ROMA IN EUROPA

Blauwe haren, zwarte ogen

De vooroordelen jegens Roma en Sinti zijn hardnekkig. Ze worden nog altijd ‘zigeuners’ genoemd en gemakkelijk geassocieerd met criminaliteit, armoede en gipsy-muziek. Oost-Europese Roma-migranten worden in toenemende mate slachtoffer van vervolging en discriminatie.

In 1993 won de rechtenstudente Magdalena Babická uit de Tsjechische industriestad Ústí de landelijke missverkiezingen. Toen haar op het erepodium werd gevraagd wat haar grootste wens was, vertelde ze de pers glimlachend: ‘Ik wil rechter worden en dan alle zigeuners uit onze stad verdrijven.’ In diezelfde tijd adverteerde wasmiddelenfabrikant Ariel op de Tsjechische televisie met een spotje waarin een Roma-jongetje letterlijk werd witgewassen: blank kwam hij uit een badkuip met zeepsop te voorschijn.

Op de Oost-Europese huizenmarkt, in het onderwijs en in de gezondheidszorg is discriminatie van Roma eerder regel dan uitzondering. Steekproeven van het European Roma Rights Center in Boedapest, waarbij een Roma- en een niet-Roma-kandidaat met dezelfde opleiding solliciteerden, hebben uitgewezen dat Roma vaak bij voorbaat worden uitgesloten. Het was in Roemeense kranten niet ongebruikelijk om een rubriek op te nemen waarin de vermeende misdaden van Roma werden opgesomd.

Volgens de Roemeense Rom Valeriu Nicolae, de stuwende kracht achter verschillende Europese Roma-netwerken, blijven zulke radicale vormen van racisme nu niet meer ongestraft: ‘We hebben ons goed genoeg georganiseerd om tegen zulke schendingen op te treden.’ Dat neemt volgens hem niet weg dat Roma nog altijd worden beschimpt. Met steun van de Uefa heeft Nicolae bijvoorbeeld geprobeerd het wangedrag van Roemeense voetbalsupporters te veranderen. Tot voor kort belaagden de supporters van Dynamo Boekarest de tegenstanders met de leuze ‘Dood aan de zigeuners!’ Ook droegen ze spandoeken mee waarin de deportatie van Roma werd gepropageerd. Met succes heeft Nicolae spelers van verschillende clubs tegen het verbale supportersgeweld weten te mobiliseren. Tijdens een interland tussen Nederland en Roemenië werden campagnespotjes over racisme vertoond. Een hoofdrol in de campagne was weggelegd voor Banel Nicolita, een van de populairste Roemeense voetballers. Rom Valeriu Nicolae: ‘Voor het eerst kwam hij er publiekelijk voor uit dat hij Roma is. Tijdens onze campagne heeft hij zich uitgesproken tegen discriminatie in maar ook buiten het voetbalstadion. En de Roemeense regering heeft nu een wet aangenomen die het scanderen van racistische leuzen strafbaar stelt.’

Een vergelijkbare emanciperende invloed gaat uit van de populaire muziek, waarin Roma in Oost-Europa een belangrijke rol spelen. De afgelopen jaren hebben Roma de Idols-_series in Slowakije, Tsjechië en Hongarije gewonnen. De Roma-zangeres Marija Serifovic uit Servië won in 2007 het Eurovisie Songfestival. In 2006 riep het Tsjechische muziekblad _Filter een single van de band Gipsy.cz, van de succesvolle Roma-rapper Radoslav Banga, uit tot hit van het jaar. Ook in Hongarije en Spanje doen Roma-rappers en -hiphoppers het goed; in hun polemische teksten spelen ze met vooroordelen over Roma. De jeugdcultuur lijkt hiermee gevoeliger te worden voor de positieve rol die Roma maatschappelijk en cultureel spelen.

Artiesten als Banga zijn zich er tegelijkertijd van bewust dat ze zich in een lastig parket bevinden. Ze hebben succes als artiest, maar lopen het risico dat ze daarmee het vooroordeel bevestigen dat alle Roma geboren musici of dansers zouden zijn. ‘Dans zigeuner, of ik sla je!’ zingen de bandleden van Gipsy.cz: presteer als een blanke, zing zoals we willen dat zigeuners zingen, of we discrimineren jullie.

Eerder dit jaar presenteerde Felicita Vos haar boek Blauwe haren, zwarte ogen: De Roma-cultuur van binnenuit aan de Macedonische Roma-zangeres Esma Redzepová. Vos, zelf Nederlandse van Roma-komaf, laat in haar boek een aantal succesvolle Roma en Sinti uit verschillende Europese landen aan het woord. De meeste Roma die Vos heeft geportretteerd zijn artiesten, zoals de leden van het Rosenberg Trio, Tata Mirando, Esma Redzepová, de Servische zangeres Ljiljana Buttler-Petrovic en de Spaanse flamencogitarist Tomatito. Maar Vos heeft ook Roma in beeld gebracht die in de politiek of het bedrijfsleven werken, zoals Sylvia Tóth, voormalig zakenvrouw van het jaar, die nu een organisatie leidt die zich inzet voor kansarme kinderen.

Vos geeft een bijzonder portret van Lívia Járóka, die voor de coalitie van de Europese Volkspartij en de Europese Democraten lid is van het Europees Parlement. Járóka, in 1974 in Hongarije geboren, werd in 2004 voor de Hongaarse centrumrechtse politieke partij Fidesz tot europarlementariër gekozen. Sindsdien zet ze zich in voor de belangen van Roma in de EU. Ze laat zich niet ontmoedigen als ze in de wandelgangen van het Europarlement opvangt dat ‘dit aardige meisje zich brandt aan dit stomme onderwerp’.

Lívia Járóka: ‘We willen duidelijk maken dat de Roma gesegregeerd worden en dat zij zich niet zelf willen isoleren. En we willen niet dat mensen ons vertellen wat we moeten doen; wij Roma willen zelf deel uitmaken van het veranderingsproces. Het baart me zorgen dat iedereen in het parlement weet wat er speelt, maar dat er geen concrete stappen worden genomen om daadwerkelijke veranderingen te bewerkstelligen.’ Járóka pleit voor EU-sancties tegen lidstaten die afspraken rondom Roma niet nakomen: ‘Als er geen aandacht is voor mensenrechten, als er geen aandacht is voor minderhedenrechten, waar gaat het dan om in de EU?’

Ook uit economisch oogpunt is de huidige situatie onaanvaardbaar, meent Járóka: ‘Het is veel duurder om Roma te isoleren. Integreren levert in alle opzichten en voor alle partijen voordeel op. Integratie onder de juiste voorwaarden en met de juiste argumenten zal voor alle partijen een betere situatie tot stand brengen.’ Tegelijk denkt ze dat het enorm moeilijk is de discriminatie van Roma te doorbreken: ‘Ook in landen als Zweden, Finland, Italië en Griekenland heeft de vijandigheid tegen Roma enorme proporties aangenomen. Het is omvangrijker dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. En dat beangstigt mij. Ook daarom moet ik dit werk doen.’

Hoe moeilijk het is de stereotypen te ontkrachten, bleek nog eens toen Felicita Vos op 27 april in het vpro-programma Boeken door presentator Wim Brands werd geïnterviewd. Hij opende het gesprek met de ambitieuze belofte dat alle vooroordelen tijdens de uitzending de wereld uit zouden worden geholpen. Maar nadat Vos had uitgelegd waarom Roma en Sinti de naam ‘zigeuner’ als scheldwoord beschouwen, bleef Brands het steevast over zigeuners hebben. En na de vertoning van een fragment van een Roma-begrafenis vroeg hij haar terloops: ‘Kun jij eigenlijk goed dansen?’

Felicita Vos, Blauwe haren, zwarte ogen: De Roma-cultuur van binnenuit. Meulenhoff, 255 blz., € 17,90

…………………………………………………………………………………………………………….

GEWELD TEGEN ROMA

De recente escalaties in Napels, Milaan en Florence, waarbij Italiaanse burgers Roma-getto’s in brand hebben gestoken en de politie Roma willekeurig het land heeft uitgezet, illustreren dat Roma niet de rechten wordt verleend waarop ze volgens nationale en Europese regelgeving recht hebben. In 1989 heeft Italië wetten aangenomen ter ‘bescherming van nomadische culturen’ die door de instelling van ‘kampen voor nomaden’ de integratie van autochtone en allochtone Roma structureel verhinderen. Deze kampen zijn uitgegroeid tot getto’s, waar de Italiaanse politie invallen doet en die regelmatig met de grond gelijk gemaakt worden om permanente vestiging te verhinderen. Er zijn concrete aanwijzingen dat de politie zich corrupt gedraagt en dat de geweldplegingen tegen Roma in Napels zijn georganiseerd door de Camorra, de Napolitaanse maffia, die ook een sleutelrol speelt in de aanhoudende afvalcrisis. Roma die bescherming willen, hebben geen andere keus dan zich te richten tot de ‘bureaus voor nomaden en niet-Europeanen’ van de Italiaanse immigratiedienst. Roma-instanties en mensenrechtenorganisaties protesteren al jaren tegen deze wantoestanden.

De situatie dreigt te verergeren. De nieuwe regering-Berlusconi heeft radicale maatregelen tegen immigranten afgekondigd. Roberto Maroni, de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken van de extreem-rechtse Lega Nord, wil scherpe grenscontroles invoeren en uitzettingen vergemakkelijken. De EU heeft hiertegen protest aangetekend en ook de recente gewelddadigheden tegen Roma scherp veroordeeld, maar de Unie meet met twee maten. Terwijl de EU de Bulgaarse overheid dreigt met forse geldboetes als ze de corruptie en georganiseerde misdaad niet structureel aanpakt, komt Italië daar al jaren mee weg zonder dat de EU concrete actie onderneemt.

Huub van Baar