De wasmachine lijkt op R2-D2. Ik liep de badkamer in, zag haar centrifugeren en dacht: een robot die popelt van ongeduld om te vertellen wat Obi-Wan Kenobi hem heeft toevertrouwd. Na beëindiging van het programma liet ze een serie elektronische bliepjes horen waardoor ik bijna voor haar neerknielde en in de geest van prinses Leia zei: ‘Help me, Obi-Wan Kenobi. You’re my only hope.’

Dat ze nogal energiek heen en weer danst, wist ik. De geluidjes ken ik pas sinds ik een nieuw hoortoestel heb. Niet elk geluid is een aangename verrassing, maar dit wel. Ondanks al haar gewaggel en gedans komt de wasmachine trouwens niet ver. De rubberen dempers die ik onder de poten schoof om haar tot bedaren te brengen, hebben wel iets maar niet veel geholpen. Zij beschikt over een mechanische levenslust die me doet denken aan de wasmachine van de Israëlische schrijver Ephraim Kishon. In een kort verhaal beschreef hij hoe de zijne, Jonathan geheten, zelfs het huis verliet en in de stad werd gesignaleerd. Die zwerftochten konden alleen door zware belading van de trommel worden tegengegaan. Zo stond Jonathan dag en nacht te stampen en te zwoegen, tot Kishon het niet meer kon aanzien, twee kilo was uit de trommel trok en de machine heenzond met de woorden: ‘Ga, mijn Jonathan.’

De wasmachine is een van de eerste gemechaniseerde huishoudelijke hulpen. Professor Hans Rosling van het Zweedse Karolinska Instituut betoogde ooit in een TED Talk dat de emancipatie van de vrouw een enorme injectie heeft gekregen dankzij dit apparaat. De, toen nog, wekelijkse was werd door, toen nog, huisvrouwen gedaan en nam vele, vele uren in beslag. De wasmachine bevrijdde hen van die tijdrovende en geestdodende taak en zo ontstond er ruimte voor zelfontplooiing en -ontwikkeling. Ergens in mijn verre herinnering huizen vage beelden van mijn grootmoeder die met een houten tang kokendhete was uit een kuip licht om die daarna door de handmatig aangedreven wringer te halen. Ik weet niet of de komst van de wasmachine in haar geval tot zelfontplooiing leidde. Volgens mij was het socialisme, dat bestond toen nog, daarvoor belangrijker.

Als de mensheid ooit wordt overheerst door cyborgs zullen die er klein en schattig uitzien

Wasmachines zijn verrassend simpele apparaten. Tegenwoordig bevatten ze elektronica en verricht een computertje de aansturing, maar deep down zijn ze weinig meer dan een klok. Dat zag en hoorde je vroeger toen ze beschikten over een ratelende draaiknop waarmee het programma werd geselecteerd. Die knop was een soort kookwekker die op verschillende punten tijdens zijn rondgang onderdelen van het programma activeerde. Nu wordt dat geregeld door elektronica, maar het principe is hetzelfde en dat is waarom de wasmachinemonteur ook nog altijd over ‘de klok’ spreekt als hij de aansturingsmodule komt vervangen.

R2-D2 is overigens een van de meest nagebouwde filmprops. Online zijn handleidingen en bouwtekeningen te vinden en er bestaan fora waar technisch angehauchte liefhebbers elkaar met raad en daad bijstaan. Dat is ook wel nodig, want de gemiddelde bouwtijd van een serieuze kopie bedraagt tussen de zes en twintig jaar. Althans, dat beweert Adam Savage, uit de vroegere serie MythBusters. Hij heeft recht van spreken. Vroeger werkte hij voor ilm, de werkplaats waar de meeste Star Wars-props werden gemaakt. Hij, en veel van zijn collega’s, hebben allemaal een R2-D2 gebouwd. Dat werd blijkbaar beschouwd als een soort meesterproef.

Waarom uitgerekend R2-D2? In een filmpje waarin Savage dat bespreekt zegt een vroegere collega, die er natuurlijk ook een maakte: ‘Ik noem hem mijn emotional support robot.’ Het is een grapje, maar ook weer niet. R2-D2 maakt door zijn vorm en zijn aandoenlijke geluidjes iets wakker wat sommige mensen bij jonge dieren hebben: het Aaaah-gevoel. R2-D2 heeft dat, zijn metgezel, C-3PO, helemaal niet. Het is een kwestie van vorm, geluid en wijze van voortbewegen. Als de mensheid ooit wordt overheerst door cyborgs zullen die er klein, rond en schattig uitzien en met aandoenlijke bliepjes tot ons spreken. Waarschijnlijker is echter dat katten de wereld overnemen. Het internet hebben ze al in hun klauwen. Katten hoeven niet eens te zeggen dat resistance futile is. Ze gaan op hun rug liggen en laten hun buikje krabbelen om de weerstand van de mens te breken. Ik vertrouw ze niet.

Het filmpje waarin Adam Savage en zijn vroegere collega over R2-D2 spreken is trouwens op een heel bijzondere manier aandoenlijk. Ze staan in de werkplaats van Grant Imahara, die zich ten tijde van MythBusters bezighield met robotica. Hij stierf jong, op 49-jarige leeftijd, aan een zware hersenbloeding. De werkplaats is onaangetast gelaten. De collega van Savage, die eigenaar is van het gebouw, kan het niet over zijn hart verkrijgen om die ruimte leeg te halen en te verhuren aan iemand anders. Ze staan een beetje schutterig in de werkplaats, die twee mannen. Waarschijnlijk vooral omdat alles in die ruimte zo ontzettend Grant Imahara is: smetteloos en hypergeorganiseerd. En zo, terwijl ze af en toe een hand laten rusten op de R2-D2 die Grant heeft gebouwd, krijgt het technische en mechanische – de robot, de apparatuur, de meticuleus gerangschikte kratten met gereedschap en schroeven en moeren – ineens iets bezields. Daardoor klinkt de titel van Kishons korte verhaal ineens minder vreemd dan hij op het eerste gezicht lijkt: ‘De wasmachine is ook maar een mens’.