De sfeer van bedreigingen

Blaffende honden

Politici en andere publieke figuren ontvingen het afgelopen jaar de ene bedreigende brief na de andere. Het is vooralsnog onduidelijk wat de beloofde extra inspanningen van justitie opleveren. En de LPF heeft begrip voor de daders: «Ik kan me voorstellen dat mensen iets terug willen doen.»

Door «de gebeurtenissen van het afgelopen half jaar» verlaat Paul Rosenmöller de politiek. Een en ander heeft «een ongelooflijke impact gehad op mijn persoon en ons gezin», schrijft hij in zijn afscheidsbrief. «Dat brengt naschokken teweeg die heel veel energie onttrekken.» Zijn «politieke gevoel» zei bovendien «dat er behoefte is aan vernieuwing, een nieuw gezicht in deze periode waarin het politieke en maatschappelijke klimaat fors is veranderd».

De bedreigingen waarmee de GroenLinks-leider werd geconfronteerd, waren niet mals. Als hij niet voor 1 juni de politiek had verlaten, dan was hij «voor de kerst weduwnaar», meldden de anonieme brieven. Niet alleen Rosenmöller, ook zijn vrouw en kinderen werden geïntimideerd en kregen als enige gezinsleden van politici na de moord op Fortuyn bewaking. Zelf kon Paul Rosenmöller maandenlang niet zonder begeleiding de straat op.

In dat licht is het voorstelbaar dat Rosenmöller er de brui aan geeft, betoogden veel van zijn collega’s toen hij zijn vertrek wereldkundig had gemaakt. Aan de andere kant is het opmerkelijk dat hij de bedreigingen expliciet noemt als belangrijkste reden voor zijn besluit. Geef je de mensen achter die bedreigingen dan niet hun zin? GroenLinks-partijvoorzitter Mirjam de Rijk vindt van niet. In Buitenhof zei zij dat dat alleen het geval was geweest wanneer Rosenmöller opstapte op het moment dat de bedreigingen nog aan de gang waren. Hij is toen niet gezwicht en heeft namens GroenLinks zonder een blad voor de mond te nemen het woord gevoerd tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Pas nu realiseert hij zich dat de energie op is. Dat moet worden gerespecteerd, vindt De Rijk.

Toch kunnen de dreigbriefschrijvers het vertrek van Rosenmöller bijschrijven als een volgend succes in hun weinig democratische politieke strijd. Het heeft kennelijk zin brieven, afbeeldingen van pistolen, kogels of dreigende e-mailtjes te sturen, want Rosenmöller was niet de eerste die het bijltje erbij neergooide. Eerder zei bijvoorbeeld Henk Westbroek, oprichter van Leefbaar Utrecht, de bedreigingen beu te zijn en uit de politiek te stappen. Voormalig vice-premier Annemarie Jorritsma was de kogelbrieven eveneens zat en ging buiten Den Haag op zoek naar «iets leuks». De belaagde ex-lijsttrekker van de PvdA, Ad Melkert, had al iets leuks gevonden. Hij verruilde Nederland voor Washington. Zijn vertrek werd alom beschouwd als een billijke «oplossing» voor het «probleem» Melkert. De afzender van de voor Melkert bestemde doorgeladen revolver kreeg al met al zijn zin.

Begin juli bleek uit een inventarisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat politici, journalisten en andere publieke personen in de weken na de moord op Pim Fortuyn rond de duizend keer via e-mail, post of telefoon bedreigingen hebben ontvangen. Tijdens het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Balkenende werd een motie aangenomen waarin de «onaanvaardbare situatie» van bedreigingen van politici en burgers werd veroordeeld. De motie werd kamerbreed gesteund, ook door de LPF, die aanvankelijk weigerde expliciet afstand te nemen van de bedreigingen van vooral linkse en paarse politieke kopstukken. Premier Balkenende deed ook zijn duit in het zakje. «Politici moeten, net als iedere burger trouwens, zeker zijn van lijf en leden», zei hij in het debat. «Wij willen geen samenleving waarin iemand die voor zijn mening uitkomt, wordt bedreigd.»

De contouren van zo’n samenleving hebben zich echter al afgetekend. Niet alleen politici, ook andere publieke figuren ontvingen het afgelopen jaar dreigbrieven. Tientallen anonymi zijn klaarblijkelijk nog altijd druk in de weer met het schrijven van brieven of het vullen van enveloppen met kogels. En hoewel deze mensen erin zijn geslaagd verscheidene politici pootje te lichten, is het volstrekt onduidelijk wat de beloofde extra inspanningen van justitie vooralsnog hebben opgeleverd. Het Openbaar Ministerie en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) hullen zich in stilzwijgen over de stand van zaken van het onderzoek naar de herkomst van de bedreigingen. «Daar waar aangifte wordt gedaan, wordt onderzoek ingesteld door de regiopolitie», is het enige dat woordvoerder Wim de Bruin van het Landelijk Parket in Rotterdam kwijt wil.

Slechts in een klein aantal gevallen werden mensen in staat van beschuldiging gesteld. De rechtbank in Almelo veroordeelde een 43-jarige man tot één jaar voorwaardelijke gevangenisstraf voor het met de dood bedreigen van koningin Beatrix en verscheidene politici. Vlak na de moord op Fortuyn had de man kogelbrieven naar de Twentse regionale omroep gestuurd. Hij kon eenvoudig worden getraceerd omdat hij na iedere brief even per telefoon contact opnam met de omroep om te verifiëren of zijn zending wel in goede orde was gearriveerd. Een 31-jarige man die kamerlid Femke Halsema had bedreigd, kon dankzij een alerte internetprovider worden opgespoord. Op verzoek van Halsema is het niet tot vervolging gekomen.

Voor het overige is onduidelijk wie er achter de dreigementen schuilgaan en wat de motieven van de daders zijn. De Leidse hoogleraar Peter van Koppen doet al jaren onderzoek naar profielen van daders van seriemisdrijven, maar als het gaat om de herkomst van dreigbrieven, dan krijgt ook hij nul op het rekest bij politie en justitie. Het is te vergelijken met bommeldingen, zegt hij: «Heel regelmatig schijnen bij grote bedrijven bommeldingen binnen te komen en steeds weer wordt door de politie een afweging gemaakt hoe serieus de melding is. Je kunt immers niet bij elke bommelding een heel bedrijf ontruimen. De criteria waarop de melding wordt beoordeeld, worden natuurlijk nooit naar buiten gebracht. Bij bedreigingen van politici wordt afhankelijk van de ernst van de dreigementen de ene keer wél besloten extra beveiliging in te zetten en de andere keer niet. Wanneer een brief serieus wordt genomen en wanneer niet, wordt niet geopenbaard. Dan wordt het de daders wel erg gemakkelijk gemaakt.» Frustrerend voor de wetenschappelijk onderzoeker, geeft Van Koppen toe, maar hij heeft er begrip voor dat politie en justitie hem niet ter wille zijn. «Het zou mensen alleen maar op een idee kunnen brengen.»

Dit zogenaamde copycat-effect, waarvan het bestaan met de hausse aan poederenveloppen na 11 september flagrant is aangetoond, was voor slachtoffers van dreigementen vroeger een reden om enkel en alleen de politie op de hoogte te brengen. Die terughoudendheid behoort nu tot het verleden. «Er is een soort beeld ontstaan dat je niet meer serieus te nemen valt als je niet een paar keer een kogelbrief hebt gekregen», zegt justitiewoordvoerder Olaf Stuger van de LPF. «Maar de eerste keer dat je zo’n ding krijgt, lijkt me dat best wel a-relaxed.» Stuger vindt dat het verstandig is openheid te betrachten bij bedreigingen. Door erover te praten, maak je het fenomeen onschadelijk, meent hij. Bovendien: blaffende honden bijten niet, zeggen psychologen. De verdachte van de moord op Fortuyn heeft volgens hen waarschijnlijk niet eerst dreigbrieven verstuurd.

Stugers collega’s Peter van Heemst (PvdA) en Theo Rietkerk (CDA) hebben begin dit jaar een initiatiefwet ingediend om de maximumstraf voor een aantal specifieke geweldsmisdrijven te verhogen. Op dit moment wordt geprobeerd het voorstel te verbreden en ook dreiging met geweld erin op te nemen. Deze week zal duidelijk worden of dit technisch mogelijk is. «Zwaardere straffen, daar ben ik natuurlijk altijd voor», zegt Stuger. «Maar de vraag is hoe je de pakkans kunt verhogen.» Rietkerk en Van Heemst erkennen het probleem, maar rechercheurs hebben hen ervan overtuigd dat het mogelijk is de daders op te sporen. Rietkerk: «Indertijd met de miltvuurbedreigingen zijn ook mensen opgepakt. Je moet, denk ik, niet bij het eindstation, de geadresseerde, beginnen, maar bij de brievenbus waar de brief verstuurd wordt.» Daar komt bij, zegt Van Heemst, dat van zwaardere straffen ook een preventieve werking kan uitgaan.

Stuger hoopt dat het effect heeft. Voor een deel hebben de dreigbrieven namelijk ook te maken met omgangsvormen, vindt het LPF-kamerlid. Hij deelt de opvatting van zijn fractieleider Mat Herben, die het in het debat over de regeringsverklaring aan de stok kreeg met GroenLinks-collega Femke Halsema. Herben sprak toen van een «onaanvaardbare situatie» die alleen kan worden gekeerd «als politici zich waardig en respectvol tegenover elkaar gedragen en de burger serieus nemen in al diens angsten en vermoedens».

Stuger vraagt begrip voor de gevoelens van mensen die dreigbrieven versturen. Olaf Stuger: «Ik heb laatst wat televisiebeelden gezien uit de tijd dat Fortuyn nog leefde. Daar blonk Femke Halsema uit in het afzeiken langs de zijlijn, bijvoorbeeld toen Fortuyn Engels sprak en dat niet zo goed bleek te kunnen. Ik kan me voorstellen dat zoiets sommige mensen in het verkeerde keelgat is geschoten. Als ik in een kroeg kom met allemaal grote bebaarde kerels en ik zeg: ‹Hé joh, met dat staartje zie je eruit als een homo›, dan kan ik me voorstellen dat het sentiment zich een beetje tegen me gaat keren. Zo kan ik me ook goed voorstellen dat mensen in de straat zien dat iedereen op Pim inhakt en dat ze dan iets terug willen doen. We hebben toch allemaal wel eens het gevoel: wat een eikel is dat, die wil ik even flink bang maken. Mensen schrijven zo’n brief en klampen zich daaraan vast. Niets menselijks is mij vreemd.»