Hoofdcommentaar

Blairs boemerang, en spinnen in Nederland

Tony Blair is door Lord Hutton gezuiverd van veel blaam. De Britse premier heeft excuses geëist van de BBC en gekregen. Maar ondanks het rapport van Hutton zijn Blair en diens Labour Party nog niet veilig. Nog geen week na de publicatie van het rapport-Hutton moest Blair al door de knieën voor het pièce de résistance: na Bush gaat ook Blair onderzoek laten doen naar de vermeende massavernietigingswapens van Irak.

Daarbij blijft het niet. Er is ook een binnenlandse «oorlog» — vrij naar The Observer — gaande die het politieke klimaat nog verder kan perverteren. Woensdag 28 januari rekende Tony Blair zich nog rijk. In het Lagerhuis liet hij de BBC alle hoeken van de vergaderzaal zien. De yells uit de bankjes completeerden het beeld van zijn totale overwinning. Niet Blair was onbetrouwbaar, maar de journalistiek. Een paar etmalen later begon de boemerang een andere kant op te vliegen. Het vertouwen van de burgers in de premier bleek niet toegenomen. Integendeel.

Dat heeft Blair aan zichzelf te danken. Deze overwinnings nederlaag is namelijk het resultaat van de werkwijze die hem in de jaren negentig omhoog stuwde. Nadat Blair in 1994 tot partijleider was gekozen, ontwikkelde de top van New Labour een strategie met drastische consequenties. Hij hervormde niet alleen de organisatie en het programma van de uitgewoonde arbeiderspartij, hij introduceerde ook nieuwe strijdmethodes. Plannenmakerij was leuk, beleid ook, maar alles stond of viel met de interpretatie ervan. De kleedkamer werd belangrijker dan het podium. Geef journalisten een kijkje achter de schermen en ze kijken minder naar het resultaat, was de redenering. Waarna de kiezers vanzelf zouden volgen.

In de war room van New Labour ging het formeel steeds om de Conservatieven. In feite draaide het echter eerst en vooral om de media. Na Blairs overwinning in 1997 ging de wedloop der spindoctors gewoon door. Hun permanente mediaslag duurt nu al zeven jaar. De meest befaamde brigadegeneraal in deze arena was Alastair Campbell. Voor Campbell was de mobiele telefoon een deel van zijn lichaam. Aan tafel, in bed, bad of wc: zonder telefoon was hij geen man.

Aldus werd niet alleen de pers gepolitiseerd maar werd de Labour-partij zelf een medium. Politieke partijen en media werden communicerende vaten. Waar de ene kant leegliep, stroomde de andere kant vol. Aan beide zijden verloren zowel politici als journalisten hun soevereiniteit, om niet te zeggen hun autonomie, in deze symbiotische spin-arena waarin de belangen door de wederzijdse afhankelijkheid onontwarbaar zijn geworden. En de burger zich afwendt van beide partijen.

De crisis bij de BBC is de climax van dit proces. Maar het gaat om meer dan alleen de BBC.

Hoofdredacteur Andrew Growers schreef zaterdag in The Financial Times een onheilspellend commentaar. De journalistiek moet volgens hem de gewraakte BBC-journalist Andrew Gilligan «dankbaar» zijn. Hij heeft de journalistiek een «spiegel» voorgehouden. De aanvankelijke ontkenningen van de BBC «demonstreren in welke mate de BBC is geïnfecteerd door een vergiftigde cultuur die ook andere delen van het discours tussen politici en media heeft verpest», aldus Growers.

Wie denkt dat het in Nederland anders is, vergist zich. De «spin» is in Nederland nog niet zo’n gecultiveerde professie als in Engeland, maar de achterstand wordt snel ingehaald. Het blijft steeds minder bij wat strategisch lekken en tippen. De PvdA in Amsterdam heeft er ervaring mee. Een recenter voorbeeld ter illustratie. Afgelopen maandag sprak VVD-leider Jozias van Aartsen in Overijssel zijn partijgenoten toe over de «crisis na de crisis» die zich sinds de moord op Pim Fortuyn heeft aangediend. Zoals al een paar decennia gebeurt, was zijn tekst (samen te vatten als «de VVD is niet links, de VVD is niet rechts, de VVD is liberaal. De VVD is dus radicaal») ’s middags in de postvakjes van de parlementaire pers gelegd met de fluisterende tip dat het ’s avonds bal zou worden in Nieuwleusen. Resultaat: twee verslaggevers van het NOS-Journaal plus de chef van Den Haag vandaag togen naar het zaaltje om per directe straalverbinding verslag te doen, te interviewen en te duiden. Om acht uur was de speech van Van Aartsen het eerste item van het Journaal. Om elf uur sloot Nova ermee af. In drie uur was de kijker geen andere steek wijs geworden dan dat Van Aartsen allerlei complimenten had uitgedeeld aan wijlen Fortuyn.

Deze massale presentie van de omroep, die de Nederlandse BBC zou kunnen zijn als ze dat zou willen, was een fraaie overwinning voor de spindoctors van de VVD. Nieuws bevatte de toespraak van Van Aartsen niet. Nieuwe interpretaties waren evenmin voorhanden. Maar de omgevingsruis was zo overweldigend dat zelfs Balken ende in zijn zaaltje in Lelystad in het donker bleef staan.

Dit is nog maar het begin. De technologische snelheid van de media en de oneigenlijke concurrentie tussen commerciële en publieke media zullen het spinnen ook in Nederland tot grote hoogte gaan brengen. Op korte termijn zullen de politici, die dit vak het best beheersen, er met de buit vandoor gaan, en de media, die zich er niet aan kunnen of willen onttrekken, aan geloofwaardigheid inboeten. Op iets minder korte termijn zal deze winst-en-verliesrekening uitdraaien op een wederzijds bankroet. Het Hutton-rapport heeft daaraan geen halt toegeroepen. Sterker, het heeft de spindoctors bevestigd in hun vak. Pas als de consumenten van hun spin de symbiotische markt verlaten, is het einde van deze heilloze wederzijdse afhankelijkheid in zicht.