

Wie de gesprekken in De wereld draait door wil zien (zoals het mooie met Tommy Wieringa naar aanleiding van de sterfdag van Isaak Babel) krijgt De jakhalzen meegeleverd. De waardering voor dat onderdeel, waarin drie mannen (alle dames zijn afgevallen) afwisselend het veld in gaan om geintjes uit te halen met of ten koste van mensen die in het nieuws zijn, zou wel eens per leeftijdsgroep kunnen verschillen. Incidenteel aardig, maar vaak onbeschofte afzeiktelevisie, vind ik, waarbij de dolle reporter zelden van het overvallen slachtoffer de verbale of fysieke dreun krijgt die hij verdient. Veel jongeren, opgevoed met dit soort provocaties op niks af, zullen het ‘lollig’ vinden. Al lijkt het er soms op dat die op Nederland 3 niet krijgen wat ze willen maar wat volwassen bonzen denken dat ze willen.
De veelgeroemde DWDD-presentator geeft zijn fiat aan die ongein door enthousiast aan en lachend af te kondigen, al hoop ik een doodenkele keer onbegrip of lichte verbijstering in de ogen te zien. Hoe dan ook, dankzij bolle jakhals Frank kwam ik achter een geheim van Georgina Verbaan. Die kreeg te horen dat ze ‘uit haar bek meurde’, wat veroorzaakt bleek door een broodje vis. Vond ik die meid niet alleen prettig gestoord maar ook sympathiek, vanwege haar luid beleden vegetarisme, eet ze samen met Japanners de laatste tonijn op. Niets en niemand blijkt heilig.
Dat doet niks af aan haar verrukkelijke Lena-vertolking in ’t Vrije Schaep, die prachtproductie van de KRO. Ik kom daarop terug omdat ik, na het zien van één aflevering, ’t Schaep net liet winnen van Vara’s Gebak van Krul. Ik moet een black-out gehad hebben: Krul verdient het niet in één adem met Schaep genoemd te worden. Kennelijk te graag gewild dat de Vara inzake muzikale comedy haar hoge (maar verjaarde) niveau zou halen; en liet ik me leiden door de namen van Nijland en Ruven. Meer en meer is het een armzalige vertoning, waarbij knullige dansjes op en rond de trap van de patisserie op lachlust en zenuwen werken. Acteursbezetting en spelregie kunnen niet tippen aan die van ’t Schaep.
Zwaarder nog weegt het kwaliteitsverschil in script, waarin Frank Houtappel het floret hanteert en Haye van der Heydens wapens botte bijl en flauwste woordspeling zijn. Dapper neemt hij een heilig huisje onder vuur door de joodse student-uitvreter Mosje te laten vertroetelen vanwege het gruwelijke lot van zijn familie – terwijl bezopen Mosje zelf zich van dat kwaad noch geschiedenis bewust lijkt, maar niet te beroerd is om de aangereikte kaart dankbaar chanterend uit te spelen. Dat moet in 2009 toch kunnen, zal HvdH zeggen. Vast, maar wat vindt de Vara daar nou raak of leuk aan? Of gaat het om de buitenlandse politiek van Israël?
En wat is er toch leuk aan ‘lelijke wijven’, zoals Youp van ’t Hek ze tot grote hilariteit van het Groninger publiek ook al noemde. In Krul heb je de mooie en de lelijke zus en aan de kramp waarin die laatste probeert te concurreren is werkelijk niets geestigs te ontdekken. Een soort middeleeuwse kermishumor waarin de zwakke belachelijk wordt gemaakt. Die mooie zal uiteindelijk haar trekken wel thuis krijgen, maar alle vernederingen die de lelijke voor die tijd moet ondergaan en zichzelf aandoet laat ik verder voorbijgaan.
Dan verheug ik me liever op de tweede reeks van Vara’s Vuurzee, die psychologische thriller waarin zoveel talent gebundeld is.

Vuurzee, twaalf delen vanaf 31 januari, Vara, Nederland 1, zaterdags 21.30 uur