Nick Cohen, Pretty Straight Guys

Blairs anti-elitaire elite

Nick Cohen

Pretty Straight Guys

Uitg. Faber and Faber, 296 blz., € 28,10

Als beslissend moment voor de doorbraak van Tony Blair noemt Nick Cohen, politiek journalist voor zondagskrant Observer en weekblad New Statesman, 12 februari 1993, de dag waarop peuter James Bulger op afschuwelijke wijze wordt vermoord door twee tienjarige schoolvriendjes. De geschiedenis is dan al eens ten einde verklaard en de strijd tussen de ideologieën beslecht. De enige manier waarop een politicus het volk nog in het hart kan raken is via de weerzinwekkendheid van «onmenselijke» misdaden en de angst voor criminaliteit. Zeven dagen later zegt Tony Blair in een speech: «De nieuwsberichten van de afgelopen week waren hamerslagen op het slapende bewustzijn van het land, ze maanden ons te ontwaken en onverschrokken te onderkennen wat we voor ons zien. Een oplossing voor deze desintegratie ligt niet simpel in wetgeving. Het moet voortkomen uit de herontdekking van een gevoel van richting voor het land en bovenal uit vrijuit de waarden en principes waar we in geloven weer ter discussie te stellen en ons af te vragen wat die voor ons betekenen, niet alleen als individuen maar als een gemeenschap. We kunnen niet bestaan in een moreel vacuüm.»

Tony Blair benoemt de ziekte van Engeland, hij stelt dat de Engelsen in een moreel vacuüm verkeren. Zijn oplossing is eenvoudig: New Labour zal het land genezen. Hoe New Labour dat precies gaat doen, zegt hij er niet bij.

Van Bill Clinton weten de vernieuwers van New Labour — Tony Blair, Gordon Brown, Alastair Campbell, Peter Mandelson en Philip Gould — dat gescoord kan worden door flink in te spelen op de criminaliteit. En het geluk wil dat zojuist onder conservatief bewind het aantal gevangenen in twee jaar tijd met achttien procent is teruggelopen, onder het conservatieve motto: opsluiten in de gevangenis is «een dure manier om slechte mensen nog slechter te maken». De conservatieven zijn kortom niet bepaald in de gelegenheid om Labour te beschuldigen van slapte in de strijd tegen de criminaliteit.

Hoe hoog de strijd tegen de misdaad op de campagneagenda staat, komt naar voren in een van de smeuïge anekdotes die Nick Cohen in zijn boek Pretty Straight Guys heeft opgetekend. Aan de vooravond van de gewonnen verkiezingen van 1997 belt hij met Jack Straw, die dan nog schaduwminister is maar weldra minister van Binnenlandse Zaken zal zijn. Zonder er goed bij na te denken merkt Cohen op dat New Labour niet net als Clinton een avondklok voor kinderen zal willen instellen. Nou, zegt Straw, die daar nog niet aan had gedacht, maar dat is helemaal geen gek idee, zeker niet gezien het hoge aantal klachten over jongeren ’s avonds laat op straat.

Als hij heeft opgehangen, begint Cohen enthousiast te typen. Een uur later belt Straw en zegt dat hij het zo niet heeft bedoeld. New Labour is helemaal niet van plan een avondklok in te stellen en of Cohen zijn eerdere antwoorden niet wil publiceren. Maar Cohen heeft net gebeld naar de Observer en gezegd dat men zich over de voorpagina niet ongerust hoeft te maken. Hij weigert.

Enigszins bedremmeld vertelt hij in zijn boek wat er de volgende dag gebeurt. ’s Ochtends komt de zondagskrant uit met zijn stuk aangekondigd op de voorpagina. In plaats van het bericht te ontkennen en soft te lijken — en bovendien de conservatieven een kans voor open goal te geven — maakt New Labour rond lunchtijd bekend dat ze inderdaad een avondklok voorstaat: kinderen onder de tien zouden vanaf negen uur niet meer de straat op mogen. Cohen vraagt zich af of het nu zijn schuld is dat kinderen voortaan ’s avonds onder een soort van staat van beleg komen te vallen. Maar hij is gerustgesteld als blijkt dat lokale autoriteiten uiteindelijk inzien dat ze wel iets beters te doen hebben — te weten echte boeven vangen.

Door de angst voor misdaad uit te buiten en het volk nog banger te maken, zegt Nick Cohen, krijgt Blair het aan zijn zijde. En dat terwijl de misdaad juist afnam tussen 1992 en 2001 met een vijfde, en tussen 1995 en 2001 zelfs met een derde. In 2002 was het risico slachtoffer te worden van een misdaad volgens de British Crime Survey het laagst sinds het in 1981 begon met meten. En toch geloofde 71 procent van de ondervraagden dat de misdaad erger werd.

Maar werd het dan niet veiliger juist dankzij Blair? Volgens Cohen niet. Hij ziet het misdaadcijfer als omgekeerd evenredig aan het werkgelegenheidscijfer. Tijdens de massawerkloosheid onder Thatcher steeg het misdaadcijfer gemiddeld drie procent per jaar, en toen begin jaren negentig de werkloosheid nog sneller steeg, ging het misdaadcijfer met elf procent per jaar omhoog.

Hoe moeilijk is het de populariteit van Tony Blair in te schatten. De ene week vliegen pollcijfers het Kanaal over die laten zien dat minder en minder Engelsen nog vertrouwen hebben in hun premier, de volgende week roepen commentatoren dat Blair er met zijn speech op het jaarlijkse Labour-congres weer helemaal bovenop is gekomen. Reden om Pretty Straight Guys te lezen is dat het boek inzicht geeft in de populariteit van Blair en in wat er gebeurde toen een nieuwe generatie onder de naam New Labour plotseling op het rode pluche van de macht kwam te zitten.

Nick Cohen noemt de «Blairites» een anti-elitaire elite, die met een grote zeis alles wat zich niet aan het volk onderwierp, neermaaide. Elke minderheid was in het Engeland van New Labour elitair. Intellectuelen, mensen die niet rouwden om Diana of niet juichten om de overwinning van Labour, mensen die niet van Classic FM of van MTV hielden, milieuactivis ten, jagers op vossen en ga zo maar door. Alleen de grootste gemene deler van het volk had gelijk. En was het geen mooi gelijk? Jammer dan, het bleef de wil van het volk.

Daar zag het bedrijfsleven wel brood in. Neem de media. Die smulden van Blair en vroegen hem om meer simpele statements en celebrity-gedrag. Spinning was niet wat ze afkeurden maar waar ze om vroegen. New Labour gedraagt zich als een supermarkt, luidde de kritiek. Jawel, antwoordde Blair, en wat is daar mis mee? Wij geven het publiek wat het wil. Ging het daar niet om in een democratie?

Cohen hekelt de arrogantie: de «passionate self-righteousness of New Labour», waarvoor Blairs geloof volgens hem deels een verklaring is. New Labour, schrijft hij, is bereid om alles te doen wat nodig is. Principes zijn er slechts om verloochend te worden. Om tot de nieuwe politieke klasse van de jaren negentig toegelaten te worden, moest je laten zien dat je je principes kon laten vallen en vroegere kameraden kon wegstrepen.

Gaandeweg zijn boek belandt Cohen in een polemiek tegen New Labour. Uiteindelijk blijkt hij tegen privatisering, commercialisering, Labours aanpak van de middenklasse en de werkende klasse maar niet van de superrijken (de «filthy rich»).

Misschien was Cohen wel bang dat hij te laat zou komen met zijn boek en Blair de publicatie niet zou halen. Het boek is in elk geval enigszins afgeraffeld. Merkwaardig. De wekelijkse column in de Observer van Nick Cohen is een pareltje van leesbaarheid, actualiteit en treffend formuleren — en vaak bekroond. Maar in een boek blijft er niet veel over. Daar kom je niet weg met simpel op te merken dat de reactie op 11/9 waar het binnenlandse veiligheidsmaatregelen betreft alleen maar overdreven is en er veel te veel vrijheden moeten worden ingeleverd.