BLAIR, DE VERDACHTE

Al meer dan twee jaar doet een commissie onder leiding van Sir John Chilcot onderzoek naar de manier waarop de Britten in 2003 in de oorlog tegen Irak terecht zijn gekomen. Wij hebben de commissie-Davids gehad. Die heeft zich hoofdzakelijk tot de juridische kant beperkt. Chilcot, die de reputatie heeft een onkreukbaar man te zijn, gaat verder. Hij is benoemd door de vorige minister-president Gordon Brown. Het is een ingewikkelde zaak. Eerst werd het eindrapport in het najaar verwacht; nu is het begin 2012 geworden. Soms lekt er iets uit. Nu blijkt ex-premier Tony Blair boos te zijn geworden.

De commissie heeft volgens hem onderzoek gedaan naar de geheime afspraken die hij in 2002 met president George W. Bush zou hebben gemaakt op diens boerderij in Texas. Dat zou geen wonder zijn. Bush beschuldigde indertijd Saddam Hoessein ervan dat hij probeerde massavernietigingswapens te maken. Blair, plus royaliste que le roi, wist zeker dat hij die al had en dat ze binnen drie kwartier gereed zouden zijn voor gebruik. Al jaren geleden is gebleken dat dit allemaal onzin was. Nu zegt Blair dat de commissie-Chilcot met voorbedachten rade bezig is hem te belasten, terwijl het rapport nog niet is gepubliceerd. Als het zo ver is zal hij laten weten wat hij ervan vindt.

Wat moeten wij hiervan denken? Is het een poging om ouwe koeien uit de sloot te halen, misschien interessant voor de geschiedschrijving maar niet meer relevant voor de actuele politiek? Of probeert Blair opnieuw zijn historische reputatie te beschermen, of zijn huid te redden? Of eist de rechtvaardigheid dat de bedriegers worden ontmaskerd? Mij dunkt dat de commissie-Chilcot noodzakelijk werk doet, ten eerste omdat de bedriegers hun ontmaskering niet mogen ontlopen, en ten tweede omdat de gevolgen nog altijd mede bepalend zijn voor de politiek van vandaag. De medeverantwoordelijkheid voor de toestand van nu geldt dan niet alleen voor de toenmalige Britse regering. Het kabinet-Balkenende was ook medeplichtig. Laten we hopen dat de tekst van de fameuze boodschap van Blair aan onze minister-president - het aan James Bond ontleende For your eyes only - ook nog door Chilcot wordt opgehelderd.

Acht jaar nadat president Bush verkleed als piloot op een vliegdekschip de overwinning had uitgeroepen, is Irak niet in een democratie veranderd, geen voorbeeld geworden voor het Midden-Oosten, maar een chaotische staat waar nog regelmatig aanslagen worden gepleegd. In de bevrijdingsoorlog van Bush en Blair, met assistentie van Balkenende, hebben meer dan honderdduizend burgers het leven verloren. Er zijn enorme verwoestingen aangericht. Bovendien heeft de mislukking van deze bevrijdingsoorlog een grote invloed gehad op het vervolg van de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten. Toen in 2002 of misschien al een jaar eerder de aanval werd voorbereid had geen geheime dienst in het Westen er enig vermoeden van dat in de hele regio de ‘lente’ broeide. Die omwenteling begint zich pas dit jaar zichtbaar en nog altijd min of meer haperend te voltrekken, vooral in landen die al jaren in de westelijke buitenlandse politiek geen rol van betekenis meer hebben gespeeld. Had het Westen deze ontwikkeling krachtiger kunnen bevorderen? Misschien, als door de oorlog in Irak iedere westelijke interventie niet bij voorbaat verdacht was geworden.

Nog een reden waarom Blair en zijn medeplichtigen ter verantwoording moeten worden geroepen. Voor de aanval begon, werd het regime van Saddam door de Verenigde Naties zorgvuldig gecontroleerd. De dictator hield wel schrikaanjagende verhalen over zijn massavernietigingswapens, maar permanente luchtverkenningen wezen erop dat dit allemaal bluf was. Bovendien kostte het hem de grootste moeite het verzet in eigen land onder controle te houden. En natuurlijk, dit is een hoogst speculatieve redenering, maar het is niet uitgesloten dat Irak een van de eerste landen zou zijn geweest waar de krachten van de omwenteling zich hadden laten gelden. Zonder de leugens van Bush en Blair en de medeplichtigheid van ons kabinet zou de catastrofe van Irak zich niet hebben voltrokken.

Ik heb het hier eerder geschreven, ik blijf het eens met de Amerikaanse jurist Vincent Bugliosi, zijn in 2008 verschenen boek The Prosecution of George W.Bush for Murder. Niet gekozen tot president maar in die hoedanigheid benoemd door het hooggerechtshof, ontwikkelde hij zich binnen een paar jaar tot leider van een misdadig gezelschap, met Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz, Condoleezza Rice en nog een handjevol neoconservatieven als zijn directe medeplichtigen. Ik ben niet de enige die deze mening is toegedaan. Er is een uitvoerige Amerikaanse literatuur van dezelfde strekking. Bob Woodward, Peter Galbraith, Seymour Hersh hebben er ettelijke boeken over geschreven; The New Yorker heeft in de jaren van de oorlog in Irak er een reeks onthullingen over gebracht. Al die schrijvers hadden gelijk, maar het is vergeefs geweest. Het politieke klimaat was al overheersend rechts, de regeerders waren doof. Ongeveer zoals een jaar of 65 geleden toen wij in Indonesië Soekarno gingen halen. Met de beste bedoelingen natuurlijk.