Blauw nummerbord

‘Ik ben mij terdege bewust van het feit dat hetgeen ik in vele hoofdstukken heb beschreven bij velen op weerstand zal stuiten.’ Zo begint het slotwoord van Harrie van der Roests Al wat overblijft is het mysterie, een in eigen beheer uitgegeven boek met veertig korte beschouwingen over de verwording van de maatschappij. De oorzaken, de gevolgen en de oplossingen. De eerste acht gaan over ‘Het Christendom’, volgens Van der Roest draagt vooral de kerk de schuld van alle maatschappelijke onvrede en onmacht. Ik ben het met hem eens, denk ik. Daarna bespreekt hij in het kort ‘De Geschiedenis’ en vanaf beschouwing vierentwintig draagt hij oplossingen aan voor maatschappelijke vraagstukken. In ‘Het Drugsprobleem’ pleit hij ervoor de oorzaken van de drugsproblematiek aan te pakken. ‘Het kan zo niet langer doorgaan’, besluit hij dit betoog, waarin hij ook een lans breekt voor een gezamenlijke aanpak.

Over criminaliteit stelt Van der Roest voor meer te doen aan stadsvernieuwing, niet te veel te bezuinigen op wijkcentra en zinvolle arbeid te scheppen voor kansloze jongeren. ‘De hui dige criminaliteit is een tijdsbom onder het democratisch bestel’, besluit hij dit stukje. Ook op het gebied van ontwikkelingshulp heeft Van der Roest goede ideeën. 'Als er economische ontwikkeling op gang komt in de derde wereld is dat voor een ieder van belang’, stelt hij op bladzijde 87. En even verderop: 'Het is de allerhoogste tijd dat de machthebbers van nu tot het besef komen dat het zo niet langer voort kan gaan.’ Weer ben ik het met hem eens, zo kan het allemaal niet langer.
Van der Roest wil liever niet al te kwaadaardig of boos zijn, daarvoor is hem De Schepping te lief. Dit geeft aan zijn betogen wel eens iets machteloos: hij vindt zeker dat men zich meer over de problemen moet buigen, dat machthebbers het er wel eens lelijk bij laten zitten, dat deskundigen de handen ineen moeten slaan, dat er nu eindelijks iets moet gebeuren, maar verder wil hij niet gaan. Koppen hoeven wat hem betreft niet te rollen, daarin verschillen zijn oplossingen heel duidelijk van de mijne.
Soms schiet hij even door, dan zet ik toch een paar vraagtekens. Zo stelt hij in het kader van de filebestrijding voor om 'non-actieven’ (zou hij daar ook mij mee bedoelen?) tijdens het spitsuur niet tot de weg toe te laten. 'Een blauw nummerbord voor een ieder die om welke reden dan ook niet meer bijdraagt aan de economie’, schrijft hij op bladzijde 74. Die weg moeten we niet in slaan, denk ik, dan heb je weer allerlei controleurs nodig en ik weet al precies dat er zat mensen zijn die niet mee willen werken en rustig een geel nummerbord over hun voorgeschreven blauwe plakken.
Van der Roest heeft een betrokken boekje geschreven, hij heeft zijn nek durven uitsteken, andere mensen, zoals ik, zitten machteloos te zwijgen of zomaar wat in het wilde weg voor zich uit te schelden en te schreeuwen. Zijn fundamenteel vertrouwen in De Schepping vind ik wel eens wat overdreven, volgens mij is het allemaal veel erger, maar het geeft aan zijn beschouwingen in ieder geval een hoopvolle glans.