Chris Markers La Jetée

Blauwdruk

La Jetée (1962) van Chris Marker is bij uitstek illustratief voor de buigbaarheid van de cinematografische vorm. Alles staat stil, maar toch kijken we naar een film. De geest van Marker zien we terug bij andere cineasten.

Large image 1 chris marker la jetee 1962
Hélène Chatelain in La Jetée, 1962 © ARGOS / PHOTO 12 / HH

‘La Jetée’, een nauwelijks te classificeren, cinematografisch ‘gedicht’ van de Franse kunstenaar Chris Marker, heeft een merkwaardige invloed op de moderne cinema: noem een sciencefictionfilm over het tijdreizen en de kans is groot dat die het stempel van dit werk draagt. Dat komt door de experimentele vorm én de aanlokkelijke mix van eenvoud en complexiteit in het idee dat een man teruggaat naar het verleden waar hij als kind zijn eigen dood meemaakt.

Even ontwijkend als de film is het kunstenaarschap van Marker (1921-2012), die een avontuurlijk leven had: werd geboren in Parijs, studeerde filosofie, nam deel aan het verzet tijdens de oorlog, was parachutist in dienst van het Amerikaanse leger. Na de oorlog werd hij fotograaf en kwam hij in aanraking met André Bazin, een van de oprichters van het filmblad Cahiers du Cinéma. In de late jaren vijftig vormde Marker samen met regisseurs als Alain Resnais, Agnès Varda en Jacques Demy de Rive Gauche (linkeroever), een filmstroming nauw verbonden met de nouvelle vague.

In de overeenkomsten en verschillen tussen deze twee loten van de grote filmische vernieuwing van die tijd zien we de spanning tussen de narratieve cinema en de beeldende kunst. Nadat Resnais in 1959 spectaculair had gedebuteerd met zijn eerste speelfilm, Hiroshima mon amour, werd steeds meer duidelijk dat hij zich samen met een groepje makers onderscheidde van de rest van de nouvelle vague. Terwijl regisseurs als Jean-Luc Godard en Francois Truffaut ‘speels’ werkten, sterk beïnvloed door Amerikaanse filmgenres, waren Resnais, Marker en anderen meer geïnteresseerd in esthetische en politieke kwesties. Ze stortten zich op de mogelijkheden die de tradities van literatuur, fotografie, de avant-garde en de beeldende kunst boden.

Marker speelt met de werking van tijd zoals geen andere cineast dat nog heeft gedaan

Zo maakte Marker begin jaren zestig La Jetée. De film duurt iets minder dan een half uur, maar je hebt het gevoel naar een epos te kijken. Dat is thematisch relevant, want in het verhaal speelt Marker met de werking van tijd zoals geen andere cineast dat nog heeft gedaan. Een verteller fungeert als gids terwijl gebeurtenissen elkaar opvolgen in een fotomontage in zwart-wit. Dat alleen al was revolutionair: alles staat stil, maar toch kijken we naar een film, een kunstvorm die bestaat bij de gratie van beweging. Niet alleen de invloed van fotografie is zichtbaar, in de jaren twintig en dertig sterk aanwezig in de avant-gardistische cinema, maar ook die van de zwijgende film, in de vorm van tussentitels.

Terwijl dreigende, melancholische muziek van de Britse componist Trevor Duncan klinkt, legt de verteller uit dat het verhaal gaat om een man die zijn leven lang de letsels zal dragen van een gewelddadig beeld uit zijn verleden. Als kind stond hij met zijn moeder op een uitkijkpost voor vliegtuigspotters bij een luchthaven bij Parijs. Daar was hij getuige van een incident waarbij een man overleed. Ook zag hij het gezicht van een beeldschone vrouw. Dat was voor het uitbreken van de Derde Wereldoorlog, voor de huidige tijd van het echte verhaal waarin Europa in puin ligt. Mensen wonen ondergronds, onderworpen aan de wetenschappelijke experimenten van de overwinnaars van de strijd. Die proberen via het tijdreizen terug te gaan naar het verleden om toegang te krijgen tot voedsel, medicijnen en energiebronnen. De hoofdrolspeler, de man waar de verteller het aan het begin over had, dient als proefkonijn.

Dat Marker dit alles via stilstaande, gedramatiseerde scènes overbrengt – in de stijl van een fotoroman – is een verbijsterend effectieve prestatie. Toen de Amerikaans-Britse regisseur Terry Gilliam en de Canadese cineast James Cameron hun eigen films over het tijdreizen uitbrachten, respectievelijk Twelve Monkeys (1995) en The Terminator (1984), was de geest van Marker voelbaar in vrijwel elk frame. Gilliams film kun je zelfs zien als een remake van La Jetée, vooral in de eerste scènes waarin hoofdrolspeler Bruce Willis aan tijdreis-experimenten onderworpen wordt, en tijdens zijn ontmoeting met een vrouw die hem vervolgens bijstaat in zijn poging de komende oorlog te stoppen.

Net als bij zijn collega’s Resnais en Varda is de sfeer van verdriet en herinnering overweldigend in het werk van Marker, wat uiteindelijk resulteert in het verlangen dat de man in La Jetée voelt, voor de vrouw die hij ontmoet, maar ook voor een tijd die voor altijd voorbij is. Tijdens zijn laatste reis zien we een close-up van de vrouw terwijl lyrische geluiden van vogels klinken. Het lijkt of ze uit een slaap ontwaakt, en een paar seconden lang bewegen de beelden als ze met haar ogen knippert. De film eindigt wanneer de man zich weer op het platform van de uitkijkpost bevindt – in precies hetzelfde tafereel als dat uit zijn jeugd. De verteller: ‘De tijd laat geen ontsnapping toe. Het moment waarvan hij als kind getuige was, was dat van zijn eigen dood.’

La Jetée is een droom van een film, bij uitstek illustratief voor de buigbaarheid van de cinematografische vorm. Marker opende onze ogen voor de hypnotiserende effecten van het kijken naar beelden. Hij verwierp conventies en liet de invloed van ‘de kunsten’ in de breedst mogelijke zin van het begrip toe in zijn creatieve proces. En de ironie: in de volgende grote sciencefictionfilm verschijnt – de kans is groot – de geest van Chris Marker.