Hassan blogt over diversiteit

Blanke mannen zijn nog steeds de baas

Diversiteit lijkt sinds een jaar of twee weer helemaal terug van weggeweest. Althans, in media en cultuur. Het viel me vooral op in Amerika waar nieuwe media-initiatieven zoals Vox.com bij lancering hevige kritiek kregen omdat ze pretendeerden een breuk met het oude te zijn, terwijl ze in samenstelling (man, blank) vooral een voortzetting lijken van wat we al kennen.

Medium woodward and bernstein young

Zinnige kanttekeningen werden er bijvoorbeeld gemaakt door Shani O. Hilton (hoofdredacteur BuzzFeed News) die in dit stuk uitlegt dat de journalistiek niet opschiet in het diverser maken van nieuwsredacties omdat men in de rekrutering van mensen niet verder kijkt dan de eigen neus lang is. Dat heeft onder meer te maken met het beperkte ons-kent-ons-netwerk van journalisten en met vastgeroeste ideeën over wie ‘goed’ is voor een baan in de journalistiek (lees: mensen die lijken op wat er al rondloopt in de journalistiek). Ik weet niet of het een resultaat is van dit soort kritiek, maar uit cijfers die begin deze maand bekend werden bleek dat Vox.com qua divers personeelsbestand er in twee jaar tijd (2013-2015) iets op vooruit is gegaan – van 88 procent volledig blank naar 80 procent blank.

Al jaren wordt er geklaagd over de verblindende witheid van de media. Maar volgens mij werd de discussie hierover zelden zo breed en fel gevoerd als in 2015. Als je een startpunt moet noemen, dan zou het dit NRC-onderzoek uit februari 2015 zijn waaruit bleek dat de redacties van negen grote nieuwsorganisaties voor maar liefst 97 procent (!) bestaan uit autochtone journalisten. Aanleiding voor _NRC-_redacteur Wilfred Takken om met dit artikel aan de slag te gaan was de affaire-Ramesar,een onverkwikkelijke geschiedenis die Takken ervan overtuigde dat eenzijdig samengestelde redacties behoorlijk problematisch zijn: ‘Om te weten wat er speelt in een land helpt het om redacteuren van verschillende achtergronden te hebben. Anders krijg je witte vlekken op de kaart, zoals bij de Schilderswijk. Dat worden projectieschermen van angsten en vooroordelen, die redacties niet corrigeren.’

Diversiteit dus om vooroordelen en stigmatiserende uitglijers voor te zijn. Klinkt zinnig, maar laat nu net juist de journalist die de ‘sharia-driehoek’ op zijn geweten heeft iemand zijn die behoort tot die zeldzame groep van 3 procent niet-westerse allochtone journalisten.

Dat brengt me meteen bij mijn scepsis over al dat gejubel over ‘diversiteit’.

(Vooropgesteld: ik juich alle pogingen toe om wat meer diversiteit van de grond te krijgen, zelfs de gratuite pogingen (looking at you Dit Is De Dag), want het houdt in ieder geval de kritische discussie erover op gang. En vooral De Correspondent verdient een pluim omdat het zich niet laat afschrikken door voorspelbare kritiek (‘positieve discriminatie is ook discriminatie!’, ‘ze studeren geen journalistiek!’, ‘niemand kan nog werk krijgen in dit vak!’). Bij Wijnberg en consorten lijken ze in ieder geval te begrijpen dat je als nieuwsorganisatie niet kunt pretenderen over een brede blik te beschikken als al je collega’s op jou lijken).

(En om maar meteen hand in eigen boezem te steken: vorig jaar zette De Groene een vacature uit waarvan je met honderd procent zekerheid kon zeggen dat er een bepaald type op af zou komen dat toch wel zijn weg zal weten te vinden in de journalistiek. Dat was vooral kwalijk omdat het hier een leerplek betrof. Dan heb je de kans om iemand vooruit te helpen die misschien niet de juiste papieren/contacten heeft en dan laat je het zo liggen…)

Maar goed, mijn scepsis dus over ‘diversiteit.’ Ik vraag me namelijk af of een diversere samenstelling van een redactie echt direct zo’n heilzame werking zal hebben op de berichtgeving over onderwerpen die ver buiten de leefwereld van de gemiddelde journalist staan. Laat ik dat illustreren aan de hand van Perdiep Ramesar. We weten niet wat hem uiteindelijk bezielde toen hij zijn artikelen bij elkaar loog. Blinde ambitie? Hoge werkdruk? Misschien. Maar als hij toch aan het liegen sloeg, waarom verzon hij dan niet een heleboel rooskleurige artikelen over minderheden bij elkaar? Misschien omdat negatieve berichtgeving over minderheden de regel is en hij niet uit de pas wilde lopen?

Ik weet het, boude stellingen, maar neem even dit in beschouwing. Er zijn bibliotheken vol geschreven over de dominantie van blanke, seculiere mannen in de journalistiek. Ik heb maar een fractie van een fractie van al die boeken en onderzoeken gelezen, maar in alles wat ik tot nu toe tot me nam wordt unaniem gesteld dat het werk, de opvattingen en de waarden van de blanke, seculiere mannen in de journalistiek als de norm gelden. Zij maken ‘goede journalistiek’ en daar dient alles aan afgemeten te worden.

En je kunt – voorzichtig – nog iets meer beweren over die normstellende, blanke, seculiere mannen in de journalistiek. Ze hebben namelijk bepaalde ideeen over ‘allochtone journalisten’ en over de berichtgeving over multiculturele zaken.

Kijk bijvoorbeeld naar dit onderzoek uit 2004 van Marieke Dielissen die uitkwam op vijf ‘drempels’ die ervoor zorgen dat het niet wil vlotten met diversiteit binnen de NOS. Vooral een van die drempels valt op: ‘Objectiviteit staat voorop.’ Omdat de autochtone man op nieuwsredacties de norm is, geldt zijn idee van objectiviteit als de regel. De inbreng van allochtone journalisten wordt echter gezien als ‘specifiek en subjectief’. Als mindere journalistiek dus, die het geldende niveau niet haalt.

Voeg de uitkomsten van dit onderzoek bij de uitkomsten van dit andere onderzoek van Floris Muller en Renée Frissen waarin de opvattingen van journalisten over de multiculturele samenleving worden doorgelicht. De ondervraagde journalisten vertellen dat ze vooral niet ‘politiek correct’ willen zijn in hun berichtgeving. Ze zien het niet als hun taak om ‘positieve PR’ voor allochtonen te verzorgen. Maar als ze wel aandacht aan allochtonen besteden is de aanleiding vaak negatief.

Dat is dus grof geschetst de journalistiek in Nederland: een milieu dat gedomineerd wordt door autochtone mannen, die zichzelf zien als objectief – en allochtonen als subjectief – en die een broertje dood hebben aan politieke correctheid en die niet willen beginnen aan ‘positieve PR’ voor allochtonen.

Goed, dan kun je in het kader van de diversiteit wel de journalistiek in gaan, of erin geloodsd worden, maar dan krijg je dus te maken met een cultuur die al uitgemaakt heeft wat goede journalistiek is en hoe er over bepaalde onderwerpen gedacht dient te worden (niet p.c.). Dat is een dwingende cultuur. Een cultuur die Ramesar vormde en voedde – of zit ik er echt helemaal naast?

Gisteren las ik dit Amerikaanse onderzoek dat mijn scepsis over ‘diversiteit’ in de journalistiek iets beter illustreert. Een quote: ‘The mainstream press may seek to hire minority journalists; nevertheless, through the routine use of journalistic norms, minority journalists are expected to ‘‘act’’ like journalists, not like minorities. Minority journalists are forced to back away from their racial identity and lived experiences and conform to the professional norms and values of the organization and the individuals who hired them. This results in an ‘‘illusion of inclusion’’ in the mainstream newsroom. That is, ‘‘true diversity’’ becomes an illusion as minority journalists find themselves marginalized in newsrooms, encouraged only to report stories that reinforce White stereotypes or further a one-sided political agenda. As a result, a diverse newsroom does not always equal better coverage of minorities and stronger readership from a multicultural community.’

Ik wil niet beweren dat hier sprake is van een wetmatigheid. Maar het is volgens mij wel iets om bij stil te staan. Een paar weken terug sprak ik met Mark Deuze, die verbonden is aan de mediastudies van de UvA, en zich vaak mengt in het diversiteitsdebat. Hij vertelde mij over een experiment in de jaren negentig bij een landelijk dagblad. Om werk te maken van diversiteit stelde de krant een groepje mensen samen met een niet-westerse achtergrond. Bedoeling was dat ze onder het mentorschap van ervaren journalisten klaargestoomd werden voor het echte werk in de journalistiek. Uiteindelijk leverde het niet veel op, en een van de redenen daarvoor was dat sommige meisjes en jongens in dit klasje stukliepen op die dwingende cultuur waarin al uitgemaakt is wat goed is, wat wel objectief is of niet, en hoe er over bepaalde zaken gedacht dient te worden. Misschien hadden ze het wel gered als ze klonen van hun mentoren waren geworden, maar kun je dan nog over diversiteit spreken?

Echt, diversiteit is een mooi ideaal. Het is goed dat er zoveel discussie over is en initiatieven worden ondernomen om er werk van te maken. Maar moeten er ook niet gaten worden geslagen in die blanke-mannencultuur die mensen met een andere achtergrond pas lijkt op te nemen en tot hun recht laat komen als ze gaan lijken op wat er al is?

Het is taaie materie, ik kom er niet helemaal uit, zoals jullie zien, en ik wissel constant tussen optimisme en scepsis. Wat vinden jullie van de diversiteitsdiscussie? Wat zijn de lovenswaardige initiatieven. Wat zijn de valkuilen?

bahara@groene.nl
twitter @hassanbahara


Image use under Creative Commons

Bob Woodward (l-r) and Carl Bernstein

Image use under Creative Commons
Bob Woodward (l-r) and Carl Bernstein

Image use under Creative Commons

Bob Woodward (l-r) and Carl Bernstein