Blank kiest voor bio, zwart voor KFC

Kaapstad – De Kaap, luidt een Zuid-Afrikaanse wijsheid, is een andere wereld, een land dat anders is dan alles wat zich ten noorden van de bergen bij Franschhoek en Paarl uitstrekt, daar waar ‘Afrika’ begint.

De Kaap met zijn uitgestrekte wijngaarden, verfijnde restaurants en het glorieuze Kaapstad voelt zich Europees. Dat uit zich onder meer op de wekelijkse food markets. Op donderdag kun je bijvoorbeeld naar de Cape Point Vineyards Market om met een glas Splattered Toad van de zonsondergang te genieten, op vrijdag naar de hippie-achtige Muizenberg Blue Bird Market en op zaterdag naar de residentie van Westkaap-premier Helen Zille, die haar tuin dan als handelsplek openstelt.

Het publiek bij al die markten is veelal blank, slank en welgesteld. De meeste beheerders van de stalletjes zijn ook blank. Zwarte stalhouders zie je nauwelijk, en als ze er zijn, zoals bij de koffie- en smoothie-verkooppunten, dan komen ze uit de rest van Afrika, vooral Zimbabwe. Het idee van gezond maar duur eten met een prijzig glas Jack Black-bier heeft nog een lange weg af te leggen naar de ellendige townships rond Kaapstad, waar de werkloosheid gigantisch is en een bezoek aan de lokale Kentucky Fried Chicken als een culinair hoogtepunt geldt. Op zaterdag heb je niet ver van de Pollsmoor-gevangenis waar Nelson Mandela tussen 1984 en 1988 gevangen zat de Earth Fair Food Market. Die huist in een Zuid-Afrikaanse versie van de meubelboulevard. Autowachten verdienen geld aan de mensen die een bezoek aan Builders Warehouse combineren met een glas organische wijn uit Spookfontein en een zakje koedoe-biltong.

Het is zachtjes beginnen te regenen als we met onze biologische amandelen en Banting-cheesecake weer naar buiten lopen. Op het parkeerterrein zit een magere man, een kleurling van onbestemde leeftijd. Hij heeft een kartonnen doosje voor zich met in doorweekte kranten gewikkelde stekjes: een grasachtige plant en vygies met paarse bloemetjes. Water druipt van het gezicht van de man, die vertelt dat hij uit Philippi komt, een van die ellendige townships bij Kaapstad. Een gigantisch schuldgevoel wurmt zich bij ons naar binnen als we daar staan met onze veel te dure amandelen en onbespoten mandarijnen. Hoeveel kosten de stekjes? ‘Vijftien rand, baas’, zegt de man. Ruim een euro. We willen er vijf. En op zijn aandringen kopen we ook zijn laatste twee vygies. Hoeveel is dat in totaal? De man schudt zijn hoofd. ‘Ik kan niet rekenen, baas.’