Blaffen op commando

Overal, van politiek tot bedrijfsleven, wil men jongeren aantrekken. Want jong betekent: nieuw, modern, verbetering. Alles wat jong is wordt vroeg doodgeknuffeld. Op haar beurt maakt de jeugd er weer gebruik van, niet in de gaten hebbend dat ze blaft op commando.

DE MEESTE journalisten van onder de dertig kennen de situatie. Een oudere redacteur van krant of weekblad ontvangt de nieuwkomer vanachter zijn bureau. Hij staat op, lacht welwillend, schenkt vriendelijk koffie in, schuift nog een stoel bij en biedt dan dé kans. Er moet vernieuwd worden - om de continuïteit. Verjongen. En jij, jij mag schrijven. Waarover? Gewoon, over wat speelt. Want jij bent jong, van de straat. Man, je bent hype, mega-, nee: giga-hype. Je bent jong, en dus hip.
Het gevolg kunt u dagelijks lezen. In de Volkskrant bijvoorbeeld. Gerard Janssen werd vier jaar geleden gebeld, zesentwintig jaar oud schreef hij wel eens een stukje in het U-Blad van de Universiteit Utrecht. Hoofdredacteur Pieter Broertjes aan de lijn. De krant was op zoek naar jonge mensen, om ze ook een kans te geven. Janssen kon een paar maanden in ‘Dag in Dag uit’ en een half jaartje in 'Het Vervolg’ terecht, toen was het weer genoeg geweest en kon hij vertrekken. Maar de krant gaat door met het omhelzen en vertroetelen van al wat jong is. Van 'Dag in Dag uit’ tot de kunstpagina: het lijkt wel of het dagblad inmiddels met de Blvd. is gefuseerd. Neem het nieuwe magazine. Prominent aanwezig: twee columns met kwieke foto’s van de jonge schrijfsters en een fotorubriek vol jonge, jolige dingen onder de flitsende titel: Go Girl Go! Tja, helaas. Met zoveel jong zal er ook af en toe iemand moeten afvallen. Een oudje dus. Een maand geleden verscheen de laatste column van Selma Vrooland (48). Aan de kant gezet, schreef ze, omdat er behoefte bestond aan 'nieuwe, frisse namen’.
Jong betekent: Nieuw! Modern! Verbetering! Filmmakers, kunstenaars, muzikanten en schrijvers. O, wat kan men zich verkneukelen om die dekselse debutanten. Ben je jong, dan ben je een belofte en word je zo snel mogelijk gehyped. Dat je scenario eigenlijk nog niet helemaal af was en dat je manuscript niet veel meer was dan een vingeroefening, pech. Je draait toch maar heel even mee, want een jaar later wordt er alweer naar nog jongere mensen uitgekeken.
Voor het bedrijfsleven is de obsessie met jong niet minder dan een zaak van leven of dood. Sinds de telgen van de geboortegolf eind jaren zestig belangrijke (jonge) consumenten werden, heeft de reclame een drastische verjongingskuur ondergaan. Kon in de jaren vijftig in een advertentie een wasmiddel nog worden gepresenteerd door een oudere, grijze dame, eind jaren zestig moest een jonge deerne symbool staan voor de massa nieuwe jonge consumenten. De grootste doelgroep was jong en dus werd de reclame jong. Dat is niet meer veranderd: iederéén wil nu jong zijn. Die deerne is allang niet meer representatief voor de doelgroep, maar voor hoe de droomgroep eigenlijk zou willen zijn: Jong! Fris! Modern! Advertentieuitingen worden gedomineerd door jonge mensen, dondert niet of het een sportschoen of een peperdure auto, een spijkerbroek of een vaatwasmachine betreft. Jong maakt jong. Iedereen wil de producten kopen die jonge mensen kopen.
Jong weet er ondertussen schaamteloos gebruik van te maken. Want om jong te bereiken, moeten reclamebureaus wel weten wat de echte jongeren bezighoudt. Werk dus voor een legertje designers, trendwatchers, spotters en meer in het algemeen hippe vogels. Werd je vroeger na de kunstacademie nog gewoon werkloos, tegenwoordig kun je geld pakken door voor spijkerbroekenfabrikant Diesel de nieuwe trends in broekspijpen te signaleren. Hoe? Avondje stappen, een paar polaroidjes maken en de volgende dag niet te netjes gekleed op kantoor in hippe bewoordingen komen vertellen wat hip is. Suggereer vooral dat er een flinke kloof tussen de generaties bestaat, want dat betekent aandacht en dat betekent werk. Argumenten? Niet nodig, jij bent jong, dat zegt genoeg. Je hebt autoriteit.
DE POLITIEK is ook al door dit verschijnsel aangeraakt. Minder jongeren stemmen en nog minder jongeren worden lid van een politieke partij. Worden ze door de machthebbers dan zo lullig behandeld? Welnee. Integendeel zelfs. Het vijfentwintigjarige lid dat onwetend een bijeenkomst van de afdeling van zijn partij binnenloopt om wat sfeer te proeven, treft een stuk of vijf onderuitgezakte vijftigers aan die het bestuur van zijn afdeling vormen. Bij het zien van de jongeling ontstaat consternatie en laten de dames en heren zich van hun meest gastvrije kant zien. Want: de jeugd is er! Jongen, wil je in ons bestuur? Ons adviseren? Op de lijst voor de deelraad misschien?
Toch komt het voor dat mensen van tussen de twintig en dertig jaar onder de geuzennaam jongeren bijeenkomen wanneer ze politieke verandering willen bewerkstelligen. Dan moeten ouderen eindelijk eens 'ruimte creëren’. Want hervorming en verbetering bereik je door vernieuwing en dus door verjonging. En dan niet met eenzelfde status als de oudere leden graag, de jongeren willen binnen de partij onafhankelijk zijn en zeker niet via de reguliere weg voor hun positie hoeven vechten. Stoffige achterkamertjes moeten worden vermeden!
Vorige maand richtte een aantal verontruste jongeren uit de Partij van de Arbeid en D66 de nieuwe politieke beweging Lef op, een samenwerkingsverband van Niet Nix (PvdA) en Opschudding (D66). Samen jong, samen tegen de heersende macht, in casu: de babyboomers. Want niet alleen de journalistiek en het bedrijfsleven, ook de politiek wordt gedomineerd door deze honkvaste groep vijftigers, zeggen de jongeren. Ze deugen niet, want ze hebben hun idealen verkwanseld en ze hebben te weinig oog voor de generatie die na hun komt. Daarmee 'dwingen’ ze de jonge, ambitieuze politici gewoon tot een generatieconflict, zoals woordvoerster Edith Mastenbroek dramatisch in een interview in Vrij Nederland verkondigde.
Conflict? Welnee. De voormalige protestgeneratie smult van die opstandige jonge partijtijgers. Roeren die zich eindelijk ook eens een beetje, net als zij zelf vroeger deden. Bovendien zijn de kinderen zo een stuk beter te begrijpen dan in de tijd dat ze nog apathisch op de bank hingen en niks terugzeiden als ze het verwijt kregen voor niets ter wereld warm te lopen.
De protestgeneratie, idealisten uit de geboortegolf. De Sturm und Drang-generatie ook wel, signaleerde sinds halverwege de jaren zeventig zo'n beetje iedere vijf jaar een nieuwe generatie die de hemelbestormers zou opvolgen. De generatie Nix, de doe-generatie, de verliezende generatie, de pragmatische, de hapsnap-generatie. Slackers, yuppen, dinky’s en flups (fun loving urban professionals). Of de materialistische, laconieke, hedonistische en patat-generatie. Noem maar op. Nu weer de allerjongsten: de achterbank- of Internet-generatie, of de generatie knus. Likkebaardend worden nieuwe 'generaties’ in een hokje geplaatst. Iedereen van onder de dertig heeft het als puber wel eens meegemaakt: één kritische opmerking, één keer afzetten tegen de oudere generatie en een kwijlende babyboomer riep: 'Goed zo! Zet je af!’
EN BIJNA WAS het weer gebeurd. Even dreigde de afgelopen weken wederom een ouderwets generatieconflict. Tussen de babyboomers en hun kinderen. De oprichting van Lef. De VPRO-documentaire Voor altijd jong. VN-columniste Natasha Gerson die de babyboomers een verschrikkelijke dood toewenste tijdens het wildwaterkajakken in de Pyreneeën. En de halfbejaarden Emma Brunt en Bart Tromp die, reagerend in Het Parool, meldden zich van geen kwaad bewust te zijn. En Nelleke Noordervliet in de Volkskrant: 'Ik ontken alles. Ik ontken alleen niet dat we met veel zijn en dus de baas.’ De VPRO-babyboomfabriek in Hilversum probeerde van het aanstaande generatieconflict met de De Nieuwe Wereld-documentaire via de tv-gids en de website een hype te maken. En ook bij Vrij Nederland, eveneens erkend bolwerk van babyboomers, werd liefdevol gegniffeld om die doerakken van Lef. Drie volle pagina’s kregen zij de ruimte om zich woordenrijk te presenteren. Zoals ook Niet Nix en Opschudding, die eerder onafhankelijk van elkaar de babyboomers aanvielen, ook ruim plek kregen. En natuurlijk is een initiatief als dat van Lef, waarin nadrukkelijk buiten de bestaande paden wordt getreden, ontzettend belangrijk. De Lef-ers gaven zelf te kennen ook behoefte te hebben aan de inbreng van ouderen als Van Wijnbergen, Heertje en Klamer.
Dus, waarom je verschuilen achter je leeftijd? En waar is het voor nodig om je bestaansrecht aan een generatieconflict te koppelen? Omdat er dan direct vertroeteld wordt. De PvdA gaf de aanstormende politici van Niet Nix snel een werktafel, een computer en een e-mailadres op het partijbureau. De collega’s van Opschudding werden het gesprek van de dag op het eerstvolgende partijcongres van D66 en kregen het gedaan om, tegen de zin van D66-godfather Van Mierlo, de partij van de nieuwe ondertitel 'sociaal-liberaal’ te voorzien. Alles onder het motto: wat door jongeren is bedacht, is goed.
Zoveel aandacht, zoveel begrip, waar blijf je dan met je generatieconflict? Bovendien, zó groot en coherent is de groep nieuwe hemelbestormers nu ook weer niet. De babyboomers hebben een punt wanneer ze zeggen 'de laatste echte generatie’ te vertegenwoordigen. De in de generatieleer nog altijd gezaghebbende Duits-Hongaarse socioloog Karl Mannheim stelde in 1928 drie eisen waaraan moet worden voldaan voordat van een generatie kan worden gesproken. Eerst is er de Generationslagerung: de demografische positie van een groep mensen moet ongeveer gelijk zijn - ze moeten domweg ongeveer in hetzelfde jaar zijn geboren. Dan zijn er de Generationseinheit (generatie-eenheid) en de Generationszusammenhang (generatiesamenhang). Vooral bij dit laatste begrip spoort de huidige generatie niet bepaald in Mannheims denken. In een generatie zijn mensen samengebracht door een gemeenschappelijke ervaring: oorlogen, rampen, maatschappelijke crises. Bij babyboomers is dit duidelijk. In hun jeugd leden ze onder de verzuilde en regenteske samenleving waartegen ze eind jaren zestig rebelleerden.
Maar is zo'n gemeenschappelijk ijkpunt er nu? De val van de Muur misschien, de Golfoorlog, Srebrenica? Zijn dat gebeurtenissen die hevig en collectief zijn beleefd? De enige gemeenschappelijke ervaring die nog een beetje in aanmerking zou kunnen komen en die de opstandige jongeren anno 1999 collectief zouden kunnen hebben ervaren, is de gewonnen EK-finale van 1988 - in het bijzonder natuurlijk de onmogelijke goal van Marco van Basten, maar ja, ook de ouderen juichten mee. Daar bouw je dus geen generatie op.
Mannheim zegt dat er evenveel generaties zouden kunnen zijn als geboortedagen, ware het niet dat niet elke groep evenveel nieuwe collectieve impulsen ervaart die een Generationseinheit teweegbrengt. Het tempo van sociale en culturele veranderingen is bepalend voor het ontstaan van nieuwe generaties, en winst in een EK voetbal is moeilijk een sociale of culturele verandering te noemen. De technische veranderingen dan, die deze tijd zo kenmerken? Trendwatchers roepen nog wel eens dat de jeugd Internet, de nieuwe media, regeert en domineert. Maar door hun fascinatie met alles wat nieuw, jong en hip is, volgen ook de ouderen die innovaties op de voet. Internet wemelt van de bejaarden die er hun stamboom uitpluizen of onbegrijpelijke hobby’s praktiseren.
Een alternatief is nog een stratificatie zoals bijvoorbeeld de socioloog Henk Becker die heeft gemaakt. Hij noemde de huidige jonge generatie de 'pragmatische generatie’. Daar kun je gelukkig alle kanten mee op. Maar wijzer word je er niet van. Een generatie die pragmatisch handelt, heeft immers per definitie geen inhoudelijke samenhang. En een generatie zonder samenhang is weer moeilijk een generatie te noemen.
Generaties zijn generalisaties geworden. Niet-Nix'er Lennart Booy opperde in de VPRO-gids: 'Ik generaliseer natuurlijk en daar moet je mee uitkijken, want ik geloof minder in generaties dan in de mentaliteit van mensen. Je hebt goede en minder goede mensen, dat gaat door alle generaties heen. Ik ken een heleboel mensen van de babyboomgeneratie die dezelfde culturele interesses hebben als ik en die de samenleving op eenzelfde manier analyseren.’
Op de oprichtingsbijeenkomst van Lef, vorige maand in Paradiso, wees Joost Zwagerman erop dat traditioneel voor een beetje generatieconflict de leeftijden van de twee 'partijen’ toch wel zo'n twintig jaar uit elkaar moesten liggen, maar dat het begrip generatie inmiddels versplinterd is geraakt. Als voorbeeld haalde hij de schrijfster Sanderijn Cels aan die in haar boek over girlpower als twintiger de dertigers bekritiseert waar ze over vier jaar zelf toe behoort. Zwagerman zag vooral 'leeftijdsgetto’s’ die elkaar om de paar jaar afwisselen.
HET GROTE VERWIJT aan de babyboomgeneratie is en blijft dat zij alle topposities bezet houdt. Is dat terecht? Dat de baas wat ouder is, is toch van alle tijden? De babyboomers Tony Blair en Bill Clinton, die als voorbeeld worden genoemd voor babyboomers-aan-de-macht, zijn historisch gezien eigenlijk nog behoorlijk jonge presidenten. Hoe jammer het ook is dat Lennart Booy en Erik van Bruggen de strijd om het voorzitterschap van de PvdA verloren, de oorzaak leek niet in de eerste plaats in hun leeftijd maar eerder in de door Booy beschreven 'mentaliteit’ te liggen. Een mentaliteit die voor de afdelingen in het land waarschijnlijk iets te Amsterdams vrijzinnig en onvoorspelbaar was.
Steeds wanneer jongere mensen de babyboomers verwijten dat ze hun idealen hebben verkwanseld en niet willen zien dat jonge mensen vandaag de dag wél geëngageerd zijn maar hun doelen realistischer kiezen, wordt in feite vooral de veranderde tijdgeest beschreven. En die is niet meer, zoals dertig jaar geleden, exclusief voorbehouden aan een groep jonge mensen. Jong zijn is een way of life geworden en heeft nog maar weinig met leeftijd te maken. Babyboomers willen maar al te graag lekker meedoen - ga maar kijken wie er skeeleren in het Vondelpark.
Ondertussen blijft de overdreven belangstelling, de obsessie van de babyboomers met alles wat jong is of lijkt tamelijk ergerlijk. Omdat alles wat jong is voor het even rijpen kan al wordt doodgeknuffeld. En omdat sommige volwassenen van dertig wanneer ze aandacht willen even het jasje jong aantrekken en vanuit hun 'jonge gedachtegoed’ zeggen hoe het zit, niet in de gaten hebbend dat ze maar een ding doen: blaffen op commando.